
Met temperaturen rond de 30 graden is het deze week voor veel mensen volop genieten van de zon. Toch smeert lang niet iedereen even goed. Sterker nog: van de mensen die deze zomer bruin willen worden, gebruikt 1 op de 5 minder of geen zonnebrand.
Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 20.000 leden van het Opiniepanel. Waar sommigen in de hitte liever de schaduw opzoeken of het zonlicht zelfs helemaal verafschuwen, probeert ruim een kwart (27 procent) deze zomermaanden actief een kleurtje op te bouwen.
Bewust verbranden
Een deel van deze zonaanbidders doet zelfs hun best om extra snel van hun winterteint af te komen. Het vaakst (20 procent) gebeurt dat dus door zich niet of nauwelijks in te smeren. 7 procent geeft zelfs aan weleens bewust te verbranden, in de hoop zo sneller bruin te worden.
Hoe mensen een kleurtje op proberen te bouwen, verschilt per leeftijdsgroep. Deelnemers van 35 jaar en ouder slaan het insmeren vaker helemaal over. Jongeren tot 35 jaar kijken op hun beurt eerder naar het beste moment van de dag om wat zonnestralen te pakken: bijvoorbeeld in de middag of wanneer de UV-index het hoogst is.
'Vroeger geen zonnebrand'
Ondanks vele waarschuwingen dat onbeschermd zonnen de kans op huidkanker vergroot, maakt maar een kwart (25 procent) van deelnemers die bruin willen worden zich (veel) zorgen dat zij daar ooit mee te maken krijgen. Wel geven met name veel oudere deelnemers aan dat er tegenwoordig meer bewustzijn is over die gevaren dan in hun tijd het geval was.
Van alle deelnemers in het onderzoek zijn 4 op de 10 (43 procent) de laatste jaren negatiever gaan denken over zonnebaden. Bijvoorbeeld door betere voorlichting in de media, maar ook omdat zij zelf of mensen in hun omgeving te maken kregen met huidkanker. "Ik vond het altijd heerlijk om te zonnen, in mijn jeugd bestond er nog geen zonnebrandcrème", herinnert een panellid zich. "Ik verbrandde haast nooit, maar toch heb ik nu huidkanker. Daardoor ben ik veel voorzichtiger geworden."
Niet even zorgvuldig
Bij een UV-index van 3 of hoger schrijft onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor om - ook in de schaduw of bij bewolking - jezelf te beschermen tegen de zon. Toch is lang niet iedereen daar even zorgvuldig mee: tweederde van alle deelnemers (64 procent) smeert zich niet altijd in als ze bij zonnig weer de deur uit gaan. En ook ruim de helft (56 procent) smeert niet altijd bij als ze meer dan 2 uur in de zon hebben gezeten.
Over het algemeen smeren vrouwen zich een stuk beter in dan mannen. 1 op de 8 (12 procent) doet dat zelfs elke dag, ongeacht het weer. En dat is ook wel te merken: waar een derde (33 procent) van alle mannen in het onderzoek dit jaar al minstens één keer verbrandde, is dat bij vrouwen 'slechts' 22 procent.
Vergeetachtig, maar ook wantrouwen
Meerdere deelnemers zeggen dat ze het insmeren weleens te vergeten, het overdreven te vinden tenzij het echt warm is of de zon vooral pas opzoeken als het niet meer op het heetst van de dag is. Ook denken sommigen dat ze zich alleen aan het begin van het seizoen hoeven in te smeren en het 'wanneer hun huid aan de zon gewend is' niet meer nodig is.
Maar er is ook een groep die bij voorbaat al vrij negatief is over zonnebrandcrème. Bijvoorbeeld omdat ze het vies vinden, 'chemische troep', of slecht voor het milieu. Sommige deelnemers denken door zonnebrand minder vitamine D binnen te krijgen of denken zelfs dat het schadelijk is voor hun gezondheid.