
Bevolkingsonderzoek leidt tot minder darmkanker, maar waarom screening voor andere soorten kanker moeilijk is
Het aantal gevallen van darmkanker is de afgelopen jaren gedaald, mede door het bevolkingsonderzoek dat in 2014 werd ingevoerd. Zo werd Bert Slob (69) succesvol behandeld nadat hij zich had laten onderzoeken. Hij roept op: "Maak die envelop open."
"Ik deed altijd mee aan het bevolkingsonderzoek. En zo ook vorig jaar. De ondertussen bekende paarse envelop met alle hulpmiddeltjes viel toen weer binnen", vertelt Bert. Hij deed een test en kreeg na een week antwoord.
'Nooit iets gevoeld of gezien'
"Ik zal het nooit vergeten", vertelt hij over die dag. "Alle andere keren was het een dunne brief en nu voelde hij dikker. Ik dacht meteen: dit is niet goed."
Bert moest inderdaad voor onderzoek naar het ziekenhuis en daaruit bleek dat hij darmkanker had. "Ik werd natuurlijk wel heel bang toen." Zijn leven stond plotseling op z'n kop. "Ik voelde me besodemieterd door mijn eigen lichaam. Ik was mijn vertrouwen kwijt. Ik had nooit iets gevoeld en gezien. En nu had ik een tumor in mijn darmen, ik had kanker."
Dankbaar voor onderzoek
Na het onderzoek werd Bert vrij snel geholpen. Hij kon terecht bij het ziekenhuis en werd succesvol geopereerd. "Een warm bad met alleen maar professionals die met hart en ziel jou beter maken", vertelt hij over de ervaring.
Als ik dat niet had gehad, had ik hier nu misschien gezeten met een tumor in mijn darm.Bert deed mee aan het bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Achteraf gezien is hij blij met zijn deelname aan het bevolkingsonderzoek. "Als ik dat niet had gehad, had ik hier nu misschien op dezelfde bank gezeten met een tumor in mijn darm waar ik geen weet van had."
Darmkanker gevallen daalt
Het aantal gevallen van darmkanker is de afgelopen 13 jaar met een vijfde gedaald. Dit is volgens het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) te danken aan het bevolkingsonderzoek dat in 2014 werd ingevoerd.
"We zien na een decennia lange stijging nu een knik van jewelste", beaamt hoogleraar kankerscreening aan de Radboud UMC Mireille Broeders. Ze noemt het bevolkingsonderzoek een gigantisch succes.
Succesvol bevolkingsonderzoek
"Dat komt omdat we bij darmkanker niet alleen screenen op darmkanker zelf, maar ook op het voorstadium. En het mooie daarvan is als je dat weghaalt, je geen darmkanker meer krijgt", gaat de hoogleraar verder over het succes van het onderzoek.
In dit voorstadium testen onderzoekers namelijk op zogenaamde poliepen, uitstulpingen van het darmslijmvlies, kan Broeder uitleggen. "Als jij een onderzoek hebt gehad waarbij ze in de darm alle belangrijke poliepen weggehaald hebben, dan duurt het dus ook echt weer een hele tijd voordat er weer nieuwe komen."
Succesmodel kopiëren?
De goede resultaten van de screenings van darmkanker roept de vraag op of dit niet bij alle kankersoorten zo kan worden aangepakt, maar volgens Broeders is het succesmodel kopiëren naar andere vormen van kanker complex. Niet elke kankersoort heeft namelijk een voorstadium, waardoor het lastig is om dit op te sporen.
"Borstkanker heeft bijvoorbeeld niet zo'n heel duidelijk voorstadium", zegt de hoogleraar. "Maar wat we daar kunnen doen, is de kanker zo vroeg mogelijk opsporen. We kunnen alleen niet voorkomen dat de borstkanker ontstaat."
Screenen op borstkanker
Om die reden is het volgens Broeders bij borstkankeronderzoek de taak om vrouwen zo vroeg mogelijk te vinden. "Daarmee veranderen we ook de overleving voor die vrouwen, maar het duurt wel langer voordat je dat terug gaat zien."
Bij borstkankeronderzoek speelt daarnaast ook een capaciteitsprobleem mee. "We hebben eigenlijk te weinig screenings en laboranten. En dat betekent dat we de bussen niet door heel Nederland kunnen laten rijden. Dat betekent dat er nu een langere tijd tussen de twee screeningsonderzoeken zit."
Ook bij prostaatkanker?
Waar bij vrouwen borstkanker de meest voorkomende vorm is, is dat bij mannen prostaatkanker. En ook deze vorm is door verschillende redenen moeilijk op te sporen. "Bij prostaatkanker is al heel lang de wens om daar iets mee te doen", legt Broeders uit. Het lastige is dat er verschillende vormen zijn en dat er nog geen goede onderzoeksmethode is voor iedereen.
"Wat we nu gebruiken is een test die naar bloedwaarden kijkt, de PSA-test. Die is niet heel specifiek voor prostaatkanker. En dat maakt het dus lastig om te kunnen zeggen dat dit een prostaatkanker is waar je mogelijk aan kan komen te overlijden."
Nieuw onderzoek
"Inmiddels weten we ook dat MRI kan helpen om onderscheid te maken tussen een prostaatkanker waar je aan zou kunnen komen te overlijden of nooit last van zal krijgen", gaat de hoogleraar verder. "Als je zo een bevolkingsonderzoek kan inrichten dat je juist die nare prostaatkankers op tijd vindt, zou bevolkingsonderzoek nut hebben."
Broeders heeft wel al vertrouwen in een onderzoek dat binnenkort gaat lopen. Deze zou moeten laten zien of zo'n bevolkingsonderzoek mogelijk is. "Dat zou informatie moeten geven waarvan je dan een voorstel kan doen voor een bevolkingsonderzoek in Nederland naar prostaatkanker."
Meer voor- dan nadelen
Het afgelopen jaar lagen er door een grote datalek bij Clinical Diagnostics gegevens van zeker 850.000 mensen die meededen aan een bevolkingsonderzoek op straat. Onder de bevolking ontstond naar aanleiding hiervan twijfels over deelnamen aan dit soort onderzoeken.
Volgens Broeders is het niet verstandig om een uitnodiging voor een bevolkingsonderzoek te mijden. "Op bevolkingsniveau zeggen we dat bevolkingsonderzoek meer voor- dan nadelen heeft, anders zouden we het niet aanbieden. Ze zorgen er vooral voor dat je een bepaalde kankersoort niet krijgt of er niet aan komt te overlijden."
'Maak de envelop open'
Ook Bert pleit voor het meedoen aan bevolkingsonderzoeken. "Maak de envelop open. Je hebt de kans. En dan kun je altijd nog met je omgeving beslissen wat je wilt gaan doen."
Na zijn succesvolle operatie, en dankzij deelname het onderzoek, kan hij nu genieten van zijn pensioen, vertelt Bert. "Ik ga weer heerlijk leven zoals ik vorig jaar rond deze tijd ook leefde. Ik heb nog genoeg te doen."