
Buitenslapers, protesten en spoednoodopvang; de asielopvang staat onder druk. Kleinschalige opvang zou het draagvlak voor asielopvang kunnen vergroten, zien COA en gemeenten. Toch blijft het aandeel opvallend laag: vier van de 107 locaties zijn klein.
Asielopvang is al jaren een hoofdpijndossier in politiek Den Haag. De spreidingswet zou uitkomst moeten bieden, maar voorlopig heeft dat nog niet het gewenste effect gehad. De wet is bedoeld om asielzoekers eerlijk te verdelen over gemeenten, maar uit een recente telling van het ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt dat meer dan honderd gemeenten nog niet aan de wet voldoen.
'Past beter bij de omgeving'
In meerdere gemeenten liep de spanning rond nieuwe opvanglocaties de afgelopen maanden hoog op. In onder andere Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Loosdrecht kwamen bewoners en actiegroepen in verzet. Wie inwoners spreekt hoort meer: het protest gaat vaak over de manier waarop, de plek of de grootte van de geplande opvanglocatie.
"Als er in een kleine gemeenschap ineens honderden mensen bijkomen, verandert dat de verhoudingen", zegt vicevoorzitter van Vereniging Nederlandse Gemeenten, Mark Boumans. "Kleinschaligheid past vaak beter bij de omgeving en zorgt voor meer draagvlak."
Er zijn zo'n 330 opvanglocaties in Nederland. Het grootste deel daarvan is noodopvang, zoals op boten of in hotels. Deze locaties zijn tijdelijk en bedoeld om tekorten aan reguliere opvangplekken op te vangen. In totaal zijn er 215 noodopvanglocaties, waarvan 107 kleinschalig.
Daarnaast zijn er 107 reguliere opvanglocaties: plekken die bedoeld zijn voor langere tijd en waar gemeenten volgens de spreidingswet voor moeten zorgen. Van die locaties zijn er slechts vier kleinschalig, blijkt uit navraag van EenVandaag. Dat is minder dan 4 procent. Het COA, de organisatie die de opvang regelt, laat weten dat er wel meerdere kleinschalige locaties in ontwikkeling zijn.
Volgens het COA is opvang kleinschalig bij minder dan ongeveer 150 bewoners. Op dit soort locaties wonen asielzoekers relatief zelfstandig. Er is niet altijd personeel aanwezig en voor zorg, begeleiding en taallessen gaan bewoners naar een grotere opvanglocatie in de buurt.
Peildatum: 22 juni 2026
Dertig bewoners per locatie
Dat kleinschaligheid zorgt voor meer draagvlak bleek ook in Sint-Michielsgestel, waar plannen voor een opvanglocatie met honderden asielzoekers uiteindelijk werden geschrapt na maatschappelijke onrust. De gemeente kiest nu voor een andere aanpak: geen groot azc, maar kleinere opvanglocaties verspreid over meerdere dorpen, met zo'n dertig bewoners per locatie.
In Nieuwegein is begin dit jaar zo'n kleinschalige opvanglocatie in gebruik genomen. In een oud kantoorpand wonen 39 asielzoekers. De bewoners wonen er relatief zelfstandig: ze koken zelf en werken of doen vrijwilligerswerk. Voor zorg, begeleiding en taallessen gaan ze naar een grotere COA-locatie in de buurt. Volgens locatiemanager Robin Schottelndreier verloopt het rustig. "Je ziet dat bewoners hier sneller hun eigen ritme oppakken en makkelijker aansluiting vinden bij de omgeving."
Weinig kleine opvang
Ondanks de voordelen blijft kleinschalige opvang schaars, blijkt uit navraag van EenVandaag. Slechts vier van de 107 reguliere opvanglocaties zijn kleinschalig te noemen. Dat heeft vooral praktische redenen. Grote opvanglocaties zijn efficiënter te organiseren: voorzieningen zoals zorg, begeleiding en onderwijs kunnen centraal worden aangeboden.
Kleinschalige locaties missen die faciliteiten en zijn daarom vaak afhankelijk van een grotere opvanglocatie in de buurt. Ook in Nieuwegein maken bewoners gebruik van voorzieningen van een grotere locatie op enkele minuten afstand.
Locaties wel steeds kleiner
Het COA ziet wel een ontwikkeling richting kleinere locaties. Waar in 2020 een opvang gemiddeld meer dan 500 bewoners had, ligt dat nu rond de 200. De organisatie zegt te streven naar een mix van grote en kleine locaties.
Maar volledig overstappen op kleinschaligheid is volgens het COA niet haalbaar. "Als we tienduizenden mensen moeten opvangen in kleine locaties, heb je er simpelweg heel veel meer nodig", stelt de organisatie. Bovendien liggen de kosten per bewoner hoger en vraagt het meer inzet van gemeenten.
Anders organiseren
Zowel het COA als de VNG zien dat de vraag naar kleinschalige opvang toeneemt, juist omdat het draagvlak lokaal groter is. Toch blijft de reflex volgens Boumans om opvang grootschalig te organiseren, vanwege praktische voordelen.
De uitdaging ligt volgens hem in het anders organiseren van voorzieningen, zodat ook kleinere locaties zelfstandig kunnen functioneren. "We moeten af van het idee dat alles via grote centra moet lopen."