De stakingen voor 'een beter pensioen' die door de vakbonden zijn afgekondigd kunnen rekenen op veel steun. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 27.000 mensen. Tweederde (69 procent) wil dat de AOW-leeftijd voorlopig 66 jaar blijft.

Dinsdag is er een grote staking in het openbaar vervoer en woensdag volgen andere sectoren. Inzet van de vakbonden is het bevriezen van de pensioenleeftijd op 66 jaar. Pas als het kabinet dit toezegt willen de bonden in het pensioenoverleg verder praten over de toekomst van ons pensioenstelsel. Eind vorig jaar liep dit overleg vast. De AOW-leeftijd gaat nu naar 67 jaar in 2021 en stijgt daarna mee met de levensverwachting.

Lees ook

Begrip voor stakingen

Driekwart (74 procent) van de ondervraagden heeft begrip voor de algemene staking. Ze vinden het goed dat er zo meer druk gezet wordt op het pensioenoverleg met het kabinet.

Het duurt ze veel te lang voordat er een akkoord komt over zoiets belangrijks als de pensioenleeftijd. Ook voor de OV-staking is begrip (59 procent). Onder mensen die wekelijks met het openbaar vervoer reizen is dat even hoog.

Kiezers coalitie willen ook 66 jaar

Het kabinet is nu aan zet om samen met de vakbonden en de werkgevers tot een pensioenakkoord te komen. Er is een groot draagvlak voor het bevriezen van de pensioenleeftijd op 66 jaar onder de kiezers. De achterbannen van alle politieke partijen zijn in meerderheid voor.

Ook onder de kiezers van coalitiepartijen VVD (52 procent), CDA (67 procent), D66 (54 procent) en CU (57 procent) is de grootste groep hier voorstander van. Bij de andere grote partijen is dat vaak nog hoger: PVV (85 procent), SP (76 procent), Forum voor Democratie (73 procent), PvdA (70 procent), GroenLinks (53 procent).

Gewerkte jaren

Veel deelnemers geven aan dat je beter naar het aantal gewerkte jaren van iemand kunt kijken dan naar de leeftijd. 45 jaar wordt hierbij vaak genoemd. Ouderen geven zelf ook aan dat het hen vaak zwaar valt om alle nieuwe ontwikkelingen nog bij te benen na hun 60-ste.

Mensen die tegen hun pensioen aan zitten zeggen bovendien onzeker te worden van alle veranderingen rond de pensioenen van de afgelopen jaren. "De VUT is afgeschaft, ik moet opeens werken tot 67 en de hoogte van mijn pensioen is ook al onzeker. Ik weet niet meer waar ik aan toe ben", zegt een ondervraagde.

Uitzondering voor zware beroepen

Voor zware beroepen ligt de pensioenleeftijd nu al veel te hoog, zeggen veel mensen. Acht van de tien (84 procent) zijn er in principe voor dat mensen met een fysiek of psychisch zwaar beroep eerder kunnen stoppen met werken zonder dat ze daar financieel nadeel van ondervinden. Werken in de bouw, verpleegkundigen, ambulance personeel, politie en militairen, de geestelijke gezondheidszorg en het onderwijs worden hier het meest genoemd.

Zzp-ers willen niet verplicht in pensioenfonds

In het onderzoek werd ook de vraag voorgelegd of de overheid zzp-ers zou moeten verplichten om te sparen voor een aanvullend pensioen. De ondervraagden zijn hier verdeeld over: 46 procent vindt van wel en 39 procent zegt nee. Nog eens 15 procent weet het niet.

Aan het onderzoek deden ruim 1300 zzp-ers mee. Zij zien niet veel in een verplichte pensioenopbouw: tweederde (66 procent) is tegen. Zij regelen hun pensioen liever zelf door te sparen of te beleggen of hun huis vervroegd af te lossen. Bij pensioenfondsen moet je maar afwachten wat je uitgekeerd krijgt, is het idee. 20 procent van de ondervraagde zzp-ers ziet wel wat in verplicht sparen in een pensioenfonds.

Lees ook

info

Over het onderzoek

Het onderzoek is gehouden van 21 tot en met 27 mei 2019. Aan het onderzoek deden 26.744 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Het Opiniepanel bestaat uit ruim 55.000 leden. Panelleden krijgen ongeveer één keer per week een uitnodiging om aan een peiling mee te doen. Op de meeste onderzoeken respondeert 50 tot 70 procent van de panelleden.