
Bijna helft heeft nu noodpakket, cyberaanval Albert Heijn had effect: 'Kan met alle winkels gebeuren'
1 op de 10 haalde meer drinken en houdbaar voedsel in huis na de Albert Heijn-cyberaanval. Het aantal mensen met een noodpakket groeit sowieso verder. Nu heeft 46 procent er één; een jaar geleden was dat nog 32 procent.
Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder bijna 20.000 leden van het Opiniepanel. Veel mensen die vorig jaar nog geen spullen in huis hadden maar dat wel overwogen, hebben dat nu wel. Deze groep is in een jaar gedaald van 28 naar 19 procent.
Besef na stroomuitval
Vaak haalden ondervraagden spullen in huis op advies van de overheid, maar veel mensen zien ook zelf de dreiging van oorlog en cyberaanvallen steeds dichterbij komen: "Ik vind het allemaal érg dreigend dus heb ik al maanden een uitgebreid noodpakket, ook voor mijn huisdier", schrijft een deelnemer.
Ook landelijke, regionale of lokale voorvallen in het afgelopen jaar hebben invloed. Zoals bij dit panellid: "Na onze laatste verhuizing hebben we ingeslagen, leek ons wel een goed plan na ruim een halve dag stroomuitval. Toen kwam het besef: als dat nou eens langer zou duren?"
Albert Heijn-cyberaanval
De cyberaanval op de Albert Heijn was het meest recente incident dat mensen op scherp zette. 1 op de 10 (10 procent) heeft hierdoor meer drinken en houdbaar voedsel in huis gehaald. Veel ondervraagden, ook die niet extra in hebben geslagen, zijn geschrokken van de impact van de aanval en de snelheid waarmee de schappen leegraakten.
"Als AH gehackt kan worden, kan dat met alle winkels gebeuren. Daarom heb ik als voorzorg nu extra spullen in huis gehaald." Ruim 4 op de 10 zijn nu bezorgd dat dit gebeurt met meerdere supermarkten tegelijk.
Rolverdeling bij ramp
De overheid komt met een campagne om mensen aan te zetten tot een gesprek met hun omgeving over wat te doen bij een noodsituatie. Uit het onderzoek blijkt verder dat 4 op de 10 mensen al een keer in gesprek zijn gegaan met hun omgeving over de vraag: wie doet wat bij een noodsituatie?
Panelleden vertellen dat ze soms al harde afspraken hebben gemaakt over hoe elkaar te bereiken als er geen bereik via telefoon of internet is, wat er met de huisdieren gebeurt of wie zorgt voor welke spullen om te overleven. Een deelnemer vertelt: "Onze kinderen zitten er bovenop en hebben vaak met ons gesproken over wie wat doet in zo'n situatie. Ik ben er wel geruster op." Anderen hebben het er wel over gehad, maar legden (nog) niks vast.
Burgers zelf verantwoordelijk
Maar ook wantrouwen in de crisisaanpak van de overheid drijft mensen om onderling afspraken te maken: "Aangezien de overheid altijd te laat reageert, moet je zelfredzaam genoeg zijn om de eerste tijd zelf door te komen", vertelt iemand.
Dit gevoel leeft breder. De grootste groep (53 procent) vindt het vooral de verantwoordelijkheid van burgers zelf om zich voor te bereiden op een ramp en niet van de overheid. 41 procent vindt wel dat de overheid de kar moet trekken.