meer NPO start

Wordt er voldoende naar het kind geluisterd? En andere vragen over pleegzorg beantwoord

Wordt er voldoende naar het kind geluisterd? En andere vragen over pleegzorg beantwoord
Kinderen worden naar school gebracht
Bron: ANP

Sinds het nieuws over het mishandelde pleegmeisje uit Vlaardingen, worden er vraagtekens gezet bij de controle op pleegzorg. Hoewel pleegouders een veilige omgeving kunnen bieden, gaat het soms dus mis. We beantwoorden jullie vragen over pleegouderschap.

Jullie vragen worden beantwoord door Chantal Wittenberg van Jeugdzorg Nederland, en directeur-bestuurder van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen Remco Oosterhoff.

1. Aan welke voorwaarden moeten mensen die pleegouder willen worden voldoen?

Zowel bij netwerkpleegzorg als bij pleegzorg via een organisatie zijn er enkele voorwaarden. Een van de pleegouders moet 21 jaar of ouder zijn. Daarnaast moeten beiden via de Raad van de Kinderbescherming een 'verklaring van geen bezwaar' hebben gekregen. "Daarin staat dat er geen dingen zijn die een bezwaar kunnen vormen in de relatie met kinderen, zoals verdenkingen, aanklachten of veroordelingen van geweld of zeden", licht Wittenberg toe.

"Ook moeten pleegouders succesvol een voorbereidingstraining hebben gevolgd. Die training verschilt per aanbieder van de pleegzorg, maar overal wordt gescreend op dezelfde onderdelen waar je als pleegouder mee te maken kunt krijgen: gedrag van een kind, contact met biologische ouders, het kind in relatie tot je eigen kinderen, etcetera."

"In die training en in één-op-één-gesprekken met een gezinsonderzoeker wordt gekeken hoe potentiële pleegouders contact hebben met elkaar, en wordt gevraagd naar persoonlijke ervaringen in hun eigen jeugd en meningen over bijvoorbeeld straffen in de opvoeding. Een deel van de mensen wordt daarop afgekeurd, bijvoorbeeld wanneer een gezinsonderzoeker oordeelt dat iemand zelf te veel in zijn jeugd heeft meegemaakt om een goede pleegouder te zijn."

info

Pleegzorg bij bekenden of onbekenden

Pleegzorg is zorg voor kinderen tot 21 jaar die door omstandigheden korte of langere tijd niet thuis kunnen wonen. "Als een kind in beeld komt via bijvoorbeeld de gemeente of de huisarts, dan wordt eerst gekeken of het kind kan worden opgenomen in het eigen netwerk", zegt Wittenberg. "Bij opa's of oma's, vrienden, of iemand van school. We noemen dat netwerkpleegzorg."

"Op het moment dat daar geen opties voor zijn, kijken we in het bestand van mensen die zich hebben aangemeld bij een pleegzorgaanbieder en die zeggen 'wij hebben ruimte over in ons huis en hart.' Er zijn zo'n 30 van die pleegzorgaanbieders in Nederland."

2. Worden pleegouders betaald, en kiezen ze ervoor omdat het lucratief is?

"Ik kom eigenlijk nooit pleegouders tegen die het doen voor het geld, dan kun je echt meer verdienen met vakkenvullen", zegt Oosterhoff. Hij is directeur-bestuurder bij de belangenbehartiger Nederlandse Vereniging voor Pleegouders, en zelf ook pleegouder.

"Je krijgt als pleegouder een onkostenvergoeding van 23 tot 28 euro per dag, naargelang hoe oud een kind is. En daar moet je alles van betalen", verklaart hij. "Als je het verglijkt met kinderbijslag, dan lijkt het bedrag misschien hoog, maar de kosten voor pleegkinderen kunnen nog wel eens oplopen, bijvoorbeeld omdat een kind regelmatig naar therapie gebracht en gehaald moet worden."

"Het is vooral belangrijk om niet te vergeten dat pleegouders zorgen voor het kind van een ander. Zij zijn voor dit kind financieel niet verantwoordelijk. Ouders zijn dat wél voor hun eigen kind."

"Pleegouders gaan soms ook minder werken, om te kunnen zorgen voor een pleegkind. En dat wordt verder niet gecompenseerd", vervolgt Oosterhoff. "Wanneer pleegouders fulltime een nieuw pleegkind krijgen, hebben ze wel recht op zes weken verlof. En ook hebben pleegouders van kinderen tot en met 8 jaar recht op ouderschapsverlof, onder dezelfde voorwaarden als bij een eigen kind."

3. Hoe word je als pleegouder voorbereid?

"De voorbereiding duurt expres vrij lang, omdat het belangrijk is dat aanstaande pleegouders genoeg tijd hebben om bij zichzelf te rade te gaan: wil ik dit echt, hoe ga ik hiermee om? Dat heeft tijd nodig", zegt Wittenberg van Jeugdzorg Nederland.

"Op het moment dat er een kind wordt aangemeld, krijgen pleegouders te horen wat de situatie is, en wordt een eerste ontmoeting tussen de ouders en het kind geregeld. Een goede klik is namelijk belangrijk. En als ouders het niet zien zitten, kunnen ze dat aangeven."

4. Hoe verloopt de begeleiding van pleegouders?

Eenmaal een pleegkind in huis, betekent ook niet vanzelfsprekend dat pleegouders dat langdurig willen blijven doen, weet Oosterhoff uit ervaringen van pleegouders. Ieder jaar stopt een deel van hen, met verschillende redenen. "Dat kan gewoon zijn dat de pleegouders ouder zijn geworden en er niet meer de energie voor hebben, dat ze gaan verhuizen, of een andere eigen gezinssamenstelling krijgen. Maar ik hoor ook regelmatig dat pleegouders het te heftig en ingewikkeld vonden", zegt hij.

"Dat heeft er deels mee te maken dat pleegouders een ingewikkelde positie hebben", vervolgt Oosterhoff. "Als pleegouder heb je niet het ouderlijk gezag over een kind, maar het kind woont wel grotendeels bij jou. En je hebt veel te maken met professionals, zoals de pleegzorgbegeleider, jeugdbescherming en andere hulpverleners, maar wordt niet door iedereen evenveel gewaardeerd. Pleegouders zeggen dus soms: 'het was fijn geweest als ik in de voorbereiding en begeleiding meer had gehoord over wat ik nou kan en mag'."

Ook wordt de pleegzorg over algemeen steeds zwaarder, ziet Oosterhoff. "Dat komt door twee ontwikkelingen: we willen dat kinderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar als het dan toch niet werkt, dan zijn de problemen dus vaak heftiger wanneer een kind toch uithuisgeplaatst moet worden. En als tweede: we willen minder kinderen en jongeren in de gesloten jeugdzorg, en dus stromen zij door naar de open jeugdzorg en gezinshuizen, en wordt er voor de kinderen en jongeren die daar zaten gezocht naar pleegzorgplekken. Vaak zijn dat kinderen en jongeren met complexere problematiek, en daarmee wordt de zorg voor pleegouders ook zwaarder."

info

EenVandaag Vraagt

In dit artikel zijn antwoorden verwerkt op vragen die zijn ingestuurd via EenVandaag Vraagt. Met EenVandaag Vraagt heb je invloed op wat we maken. Wil je meedoen? Download dan de Peiling-app van EenVandaag, ga naar 'Instellingen' en zet je notificaties voor EenVandaag Vraagt aan. Je vindt de vragen en antwoorden terug bij 'Doe mee'. De Peiling-app van EenVandaag is gratis te downloaden in de App Store of Play Store.

5. Hoe is het toezicht op pleegouders geregeld?

"Daar ligt een grote verantwoordelijkheid voor bij de pleegzorgorganisatie", antwoordt Oosterhoff. "Binnen die organisatie is de pleegzorgbegeleider degene die de eerste verantwoordelijkheid heeft om vinger aan de pols te houden, en eens in de 6 weken langs te gaan bij het gezin om de dynamiek te ervaren. Dat kan door vragen te stellen, maar moet iemand ook goed kunnen aanvoelen."

"Pleegzorgbegeleiders moeten geregistreerd staan bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd, en moeten ieder jaar aantonen dat ze ervaren en geschoold zijn. Vaak hebben pleegzorgorganisaties ook aanvullende trainingen voor die begeleiders, om gespecialiseerde kennis op te doen over thema's als de puberteit, hechting of trauma's", vult Wittenberg aan.

Maar de pleegzorgbegeleider staat er niet alleen voor. "Vaak is er ook een jeugdbeschermer gekoppeld aan het gezin, dat al bij het kind betrokken was voordat het uit huis werd geplaatst, en ook daarna betrokken blijft. Ook zijn gemeenten vaak betrokken, omdat zij degenen zijn die de pleegzorg inkopen en uitbesteden", zegt Wittenberg.

"En als er zorgen zijn, dan kan de pleegzorgorganisatie opschalen en bijvoorbeeld Veilig Thuis inschakelen of - in het uiterste geval - de Inspectie voor Gezondheid en Jeugd", vertelt Oosterhoff. "Het is niet zo dat die inspectie standaard steeksproefgewijs bij alle pleegkinderen en -ouders op bezoek gaat, maar ze kunnen wel hulpplannen van de organisaties opvragen om te kijken hoe die worden geschreven, en kunnen ingeschakeld worden om specifieke gevallen te onderzoeken waar het misgaat of dreigt te gaan. De Inspectie onderzoekt nu bijvoorbeeld ook de situatie van het 10-jarige pleegmeisje uit Vlaardingen."

6. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de stem van het kind wordt gehoord?

"Dat is een ingewikkeld ding", zegt Oosterhoff, "maar wel belangrijk voor de kwaliteit van de pleegzorg."

"Voor oudere kinderen is wettelijk vastgelegd dat ze vanaf hun 12de jaar en 16de jaar meer zeggenschap krijgen in waar ze komen te wonen. Maar voor jongere kinderen is het ingewikkelder om hun stem te horen en mee te nemen. Een pleegzorgbegeleider moet een hulpverleningsplan opstellen waarin staat waarom een kind in het pleeggezin wordt geplaatst, aan welk doel wordt gewerkt, en wat de rol van de pleegouders en het kind zelf daarin is. Maar in hoeverre dit expliciet wordt besproken, hangt ook af van degene die het plan opstelt."

7. Waarom bestaat het blokkaderecht van pleegouders, dat is toch niet in het belang van het kind?

Als een pleegkind langer dan één jaar in een pleeggezin woont, dan heeft de ouder met gezag of de voogd toestemming nodig van de pleegouders om het kind over te plaatsen. Als pleegouders een overplaatsing niet in het belang van het kind vinden en geen toestemming
geven, dan kan de ouder met gezag of de voogd naar de kinderrechter om vervangende toestemming te vragen.

"Ik kan me voorstellen dat dit misschien overkomt alsof pleegouders het recht krijgen een kind te 'claimen', maar kan uitleggen dat het toch een belangrijk recht is", zegt Oosterhoff. "Het blokkaderecht is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat zorgvuldig getoetst wordt of een overplaatsing in het belang van het kind is."

"Wanneer de eigen ouders vragen of het kind weer naar huis kan komen, wordt een proces in gang gezet waarbij hulpverleners vanuit de pleegzorg het kind een aantal keer bezoeken. Maar wat er dan soms gebeurt, is dat het iedere keer tijdens die bezoekjes gezellig is, en het kind gedraagt zich goed, maar dat na het bezoek blijkt dat het veel spanningen heeft opgeleverd voor het kind, en dat het dagenlang niet goed handelbaar is. De hulpverlening ziet dat dan niet, dat zien alleen de pleegouders. Daarom kunnen pleegouders bezwaar maken tegen het besluit van de pleegzorgbegeleider."

info

Aantal pleegkinderen en pleegouders neemt af

Het aantal kinderen en jongeren in pleeggezinnen neemt de laatste jaren geleidelijk af. In 2023 verbleven er 20,5 duizend kinderen en jongeren in een pleeggezin, terwijl dat er in 2019 nog ruim 23 duizend waren. Ook het aantal mensen dat zich aanmeldt als nieuwe pleegouder neemt al jarenlang af. In 2023 waren het er zo'n 1700, terwijl dat er in 2019 nog bijna 2800 waren.

8. Zijn er genoeg pleegouders?

"Nee, er is op dit moment een wachtlijst van ongeveer 500 á 600 jongeren die wachten op een plek in de pleegzorg. Er is vooral een tekort aan pleegouders voor tieners en jongeren", weet Oosterhoff.

"Je wil eigenlijk dat het aantal ouders veel hoger ligt dan het aantal kinderen en jongeren dat een plek zoekt, zodat je ook betere matches kunt maken", legt Wittenberg uit. "Zijn er bijvoorbeeld andere kinderen in het gezin, en hoe oud zijn die? En wat is de afstand tot de biologische ouders, is die te bereizen, kan het kind op de eigen voetbalclub blijven? Dat wil je kunnen meenemen in de keuzes."

"We zien dat heel veel mensen wel begaan zijn met pleegkinderen, en kregen bijvoorbeeld in de eerste week na Vlaardingen dubbel zo veel aanvragen van informatiepakketten", vertelt Wittenberg. "Maar op informatieavonden krijgen we daarna ook vaak te horen: jullie winden er geen doekjes om dat pleegzorg behoorlijk zwaar kan zijn. Dat vinden we ook belangrijk om eerlijk te zeggen."

Om het aantrekkelijker te maken om pleegouder te worden, ziet Oosterhoff een toekomst voor zich met meer hybride mogelijkheden. "Denk aan buurtgezinnen: een kind kan dan misschien wel twee weekenden in de maand bij een pleeggezin wonen, maar is ook een aantal middagen in de week bij een buurtgezin waar het meespeelt en mee-eet. Of het kind woont slechts de helft van de tijd bij een pleeggezin, en de andere helft bij de eigen ouders. Dat kan soms al genoeg zijn voor de ouders om de zorg voor hun kinderen toch wel vol te houden."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Wat is het nut van (zoveel) beschermde natuurgebieden in Nederland? En andere vragen over Natura 2000 beantwoord

Wat is het nut van (zoveel) beschermde natuurgebieden in Nederland? En andere vragen over Natura 2000 beantwoord
De Marker Wadden in het Markermeer zijn een van de Natura 2000-gebieden in Nederland
Bron: ANP

Of het nu gaat over stikstof, landbouw, verkeer, woningbouw of luchtvaart: in veel discussies duikt de term 'Natura 2000' op. Die vewijst naar beschermde natuurgebieden in Europa, waar strenge regels gelden. We vroegen wat jullie hierover wilden weten.

Jullie vragen worden beantwoord door ecoloog bij Wageningen University & Research (WUR) Theo van der Sluis. Hij houdt zich bezig met internationale projecten over landgebruik en biodiversiteit. Ook kregen we antwoorden van het Interprovinciaal Overleg (IPO), de organisatie waarin provincies samenwerken en kennis delen over onder meer natuurbeheer.

1. Hoe is Natura 2000 ontstaan, en wat is het doel van het aanwijzen van de gebieden?

Natura 2000 is het grootste samenhangende netwerk van beschermde natuurgebieden ter wereld. Die gebieden zijn aangewezen om planten, dieren en hun leefomgeving te beschermen, zodat de biodiversiteit - oftewel de variatie in de natuur - behouden blijft.

"We zien al decennialang een achteruitgang van de meeste soorten en hun leefomgevingen", legt ecoloog Van der Sluis uit. "Daarom is het Europese uitgangspunt dat landen er alles aan moeten doen om bepaalde soorten en leefomgevingen te beschermen. Dat betekent in ieder geval dat hun status niet verder achteruit mag gaan."

Om welke soorten en leefomgevingen het gaat? Dat is precies omschreven in een bijlage van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. "Vooral die laatste is belangrijk geweest voor het ontstaan van de Natura 2000-gebieden", weet Van der Sluis.

"In die richtlijn uit 1992 worden aanwijzingen gegeven aan lidstaten over hoe zij natuurbescherming moeten opzetten. Het gaat dan zowel om soorten die beschermd moeten worden, als om habitat - oftewel landschapstypen zoals hoogveen, vochtige heiden, of zilte schorren."

Op basis van die omschreven soorten en habitattypen hebben Europese landen gebieden aangedragen voor het Natura 2000-netwerk. Nederland kent op dit moment 162 Natura 2000-gebieden. Bekende zijn bijvoorbeeld De Veluwe, De Waddenzee en De Biesbosch.

info

De '2000' in Natura 2000

Het idee voor Natura 2000 ontstond in de jaren 90. De '2000' verwijst naar het jaar 2000, waarin het netwerk van beschermde natuurgebieden eigenlijk af moest zijn. Het was de bedoeling dat alle lidstaten dan hun bijdrage aan het netwerk geleverd zouden hebben door geschikte gebieden aan te wijzen. Dit doel is niet gehaald: het aanwijzen is tot ver daarna doorgegaan.

2. Wat is ervoor nodig om een gebied aan te wijzen als Natura 2000?

"Een gebied wordt aangewezen als het voldoet aan de criteria van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn. Er moet wetenschappelijk bewijs zijn dat een gebied ecologisch waardevol is", antwoordt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg (IPO).

Nederland moet gebieden voor bescherming vanuit de Habitatrichtlijn aandragen bij de Europese Commissie, legt de woordvoerder uit. Die beoordeelt het gebied, waarna de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) het gebied kan aanwijzen als Natura 2000-gebied.

"Gebieden die beschermd worden vanuit de Vogelrichtlijn hoeven niet eerst aangemeld te worden bij de Europese Commissie, maar kunnen direct door die staatssecretaris worden aangewezen", laat de woordvoerder weten.

Natura 2000-gebieden in Nederland
Bron: Bron: Compendium voor de Leefomgeving
Natura 2000-gebieden in Nederland

3. Kan ik als burger een rol spelen in het aanwijzen van nieuwe Natura 2000-gebieden?

Burgers kunnen reageren op ontwerpbesluiten van de staatssecretaris voor nieuwe Natura 2000-gebieden, maar in Nederland zijn sinds 2015 geen nieuwe gebieden meer aangewezen.

Van der Sluis verklaart: "Voor het aanwijzen van extra gebieden is op dit moment geen politiek draagvlak. Bovendien heeft de Europese Commissie geconcludeerd dat er voldoende Natura 2000-gebied is aangewezen, die streeft vooral naar een betere bescherming van de gebieden die er al zijn."

info

Internationaal doel: 30 procent beschermd natuurgebied in 2030

In 2022 werd onder leiding van de Verenigde Naties een internationale afspraak gemaakt om het verlies aan biodiversiteit te stoppen. Een van de doelstellingen is dat in 2030 30 procent van het land- en zeegebied wereldwijd beschermd is. In Nederland ligt dat percentage nu op bijna 26 procent.

Dat beschermde gebied bestaat niet alleen uit Natura 2000-gebieden. Ook bijvoorbeeld het Natuurnetwerk Nederland, bosreservaten en nationale parken tellen mee. Het verschil is: die gebieden hebben een lagere beschermingsstatus. Als er een beschermde soort of een Natura 2000-gebied in de knel komt, kan het Europees Hof van Justitie stappen ondernemen. Voor andere gebieden kun je alleen naar een Nederlandse rechter.

4. Welke wetenschappelijke onderbouwingen zijn er over het nut of effect van deze gebieden?

Het IPO antwoordt: "Onderzoek toont aan dat beschermde natuurgebieden biodiversiteit helpen behouden, processen in ecosystemen zoals waterzuivering en CO2-opslag verbeteren en klimaatverandering tegengaan. Effectiviteit hangt af van het beheer en de naleving van beschermingsmaatregelen."

Van der Sluis onderzocht in 2016 het effect van de Natura 2000-gebieden op verschillende plant- en diersoorten. "De conclusie was duidelijk: de soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden waren aangewezen, kwamen bovenmatig voor in die natuurgebieden. Die hebben er dus veel baat bij. Meer dan de overige soorten waarvoor de gebieden niet waren bedoeld. Al kwamen ook die meer voor, en profiteren zij dus ook."

"Hoewel er weinig wetenschappelijke kritiek is op Natura 2000, wordt soms gezegd dat de strikte regels natuurlijke veranderingen in de weg staan. Zoals heide die door stikstof verandert in bos, dat wordt tegengehouden door de heide te koesteren", legt Van der Sluis uit.

Tegelijkertijd benadrukt hij dat natuurbescherming niet alleen als een belemmering en verplichting moet worden gezien, maar ook als een investering die iets oplevert. "Herstelde natuur moet wettelijk beschermd worden, maar die bescherming levert iets op: volgens een berekening van de EU levert elke euro in natuurherstel 8 euro op. Ook Nederlandse berekeningen laten zien dat groen bijdraagt aan waarde: landbouwgrond wordt vruchtbaarder, huizen stijgen in waarde en mensen worden er gezonder van."

Bekijk ook

5. Aan welke regels moeten mensen en bedrijven zich houden rondom Natura 2000-gebieden?

IPO: "Activiteiten die schadelijk kunnen zijn voor de beschermde natuurgebieden en daar significante gevolgen kunnen hebben, zoals bouwen, landbouw of industrie, vereisen een natuurvergunning. Er gelden beperkingen op bijvoorbeeld stikstofuitstoot en verstoring van natuur." Er zijn dus regels voor hoeveel verstoring is toegestaan, zoals door geluidsoverlast of een teveel aan mensen en verkeer.

"We weten welke activiteiten schadelijk zijn, doordat we de negatieve gevolgen ervan terugzien in de natuur", zegt Van der Sluis. "Bepaalde planten, zoals de braam, zijn bijvoorbeeld een indicator van te veel stikstof."

Regelmatig leiden de regels voor natuurbescherming tot rechtszaken. "Zo oordeelde de Raad van State deze week over de lelieteelt dat niet uitgesloten kan worden dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen daar negatieve gevolgen kan hebben op Natura 2000-gebieden." Tenzij lelietelers het tegendeel kunnen bewijzen, is het gevolg dat zij voortaan een natuurvergunning nodig hebben.

info

EenVandaag Vraagt

Bij EenVandaag heb je de mogelijkheid om vragen en ideeën in te sturen. Dat kan altijd in onze chat, of je kunt meedoen aan de gerichte EenVandaag Vraagt-oproepen die wij zo'n twee keer per week plaatsen in de Peiling-app. De Peiling-app is gratis te downloaden in de App Store of Play Store.

6. Wie controleert of de natuurgebieden voldoende beschermd worden en is verantwoordelijk voor het beheer?

"De controle op naleving van de regels gebeurt door de Rijksoverheid, provincies en omgevingsdiensten. Beheer wordt uitgevoerd door terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten, provinciale landschappen, landgoedeignaren, particuliere grondbezitters, Staatsbosbeheer en provincies", antwoordt het IPO.

Hoe het ervoor staat met de biodiversiteit in beschermde natuurgebieden, wordt in opdracht van het Ministerie van LVVN over langere periodes gemonitord door partijen onder coördinatie van de Wageningen University & Research en kennisorgansiatie voor vogelonderzoek Sovon, vertelt Van der Sluis.

De gegevens uit die monitoring worden gedeeld met het Europees Milieuagentschap in Kopenhagen, dat iedere 6 jaar een rapportage maakt. "Op basis van bijvoorbeeld aantallen, leefgebieden en drukfactoren bepaalt het agentschap of de status gunstig, matig ongunstig of slecht is", legt Van der Sluis uit.

Bekijk ook

7. Hoe gaan andere landen om met deze gebieden, doet Nederland meer of minder om ze te beschermen en hoe komt dat?

IPO: "Alle landen in de Europese Unie zijn gehouden aan de Vogel- en habitatrichtlijn en hebben die in hun nationale wetgeving verankerd. De bescherming van deze gebieden is in andere landen binnen de EU dus vergelijkbaar met die in Nederland. Wel zijn er verschillen tussen landen in de manier waarop de bescherming van Natura 2000-gebieden precies wordt ingevuld."

"Nederland is verschillende keren op de vingers getikt door het Europees Hof. We waren te traag met het aanwijzen van gebieden. Ook is de Europese Commissie vorig jaar een inbreukprocedure gestart tegen Nederland over weidevogels, met name de grutto, om verplichtingen na te komen. 'De stand gaat achteruit, leg maar uit wat je daaraan gaat doen', was de strekking."

8. Waarom heeft Nederland voor zoveel kleine gebieden gekozen, dat is toch niet nodig en effectief?

"Nederland heeft een relatief versnipperd natuurnetwerk. Aanvankelijk richtte het natuurbeleid zich sterk op het verbinden van de natuurgebieden door verbindingszones, maar in 2010 werd daarop sterk bezuinigd", zegt Van der Sluis. Volgens hem is het onzinnig om die kleine gebieden samen te voegen tot één groot gebied, zoals minister Wiersma voorstelt. "Ze zijn juist aangewezen vanwege hun unieke natuurwaarde, vaak ontstaan over duizenden jaren. Dat verplaats je niet zomaar."

Het is een misvatting dat Nederland veel meer en kleinere Natura 2000-gebieden heeft aangewezen dan andere EU-lidstaten, zeggen zowel Van der Sluis als het IPO.

"De feiten zijn anders", zegt de woordvoerder van het IPO. "Er zijn in totaal meer dan 26.000 Natura 2000-gebieden in de EU. Alleen Malta, Cyprus en Luxemburg hebben minder natuurgebieden dan Nederland." Ook wanneer het aantal gebieden wordt berekend naar de grootte van landen, blijkt Nederland niet bovenmatig veel (kleine) gebieden te hebben.

"In Nederland is ongeveer 9 procent van het landoppervlak aangewezen als Natura 2000-gebied. Dat is minder dan in nabijgelegen lidstaten als Duitsland, België en Frankrijk. Duitsland heeft bijvoorbeeld per oppervlakte-eenheid ruim drie keer zo veel Natura 2000-gebieden als Nederland, en daar zitten ook hele kleine gebieden tussen", licht de woordvoerder van het IPO toe.

"Inclusief de grote wateren zoals het IJsselmeer, Markermeer en IJmeer bedraagt het oppervlak Natura 2000 in Nederland bijna 15 procent. Dat is lager dan het Europees gemiddelde, dat ligt op zo'n 18,5 procent. Samengevat heeft Nederland dus zelfs naar verhouding minder Natura 2000-gebieden dan de meeste andere Europese landen."

Bekijk ook

9. Kan een gebied haar Natura 2000-status verliezen?

Dat zal niet snel gebeuren. "Naar deze vraag is enige jaren geleden - op verzoek van de Tweede Kamer - uitgebreid onderzoek gedaan", antwoordt het IPO. "Het geheel intrekken van de beschermde status van een Natura 2000-gebied kan alleen onder bijzondere omstandigheden: bij fouten in de aanwijzing of als een gebied geen bijdrage meer levert aan de natuurdoelen. Dat is in Nederland nergens het geval", zegt de woordvoerder.

"Er zou wellicht ook te praten zijn over het afnemen van de status, wanneer er een zaak van nationaal of internationaal belang is", voegt Van der Sluis hieraan toe. "Denk aan een uitbreiding of verplaatsing van Schiphol, daar zouden argumenten voor kunnen worden ingebracht. Maar dan nog zou dat gepaard gaan met compensatie: elders moet dan waarschijnlijk nieuwe natuur worden aangelegd en beschermd."

Het is volgens hem ook niet slim. "Elk gebied is voor meer soorten en meer habitats aangewezen. De Biesbosch is bijvoorbeeld aangewezen voor negen habitattypen, acht broedvogelsoorten, negen vissoorten, enzovoorts. Dus je kunt niet zeggen: het gaat opeens goed met de ijsvogel, dan is het wel mooi geweest. Daarbij: als je de beschermde status van een gebied zou schrappen, zou het zomaar weer slechter kunnen gaan met de soort."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Annelien (42) is verzekeringsarts met parkinson en laat zien dat je met chronische ziekte nog prima kan werken

Annelien (42) is verzekeringsarts met parkinson en laat zien dat je met chronische ziekte nog prima kan werken
Annelien Oosterbaan
Bron: eigen beeld

Schrijf iemand met een chronische ziekte niet af. Dat is de boodschap van Annelien Oosterbaan, die parkinson heeft. Als verzekeringsarts ziet ze veel chronisch zieke mensen die nog kunnen en willen werken, maar daarin niet gesteund worden.

Stel je voor: je hebt een chronische ziekte, parkinson bijvoorbeeld of migraine. Tegelijk ben je nog jong en kun je hartstikke veel. Zij het met wat aanpassingen.

Niet aangenomen

Je wil graag werken en begint vol goede moed met solliciteren. Je hebt immers veel te bieden, weet je van jezelf. En er zijn hard mensen nodig met de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Wat kan er nu helemaal misgaan, zeg je tegen jezelf.

Toch word je niet aangenomen. Ook niet bij het tweede bedrijf waar je solliciteert, en het derde. Je zelfvertrouwen van eerst, wordt steeds minder.

Afgekeurd

Of je hebt wel een baan, maar komt er op een gegeven moment achter dat je een chronische ziekte hebt. Om je werk goed te kunnen uitvoeren, heb je wat extra hulp nodig van je werkgever.

Maar in plaats van die hulp te bieden, laat je werkgever op een gegeven moment weten dat je contract niet wordt verlengd. Of stelt die zich niet flexibel op, waardoor je het werk niet kan volhouden en je ziek uitvalt.

Bekijk ook

Te groot risico

Het gebeurt bij veel mensen met een chronische aandoening. Werkgevers zien deze groep nog altijd als een groot risico. Volgens onderzoeksinstelling TNO zijn ze bang dat het ze veel geld kost wanneer deze mensen op een gegeven moment uitvallen. En ze zijn vaak niet bekend met iemands aandoening, of wat dit betekend voor de inzetbaarheid.

Annelien Oosterbaan (42) weet daar alles van. Zij kreeg de diagnose parkinson op haar 33ste. "Het ligt natuurlijk aan de fase waarin je zit in je carrière. Hoe oud je bent en hoe ziek. Maar als je bij wijze van spreken nog moet beginnen, dan is aan een baan komen, of aan het werk blijven erg lastig met zo'n diagnose. Alleen maar omdat je een stempel hebt", vertelt ze.

'Dit is wie ik ben'

Je hoeft in Nederland niet te vertellen hoe het gesteld is met je gezondheid, als je gaat solliciteren. Maar Annelien wil open zijn over haar diagnose. "Dit is wie ik ben en ik wil ergens werken waar daar normaal mee wordt omgegaan. Waar ik niet hoef te liegen over mijn ziekte. Of het moet verbloemen. Dat kan ook helemaal niet", vertelt ze.

Dat dat niet vanzelfsprekend is, ontdekte ze na haar diagnose.. "Waar eerst veel mogelijkheden waren, liep ik ineens tegen een muur op. Ik kon alles nog, voelde me niet ziek, was fitter dan veel anderen. En toch werd ik buitengesloten. Bijvoorbeeld omdat het niet meer mogelijk was om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Je wordt veel te vroeg afgeschreven. Echt heel pijnlijk."

Bekijk ook

Omgeschoold tot verzekeringsarts

Annelien, die van huis uit gynaecoloog is, veranderde van koers en liet zich omscholen. Ze is als hoofdonderzoeker verbonden aan het Radboud UMC, waar ze zich bezighoudt met vrouwen en parkinson. En ze werkt als verzekeringsarts bij het UWV.

In haar werk bij de uitkeringsinstantie ervaart zij haar ziekte juist als meewaarde, vertelt ze. Omdat ze zich vanwege haar eigen diagnose goed kan verplaatsen in de mensen die ze tegenover zich heeft. Vaak zijn dat mensen met een chronische aandoening, die worstelen met de (on)mogelijkheden in hun werk.

'Werkgever wil van ze af'

Annelien ziet regelmatig mensen voor een beoordeling voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ze merkt dan dat het vooral de werkgever is, 'van ze af wil'. "Veel mensen hebben al zoveel meegemaakt aan afwijzing en onbegrip, dat ze daardoor zelf ook opgeven. Hier aandacht voor hebben in het gesprek is het minste wat je kunt doen", zegt ze.

"Ik denk dat het voor werkgevers vooral de angst is voor het onzekere bij zo'n diagnose. In plaats van je erin te verdiepen, wijs je dan maar iemand de deur.

'Dan moet je wel de kans krijgen

"Dit terwijl mijn ervaring vaak is dat hoe zieker iemand is, hoe meer motivatie diegene heeft om zich in te zetten en te bewijzen wat die nog wel kan. Maar dan moet je wel de kans krijgen "

Zelf maakte ze ook van alles mee, in de ziekenhuiswereld nota bene. "En dat vind ik niet eerlijk. Want niet iedereen met een chronische ziekte is er al aan toe om niet meer te werken. Soms kan het niet anders, maar vaak ook wel."

Bekijk ook

Steeds meer mensen met chronische aandoening

Dat vindt onderzoeker Lidewij Renaud van TNO ook. "De groep mensen met een chronische aandoening is enorm groot en blijft groeien. Bijna 60 procent van alle Nederlanders heeft er minstens een. Binnen die groep mensen zit een enorm arbeidspotentieel, ruim 400.000 banen", vertelt ze.

"We blijven met z'n allen een beetje steken in de gedachte dat deze groep alleen bestaat uit mensen die heel erg ziek zijn. Mensen die niet kunnen werken, niet mee kunnen doen. Maar dat klopt niet", benadrukt Renaud.

Van rugklachten tot parkinson

De variatie aan aandoeningen is groot, vervolgt ze. Dat gaat van rugklachten tot zware hooikoorts en parkinson. "Dat zijn heel verschillende aandoeningen, die je inzetbaarheid kunnen beïnvloeden, maar waarmee je in veel gevallen nog prima kunt werken. Al moet je werkgever daar misschien wat aanpassingen voor doen."

Natuurlijk zijn er ook mensen die zo ziek zijn dat ze echt niet meer kunnen werken, zegt ze. Bijvoorbeeld mensen met een vergevorderde vorm van kanker. "Maar dat gaat lang niet over iedereen."

'Laat me alsjeblieft wat doen'

Annelien zou graag zien dat de maatschappij verandert. Dat mensen met een chronische ziekte - die dat kunnen en willen - zo lang mogelijk kunnen blijven werken. Daar ondersteuning bij krijgen van hun werkgever. "Er gaat nu enorm veel arbeidspotentieel verloren."

"Al moet ik de krant rondbrengen, of ergens koffie inschenken, het maakt me niet uit. Maar laat me alsjeblieft wat doen. Dat is voor mij van heel veel waarde", zegt Annelien. Waarom? "Je gaat ergens naartoe, je wordt daar verwacht, je doet mee in de maatschappij, je voelt dat je van belang bent, mag meedoen", legt ze uit.

Bekijk ook

Buiten de maatschappij

"Op het moment dat je thuis komt te zitten, word je voor je gevoel toch voor een groot deel buiten de maatschappij geplaatst", vervolgt ze. "Het is al pittig om zo'n diagnose te krijgen, en als je dan ook nog wordt uitgesloten van het werkende leven, dan is dat gewoon best wel hard."

"Als het moment daar is dat het echt niet meer kan, dan is dat pijnlijk maar dan is het ook wat het is", legt ze uit. "Maar als je te vroeg wordt weggezet, terwijl je eigenlijk veel dingen nog wel kan, dan is dat bikkelhard. Al kosten ze misschien wat meer moeite."

'Liever voor elkaar zijn'

"We moeten allemaal wat toleranter worden en wat liever voor elkaar zijn, het zou niet alleen om geld moeten draaien", geeft Annelien mee. "De waarde van mee kunnen doen is niet in geld uit te drukken."

Onderzoeker Renaud raadt werkgevers, maar ook werknemers aan om het gesprek met elkaar aan te gaan. "Dan kun je in kaart brengen wat iemand nodig heeft om zo lang mogelijk goed inzetbaar te blijven."

Lastig voor kleine ondernemers

Maar de onderzoeker begrijpt ook dat dat lastig is. "Het is een taboe en dat werkt twee kanten op: aan de ene kant durven mensen er niet eerlijk voor uit te komen, omdat ze bang zijn voor een negatieve reactie van de werkgever. Aan de andere kant durven werkgevers mensen minder makkelijk aan te nemen als ze weten dat iemand ziek is, of ziek is geweest."

"In Nederland kunnen de kosten voor de werkgever hoog oplopen als iemand langdurig uitvalt. Zeker voor kleinere ondernemers kan dat lastig zijn", erkent Renaud. Een bedrijf betaalt een ziek gemelde werknemer in het eerste jaar 100 procent door en in het tweede 75 procent. Daarna komt iemand terecht in de Ziektewet. "Het dubbele is: het doorbetalen van de loonkosten is juist bedoeld om de werknemer te beschermen."

Bekijk ook

Systeem veranderen

Het zou volgens de TNO-onderzoeker helpen als in het systeem rondom de arbeidsmarkt de mens meer centraal zou komen te staan. Ze ziet dit als een gezamenlijke opdracht van werkgevers, brancheorganisaties en de overheid.

"Nu wordt heel erg gedacht vanuit het werk, van: dit is mijn vacature en ik zoek iemand die daarbij past. Maar als je meer gaat denken vanuit de persoon die op gesprek komt, welk werk diegene zou kunnen doen. Dan kun je veel passender werk creëren." Door creatiever te denken, kunnen werkgever veel oplossen, is haar conclusie.

'Schrijf iemand niet direct af'

Wat er volgens Annelien anders zou moeten? "Ik vind dat werkgevers die het financieel gezien kunnen leien zich verantwoordelijker op zouden moeten stellen, door mensen duurzaam aan het werk te houden. Dan zullen ze ook zien dat dat iets oplevert."

Ze raadt werkgevers aan om zich te verdiepen. "Als je kijkt naar parkinson, iemand die dat heeft, gaat langzaam geleidelijk achteruit. De een sneller dan de ander maar. Het is niet zo dat iemand van de ene op de andere dag ineens niks meer kan. Het is in die zin best een voorspelbare ziekte. Er valt dus wel een plan te maken, en als het niet haalbaar blijkt, dan stel je die toch gewoon weer bij?"

Positief gevoel

Zelf kijkt Annelien positief naar de toekomst van haar werkende leven. "Ik heb gelukkig nog geen cognitieve problemen, geen mist in mijn hoofd, geen moeite met dubbeltaken en focussen. Daar ben ik heel gelukkig mee, want ik heb ken genoeg jonge mensen met parkinson die daar al wel last van hebben. Het merendeel valt binnen 5 tot 10 jaar uit van werk. Ik ben intussen 9 jaar verder."

"Het gaat goed met me. En hoe lang dat zo blijft: geen idee. Maar ik ben super gemotiveerd om zo lang als mogelijk aan het werk te blijven. En ik denk wel dat ik, juist door bezig te blijven, langer goed blijf."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant