Deze zomer zijn in vier weken tijd vier historische vliegtuigen verongelukt. Onderzoek naar deze crashes loopt nog. Mogen deze oudjes nog vliegen of kunnen ze beter in een museum aan de grond worden gezet?

Vlammen uit de motor

"This is getting very bad", zegt een van de passagiers van de op 10 juli neergestorte Convair 340. Vanuit het vliegtuig filmt de man de vlammen die uit de linkermotor van het toestel - dat in 1954 gebouwd is – slaan.

Het vliegtuig, bestemd voor het Nederlandse Aviodrome, stort neer op een melkfabriek. De filmende man overleeft de crash, maar er zijn ook twee doden en veel gewonden te betreuren. Behalve deze Convair 340 storten in een maand tijd nog drie historische vliegtuigen neer: een Douglas C-47 die vlak na het opstijgen in brand vliegt, een Havilland DH-112 die neerstort in een weiland en een Junker Ju-52 die op 4 augustus in de Zwitserse Alpen verongelukt en waarbij alle twintig inzittenden om het leven komen. De onderzoeken naar de oorzaken lopen nog. De kans is echter klein dat er een sluitende verklaring te geven is, want vliegende oldtimers hebben geen zwarte doos aan boord.

Verschillende ongelukken

Emile Wolff is hoofd Onderhoud bij de Dutch Dakota Association en hij begrijpt de zorgen over de veiligheid in het historisch vliegverkeer goed. “Het zijn veel ongelukken in korte tijd en natuurlijk vraag je je af of het meer is dan pech. Maar de gecrashte vliegtuigen verschillen erg van elkaar: zo is de Havilland DH-112 een militair vliegtuig en de Convair 340 een verkeersvliegtuig uit de jaren ‘50, die ook een tijdje dienst deed als passagiersvliegtuig bij de KLM. En ook de omstandigheden waren anders. De Junker Ju-52 deed een toeristische rondvlucht en botste tegen een berg en de Douglas C-47 belandde bij het opstijgen naast de baan en vloog in brand. En de Havilland DH-112 stortte tijdens een oefening voor een airshow neer op 50 koeien in een weiland in Wisconsin. En bij de Convair 340 vatte de linkermotor vlam tijdens een testvlucht."

Volgens het onderzoeksrapport van de South African Civil Aviation Authority (SACAA) ging er daarna een en ander mis met het uitvoeren van de noodprocedures. “Volgens dat onderzoeksrapport zijn de blusmogelijkheden genegeerd”, zegt luchtvaartdeskundige Joris Melkert van TU Delft en expert op het gebied van mogelijke toedrachten van vliegrampen. "Hierdoor botste het toestel uiteindelijk tegen een melkfabriek, waarbij ook een fabrieksarbeider om het leven kwam."

Historisch erfgoed

Wanneer mag een vliegtuig het predikaat ‘historisch’ voeren? Verkeer en Waterstaat hanteert een aantal criteria – zo moet het vliegtuig tenminste 30 jaar oud zijn en dient het een toegevoegde historische waarde te hebben. Naar schatting zijn er nog zo’n 1000 toestellen, waarvan nog iets minder dan de helft in gebruik is. Nederland telt diverse verenigingen met enthousiaste leden die met zich met hart en ziel inzetten voor het behoud van vliegend cultureel erfgoed.

Museum of luchtruim

Is het verantwoord om klassiekers te laten vliegen? Of is het verstandig om deze oude kisten tentoon te stellen in een museum? Deze kwestie ligt gevoelig – het onderhoud van historische vliegtuigen wordt immers vaak met veel liefde, vakmanschap en toewijding door vrijwilligers gedaan. Melkert geeft aan dat er geen reden is om te twijfelen aan de veiligheid van de toestellen. "Deze oude kisten voldoen aan strenge veiligheidsnormen, waardoor er geen aanleiding is om er museumstukken van te maken. Sinds de ramp met de Dakota is er zoveel verbeterd op het gebied van veiligheid, er is geen reden tot zorgen.”

Melkert doelt op de Dakota-ramp op 25 september 1996 toen een Douglas DC-3 tijdens een rondvlucht in de Waddenzee neerstortte. Alle 32 inzittenden kwamen om het leven, onder wie 26 brugwachters in dienst van de provincie Noord-Holland die op personeelsuitje waren.

Ook Emile Wolff verzekert dat een verblijf aan boord van een historisch vliegtuig anno 2018 veilig is. “Wij moeten voldoen aan dezelfde veiligheidseisen als de burgerluchtvaart. Historische vluchten met passagiers aan boord zijn net zo veilig als de vluchten van de KLM en Transavia. Daar kan ik mijn hand voor in het vuur steken.”