Als het om de eigen portemonnee gaat, zijn de verwachtingen voor 2021 laag. 87 procent denkt er niet op vooruit te gaan, blijkt uit ons Prinsjesdagonderzoek. En dat terwijl het CPB een stijging van de koopkracht voor iedereen voorziet.

De verwachting van de mensen in het land is negatiever dan die van het CPB en het kabinet. In de uitgelekte stukken van Prinsjesdag is een gemiddelde stijging van de koopkracht voor alle Nederlanders met 0,8 procent berekend. Maar slechts 11 procent van de deelnemers gelooft dat ze er volgend jaar ook daadwerkelijk op vooruit gaan. De rest verwacht dat hun financiële situatie hetzelfde blijft (44 procent) of verslechtert (43 procent). Vooral mensen met een kleine beurs en ondernemers zien het somber in.

Onzekerheid over corona bepalend

Het kabinet gaat er met dit perspectief vanuit dat we niet opnieuw in een lockdown terechtkomen, anders kunnen de cijfers anders uitvallen. Driekwart van de deelnemers (64 procent) verwacht juist wel een tweede coronagolf. De meeste ondervraagden houden hier al rekening mee in de manier waarop ze naar hun financiën kijken. Door alle onzekerheid denken ze dat ze niet op extra inkomsten kunnen rekenen, terwijl de kosten blijven stijgen, zoals bijvoorbeeld die van huur en zorgpremie.

Mensen met een vaste baan maken zich het minst zorgen over hun financiële situatie. "Als chauffeur blijft er wel werk. Als de prijzen niet teveel stijgen dan redden we het", zegt een deelnemer. Desnoods passen ze zich een beetje aan: "We gaan gewoon wat zuiniger leven, af en toe de supermarkten langsfietsen voor aanbiedingen. Dan kunnen we ook nog leuke dingen doen."

Lees ook

Geen geld voor nieuwe koelkast

Maar de groepen die het financieel al moeilijk hebben en mensen zonder een vaste baan kijken met zorg naar de toekomst. Het gaat dan vooral om mensen met lagere inkomens, arbeidsongeschikte mensen en gepensioneerden. Zij verwachten vaker dan gemiddeld dat zij er in 2021 (verder) op achteruit gaan.

Hun zorgen zien we bijna ieder jaar met Prinsjesdag terugkomen. "Wanneer bij mij iets kapot gaat, heb ik geen geld om een wasmachine of koelkast te kopen. Mijn koelkast is van 1993 dus ik houd mijn hart vast."

Wat verwachten we volgend jaar voor de economie en ons huishouden? Gijs Rademaker presenteert de uitslagen van het onderzoek.

Door corona getroffen

Daarnaast zijn er dit jaar groepen bijgekomen die specifiek door corona getroffen zijn. Ondernemers met en zonder personeel en mensen die door corona hun baan zijn kwijtgeraakt vrezen dat ze het in 2021 met minder geld moeten doen.

"Ik heb nog een derde van mijn klanten over. Dus veel te weinig cashflow om alle rekeningen op tijd te kunnen betalen. Ik heb de huur niet kunnen betalen en ik sta op het punt mijn auto voor 3000 te verkopen. Dat is alles wat ik heb", aldus een zzp'er.

Een paar tientjes is voor mij heel veel geld, helemaal in deze onzekere tijd.

Pessimisme over economie

De meeste deelnemers (57 procent) verwachten dat de economische situatie van Nederland de komende maanden zal verslechteren. Zolang de coronacrisis voortduurt, zullen bedrijven blijven omvallen en meer mensen werkloos worden, is de gedachte. Dit cijfer is ongeveer even hoog als ten tijde van de laatste economische crisis in de jaren 2011-2012.

Toch lijken we ook een beetje te wennen aan de nieuwe corona realiteit. In april 2020, de eerste maand van de lockdown, verwachtte nog 84 procent dat het slechter zou gaan met de Nederlandse economie. Dat pessimisme is inmiddels dus wat gezakt. We zijn nu iets minder negatief.

'Door de zure appel heen bijten'

Nu we de eerste schok te boven zijn, kunnen sommige panelleden de coronacrisis een beetje relativeren. Iemand schrijft: "We hebben het in Nederland zo goed in vergelijking met andere landen. We kunnen best tegen een stootje. Als we maar goed op de zwakkeren blijven letten."

Ook lijkt er wat meer vertrouwen in het feit dat we er op termijn wel weer bovenop komen: "Even door de zure appel heen bijten en wachten op een vaccin. Daarna gaat vast snel weer beter, we zijn een hardwerkend volkje."

Lees ook

info

Over het onderzoek

Aan het onderzoek, gehouden van 7 tot 11 september 2020, deden 24.770 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.