Nieuw onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) toont aan waarom mensen met zware beroepen eerder kunnen en moeten stoppen met werken. "Mensen in de bouw dragen tijdens hun werkende leven meer AOW-premie af dan ze ooit zullen ontvangen."

Volgens het onderzoek is een vervroegd pensioen goed haalbaar. EIB heeft over de grens gekeken om te onderzoeken hoe een vervroegd uittreden bij zware beroepen uitpakt.

Oostenrijk en Finland als voorbeeld

"In dertien andere Europese landen wordt al onderscheid gemaakt tussen zware en minder zware beroepen", vertelt directeur Taco van Hoek. "We hebben ingezoomd op Oostenrijk en Finland, waar in 2014 het pensioenstelsel werd hervormd en meer maatwerk in de pensioengerechtigde leeftijd is aangebracht. Er werd een speciaal 'years of service'-pensioen ingevoerd. Als je 38 jaar zwaar werk hebt uitgevoerd, kun je in Finland nu 2 jaar eerder met pensioen."

Onder zwaar werk valt in Finland 'bewegingen die veel spierkracht vereisen', maar ook 'ploegendiensten met nachtwerk' en 'veeleisend interactief werk waarbij veel stress komt kijken'. Ook in Oostenrijk is het Schwerarbeitspension een succes. Daarom denkt Van Hoek dat het in Nederland ook haalbaar is. "Om het te realiseren moet er een aanpassing komen van de Algemene Ouderdomswet en er moet voldoende fiscale ruimte gemaakt worden voor een vervroegd pensioen."

Lees ook

Fysieke problemen na je 55ste

Voor metselaar Henk Spaan klinkt een vroegpensioen als muziek in de oren. Niet omdat hij zijn werk niet leuk vindt, maar na 52 jaar begint het fysiek een uitdaging te worden. "Het is zwaar. Ik word ouder en dat merk ik aan mijn lijf. Elke dag moet je best wat kracht gebruiken. Ook sta je soms urenlang in een kromme houding te werken."

Zijn werkgever Peter Koenders heeft ruim 40 mensen in dienst en ziet dat zijn personeel vaak na hun 55ste fysieke problemen krijgt. "Ook merk ik dat het lastiger wordt voor mijn oudere werknemers om de druk en snelheid van het werk bij te houden. Maar ik moet concurrerend zijn dus ik vraag wel een bepaalde snelheid. "

Kopzorgen

Koenders is voorstander van een vervroegd pensioen voor zijn bouwplaatspersoneel. Dat zou hem een hoop kopzorgen schelen. "Nu kunnen mensen bij mij een 4-daagse werkweek krijgen. En dat is echt wel nodig. Want ik zie ook dat het geen onwil is van de werknemers. Maar een ander beroep leren willen ze helemaal niet en kunnen ze vaak ook niet meer."

Toch zit hij ook klem. "Ik heb maar één staffunctie en niet allerlei vervangende kantoorbanen voor hen. Maar ik vind dat als werkgevers bereidheid tonen om duurzame inzetbaarheidsregelingen te treffen, ze daarvoor wel vergoed moeten worden."

Wat zijn zware beroepen?

Marike Knoef, hoogleraar economie aan de Universiteit Leiden zegt dat het moeilijk is om vast te stellen wat zware beroepen zijn. "Als je mensen vraagt: 'goh, heeft u een zwaar beroep?', dan zijn er best wel veel mensen die zeggen dat ze een zwaar beroep hebben."

"In Oostenrijk zeggen ze bijvoorbeeld als je meer dan 2000 kilocalorieën verbrandt per dag, dat het dan zwaar is, maar er zijn ook veel beroepen die veel stress met zich meebrengen. Die zijn ook zwaar. Ik denk bijvoorbeeld ook aan mensen in de transport. Misschien dat ze niet zoveel calorieën verbranden, maar ze moeten wel de hele dag heel goed opletten in het verkeer en dat is natuurlijk ook van belang voor de veiligheid. Naast fysiek zware beroepen zijn er nog wel meer beroepen te bedenken die zwaar kunnen worden gekwalificeerd."

Fysieke eisen

15 procent van de werkenden in de bouwnijverheid heeft moeite om aan de fysieke eisen van het werk te voldoen. Volgens Taco van Hoek komt dat doordat veel werk in een onnatuurlijke houding wordt verricht. "22 procent van het bouwplaatspersoneel staat dagelijks langdurig in een moeilijke en ongemakkelijke houding."

Naast een ongemakkelijke werkhouding gaat het bij fysiek zware beroepen ook om het regelmatig veel kracht zetten bij de werkuitvoering. Ook hier geldt dat de bouw, samen met gezondheidszorg, industrie en handel het zwaarst belast zijn. In de bouw wordt 30 procent van de werknemers blootgesteld aan trillingen, die via het hand het fysieke gestel belasten. Maar ook mensen in de landbouw, vervoerssector en waterbedrijven hebben daar veel last van.

Lees ook

Op vroegere leeftijd begonnen

Behalve dat een vervroegd pensioen voor veel werknemers een fysieke noodzaak is, blijkt het volgens berekeningen van het EID ook een hele rechtvaardige. Van Hoek: "De gemiddelde leeftijd waarop iemand begint te werken in de bouw is 22 jaar, timmerlieden beginnen soms al met 17 jaar. Ze dragen dus ook gedurende een langere periode AOW-premie af. Hun salaris ligt beneden gemiddeld: rond de 35.000 bij een fulltime aanstelling. Vergeleken met een gemiddelde Nederlander bouwt bouwplaatspersoneel dus minder pensioen op. (ter vergelijking: Hoogopgeleiden verdienen gemiddeld 67.000 per jaar, laagopgeleiden 37.000 per jaar). Behalve dat ze vroeger beginnen met werken, hebben ze ook een lagere levensverwachting. En daardoor ontvangen ze ook minder AOW."

Eerder onderzoek naar zware beroepen van de EIB heeft aangetoond dat de extra afgedragen AOW en de minder ontvangen AOW een netto contactwaarde heeft van 60.000 euro, waardoor er tot 5 jaar eerder uitgekeerd kan worden.