Leerlingen op middelbare scholen buigen zich met het vak geschiedenis momenteel over de periode 1568-1648. Die periode staat te boek als de 80-jarige oorlog. Tevens is er bij de NTR een serie te zien over deze gruwelijke tijd en opent het Rijksmuseum in Amsterdam vanaf 12 oktober een tentoonstelling waarin de hoofdpersonen en de belangrijkste gebeurtenissen van de oorlog centraal staan.

Waarom? Het antwoord ligt voor de hand: 450 jaar geleden begon een oorlog tegen de Spaanse overheerser die godsdienstoorlog, vrijheidsoorlog of burgeroorlog genoemd is, maar nu houden we het op De Opstand. De namen van Willem van Oranje, Philips II, de hertog van Alva, en de geuzen zijn er onverbrekelijk aan verbonden. 

Het begin van de strijd laten we officieel beginnen met de slag van Heiligerlee in Groningen. Er bestaat nog wat discussie over wanneer het conflict precies is begonnen. In 1567 werd er immers ook al fel gestreden in Oosterweel. Het einde in 1648 (de vrede van Münster) is een vaststaand feit. 

Gedurende die 80 jaar werd het gebied dat nu onderdeel is van Nederland, België en een stukje van het noorden van Frankrijk geteisterd door Spaanse en Staatse troepen. Van beide kanten werd vaak buitengewoon veel geweld gebruikt. Zoals de historicus Anton van der Lem zegt: ”Bij elke partij had je schurken en fanatiekelingen.” Het was volgens hem ‘een vuile oorlog’.

Protestanten wilden godsdienstvrijheid

Aan de basis van het conflict lag de eis van godsdienstvrijheid. De protestanten wilden hun geloof in vrijheid kunnen belijden. Daar wilde Philips II, koning van Spanje en landsheer der Nederlanden, in het geheel niets van weten. De protestanten, de volgelingen van Calvijn of Luther, waren in zijn ogen ketters. En ketters, zo zag Philips II het, moeten uitgeroeid worden. De brandstapel moest hun lot worden.

De hertog van Alva, de ijzeren hertog genaamd, behoorde orde op zaken te stellen. Het liep compleet uit de hand. In een van de rijkste gebieden van Europa golfden de oorlogshandelingen op en neer. Steden werden belegerd, ingenomen en geplunderd. Het platteland gebrandschat, boeren en burgers mishandeld, verkracht en tot slot aan de spies geregen. Tolerantie voor de anders-gelovigen was er niet. Het was een tijd van extremen, van pijn, vuur en geweld. Anton van de Lem, verbonden aan de universiteit van Leiden, vertelt over de wanhoop, angst en vooral honger van Leidse burgers. Hun stad werd immers maanden door de Spanjaarden belegerd. 

Onderdeel van onze identiteit

De van oorsprong Spaanse historicus Yolanda Rodríquez Pérez bekijkt het lange conflict door de ogen van de zuiderlingen die het klimaat in het noorden vervloekten. Het was er volgens hen altijd koud, nat en guur. Zelfs de sterren aan de Hollandse hemel trilden volgens hen van de kou. Uiteindelijk hadden de Spanjaarden geen keuze meer. De oorlog heeft Madrid heel veel ellende en geld gekost, en wat leverde het op? Het heeft ons uiteindelijk een land opgeleverd en het heeft onze identiteit mede gevormd.