Het bedrijf van Jan Willem Popma produceert als enige in Nederland het zogenaamde chloroquine dat lijkt te werken tegen het snel verspreidende virus. "We zijn voorbereid op wat kan komen."

Eigenlijk is chloroquine een medicijn dat tientallen jaren geleden werd geïntroduceerd in de bestrijding tegen malaria. Inmiddels wordt het alleen nog gebruikt voor een handjevol reumapatiënten in Nederland. Met zijn bedrijf Ace Pharmaceuticals is Jan Willem Popma op dit moment de enige apotheker in ons land die het middel nog in productie heeft. Ook wereldwijd zijn er nauwelijks meer producenten die het middel verstrekken. "We krijgen vanuit het buitenland vragen naar ons geneesmiddel", zegt de medicijnfabrikant.

Eerste successen

Sinds de uitbraak van het coronavirus wordt alles op alles gezet om medicijnen of vaccins te ontwikkelen die het virus kunnen bestrijden. En zo dook ook het middel chloroquine weer op. De eerste testen met het middel lijken hoopvol.

Chinese onderzoekers gaven het medicijn aan patiënten in verschillende Chinese ziekenhuizen in Hunan, Guangdong en Peking. Zij knapten sneller op dan patiënten die het middel niet kregen. Hun koorts was vaker afgenomen en hun longfunctie meer verbeterd. Wetenschappers van de KU Leuven ontdekten in 2004 al dat chloroquine werkzaam is tegen het SARS-virus, wat net als het huidige COVID-19 ook een variant van het coronavirus is. Het werd toen alleen getest in het laboratorium en niet op mensen, simpelweg omdat er geen SARS-patiënten meer waren.

Snel en goedkoop te maken

Volgens Popma is het relatief eenvoudig om zijn productie in korte tijd op te schalen. "In principe kan ik 17 miljoen Nederlanders voorzien van de tabletten. En zelfs produceren voor de rest van Europa", zegt Popma. Chloroquine is namelijk relatief snel en goedkoop te maken. Toch zit er ook voor hem een risico aan vast. "Ik ben een kleine apotheker en kan niet de financiële gok nemen dat ik straks met miljoenen tabletten achterblijf als het coronavirus weer verdwijnt."

Lees ook

Reactie minister Bruins

Minister Bruins van Medische Zorg en Sport laat in een reactie aan EenVandaag weten: "Ik vind het belangrijk om alle opties serieus te bekijken. Ik heb deze optie inmiddels voorgelegd aan mijn experts om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om dit middel in te zetten voor patiënten."

audio-play
Bekijk hier de TV-reportage