De reddingsbrigade bestaat vandaag exact 100 jaar. Waar de boten vroeger met paarden het strand op werden gesleept worden drenkelingen tegenwoordig door reddingsrobot Emily uit het water gevist. Misschien het antwoord op het teruglopende aantal vrijwilligers bij de organisatie, iets waar de 75-jarige vrijwilliger Jan van Went zich ernstige zorgen over maakt.

Van Went sloot zich ruim zestig jaar geleden aan bij de Reddingsbrigade en stoppen is een woord dat niet voorkomt in zijn vocabulaire. “Zolang ik mij goed voel blijf ik nog wel even doorgaan en ik hoop dat ik er zeker nog vijf jaar aan vast kan plakken en misschien doe ik er dan nog wel vijf jaar bij. Ik vind het heerlijk om lekker van het strand te kunnen genieten. Ik denk niet aan stoppen.”

Te weinig vrijwilligers
Vrijwilligers zoals Jan zijn er echter steeds minder. De Reddingsbrigade drijft op haar vrijwilligers, dat zijn er zo’n 5000 in Nederland, maar de aantallen lopen terug. “Dat de Reddingsbrigade er ook in de toekomst veel vrijwilligers bij krijgt is heel belangrijk. Het wordt steeds drukker op het strand en bij rivieren en de verwachtingen zijn dat regen toeneemt en dat de zeespiegel gaat stijgen. Het water zal voor Nederland de komende 20 tot 30 jaar dus een groter probleem worden en daarin is een belangrijke rol voor de Reddingsbrigade weggelegd”, zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Hij schreef het boek ‘De redder in nood’ over 100 jaar Reddingsbrigade.

Volgens Van Went moet het tekort opgevangen worden met financiële middelen en zullen alleen vrijwilligers in de toekomst niet meer volstaan. “Er wordt overleg gepleegd met de gemeente of er betaalde krachten kunnen komen. Dat betekent dat ze door het zomerseizoen heen een aantal uren betaald krijgen voor aanwezigheid op de strandpost.”

Voorbereiding met duikers tijdens een reddings-
demonstratie. 
Jan van Went staat helemaal rechts met zwart-wit jack aan.


Bond tot het Redden van Drenkelingen
Op 16 september 1917 werd in Amsterdam de Bond tot het Redden van Drenkelingen opgericht. Voortgekomen uit een samenwerking tussen eerder opgerichte brigades uit Den Bosch, Amsterdam, Haarlem, Breda en Den Haag. Honderd jaar later is de Reddingsbrigade uitgegroeid tot landelijke een organisatie met 166 brigades, verdeeld over heel Nederland. 

Toen nog met Houten roeiboten, tegenwoordig met een heuse reddingsrobot genaamd Emily. In Castricum wordt er al volop met haar geëxperimenteerd. Lennaert Zonneveld kwam de robot tegen op internet en haalde haar naar Nederland. “In Amerika en ook andere delen van de wereld wordt het veel meer gebruikt. In Thailand varen ze, ze varen in Australië, Japan en China. Alleen in Europa zie je het minder. Hier kunnen we nog wel een paar stappen zetten op het gebied van dit soort innovaties.”

Toch onderkennen zowel Lennaert Zonneveld als Jan van Went dat het redden toch echt mensenwerk blijft en dat Emily de vrijwilligers in de toekomst niet kan vervangen. “Je moet het echt zien als een extra hulpmiddel dat we kunnen inzetten om reddingen te doen en zelf veiliger te werken. Je bent sneller inzetbaar maar het blijft echt een hulpmiddel. Mensen zullen altijd nodig blijven.”