Het kabinet-Jetten stond op 23 februari op het bordès naast koning Willem-AlexanderBron: ANP
Het kabinet-Jetten stond op 23 februari op het bordès naast koning Willem-Alexander

Na 100 dagen heeft slechts 22 procent vertrouwen in kabinet-Jetten: is dat opvallend? 'Mensen raken snel teleurgesteld'

Na 100 dagen heeft 22 procent van de kiezers nog vertrouwen in kabinet-Jetten. Vooral onder coalitiekiezers zakt het vertrouwen snel. Alleen een meerderheid van de D66-achterban is nog positief over de regering. "Maar ze moeten nu wel stappen maken."

EenVandaag meet regelmatig het vertrouwen van kiezers in het kabinet en die cijfers zijn vaak laag. Toen het kabinet-Jetten in februari op het bordes stond, had 32 procent er vertrouwen in.

'Lage vertrouwenscijfers niet uniek'

De vertrouwenscijfers voor het kabinet-Jetten zijn laag, legt onderzoeker Rozemarijn Lubbe van het Opiniepanel uit, maar vergeleken met andere kabinetten vallen ze niet uit de toon. Het kabinet-Rutte IV begon bijvoorbeeld met 28 procent vertrouwen. De cijfers voor het kabinet-Schoof waren iets beter, maar ook daar waren aan het begin al minder dan de helft van de kiezers positief over.

"Zeker omdat het kabinet-Jetten een minderheidskabinet is, zijn de cijfers vergeleken met andere kabinetten niet opvallend laag", vertelt Lubbe. "Veel kiezers van oppositiepartijen zijn bij de start van een kabinet sowieso negatief, omdat ze het gevoel hebben dat dit niet 'hun' kabinet is. En bij een minderheidskabinet zijn er eigenlijk extra veel oppositiekiezers."

Ook CDA-kiezers verliezen vertrouwen

Bij de start van het kabinet-Jetten was ook al minder dan de helft (45 procent) van de 'eigen' VVD-stemmers positief, omdat veel van hen liever een meerderheidscoalitie met een rechtse partij als JA21 hadden gezien.

Inmiddels zijn, naast de VVD-achterban, ook de meeste CDA-stemmers pessimistisch geworden over de politieke samenwerking. "Een tandeloze bende", beschrijft een stemmer van die partij het kabinet.

Je hebt onze overige cookies (nog) niet geaccepteerd.

Doet dit onderdeel van deze website het niet? Voor een volledig werkende website accepteer je hier de overige cookies.

Hoop en teleurstelling

Dat kiezers van coalitiepartijen de hoop al snel verliezen is niet uniek, legt Lubbe uit: "Vaak hopen kiezers bij de start van een nieuw kabinet op verandering, maar raken mensen snel teleurgesteld omdat die verandering in het echt niet komt, of langer duurt dan ze hopen."

Zo kelderde het vertrouwen in het kabinet-Rutte II, dat veel wilde bezuinigen, in minder dan 1 jaar tijd van 42 naar 14 procent. Een vergelijkbare trend was zichtbaar in 2022: na 100 dagen Rutte IV had nog maar 23 procent er geloof in.

Hoogste vertrouwen ooit gemeten

Het kabinet-Schoof begon hoopvol, maar raakte al snel in een vrije val die eindigde in een historisch dieptepunt van 10 procent vertrouwen.

Alleen het kabinet-Rutte III laat een heel ander verloop zien. Midden in die regeerperiode piekte het vertrouwen naar 70 procent. Het is het hoogste vertrouwenscijfer dat EenVandaag in de afgelopen 20 jaar heeft gemeten, aan het begin van de coronacrisis.

Je hebt onze overige cookies (nog) niet geaccepteerd.

Doet dit onderdeel van deze website het niet? Voor een volledig werkende website accepteer je hier de overige cookies.

Meeste D66-kiezers blijven positief

Nu heeft alleen een meerderheid van de D66-kiezers nog vertrouwen in de ploeg van Jetten, al neemt het vertrouwen daar ook af. Bij de start van het kabinet had nog 77 procent van de D66-stemmers vertrouwen, ruim 3 maanden later is dat 67 procent.

Sommige D66-kiezers tonen begrip voor de lastige positie van een minderheidskabinet, al begint de tijd te dringen. Een van hen verwoordt het als volgt: "Ik heb er nog vertrouwen in, maar ze zullen nu wel een keer stappen moeten maken."

Met zichzelf bezig

Onder veel andere deelnemers overheerst nu het gevoel dat de partijen in Den Haag vooral met zichzelf bezig zijn. Er is irritatie over oppositiepartijen die niet zouden willen meewerken, terwijl ze juist zo nodig zijn omdat het minderheidskabinet zonder hen geen besluiten kan nemen.

Maar kiezers zien ook dat de coalitiepartijen elkaar dwarsbomen. Veel panelleden stellen vast dat de samenwerking tussen partijen die 'qua ideeën mijlenver uit elkaar liggen' niet goed werkt. Er wordt daarbij specifiek gewezen naar de verhouding tussen D66 en de VVD. Stemmers van beide partijen leggen de schuld dan ook grotendeels bij de ander neer.

Je hebt onze overige cookies (nog) niet geaccepteerd.

Doet dit onderdeel van deze website het niet? Voor een volledig werkende website accepteer je hier de overige cookies.

Onderlinge spanningen

Zo spreken D66-stemmers in het onderzoek over een 'wurggreep' en 'sabotage', of stellen dat het kabinet 'in de tang genomen is door de VVD'. VVD-kiezers vinden D66 juist te links. Zij wijzen er bijvoorbeeld op dat D66 in de Eerste Kamer tegen de asielwetten van Faber stemde. In het regeerakkoord was afgesproken dat dat mocht, maar veel VVD-stemmers vinden dat het kabinet door D66 de eigen beloften voor een strenger asielbeleid niet nakomt.

Het algemene beeld is dat zowel coalitie- als oppositiepartijen vooral oog hebben voor hun eigen partijbelang en nu al bezig zijn met toekomstige verkiezingen. "Het kabinet neemt geen besluiten maar gaat overal over praten en denkt daarbij alleen aan het partijbelang en niet wat het beste is", reageert een CDA-stemmer. "Ze zijn ontzettend bang bij eventuele verkiezingen een stem te verliezen."

Advertentie via Ster.nl