Paastakken in huis, eieren schilderen en zoeken, paasvuren aansteken en woonboulevards bezoeken. Het zijn slechts een paar van de vele paastradities die we in Nederland kennen. Maar waar komen al deze tradities vandaan en waarom doen we ze? Ineke Strouken, oud-directeur van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, vertelt de verhalen achter de vijf bekendste paastradities.

1. Paasvuur

Paasvuren hebben volgens Strouken een praktische oorsprong. "Het heeft te maken met het opruimen van je huis en van je land. Er werd van alles op die berg gegooid, soms zelfs autobanden, om vervolgens verbrand te worden. Het liep op een gegeven moment zo uit de hand dat de organisaties van paasvuren strenger gingen toezien op wat er allemaal verbrand werd, want de paasvuren werden steeds vervuilender." De paasvuren hebben ook een religieuze en sociale betekenis. "Het heeft ook iets gezelligs, je doet het samen met het hele dorp. Daarnaast horen vuren er ook in heel veel culturen en religies erbij. Het staat ook voor afscheid van een tijd en het vuur staat ook voor vruchtbaarheid."

2. Paasontbijt

Ook het paasontbijt kent een lange geschiedenis. Veel mensen denken dat het vele eten tijdens de feestdagen iets is van deze tijd, maar ook vroeger was het paasontbijt het hoogtepunt van Pasen. Strouken: "Je moet je bedenken dat mensen gingen vasten voor Pasen. Daarnaast vond er een grote schoonmaak plaats van het huis en het land. De winterkleren gingen in de kast en de zomerkleren eruit. Na al dit werk barstte je natuurlijk van de honger. Eten en feesten hoort heel erg bij elkaar. Lekker eten betekende ook veel eten. Wij eten misschien een à twee eitjes, vroeger at je er tien of vijftien. Uitdelen was ook erg belangrijk: met Pasen deed je dat met eieren, tijdens Oud en Nieuw deelde men oliebollen uit." Eieren kleuren is ook een oude traditie: in een 18e eeuws kookboek staat al vermeld hoe je dat moet doen. Strouken: "Vroeger werden eieren gekleurd met behulp van natuurlijke kleurstoffen: wanneer je eieren kookt in uienvellen kleuren ze namelijk rood."

3. Het ei 

Het ei hoort volgens Strouken al sinds het 4e eeuw bij Pasen. "Een ei staat in het christendom voor vruchtbaarheid. Daarnaast was het eten van eieren belangrijk met Pasen omdat het bekend was dat je ervan aansterkte. Dat was nodig na strenge winters met weinig eten. De kippen legden in de winter niet zo veel eieren en tegen de tijd dat het Pasen werd was er een eieroverschot. De boeren schilderden daarom de eieren, want deed je als je een ei cadeau gaf, en deelden ze uit aan de armen."

4. Paashaas

De paashaas is vergeleken met de andere tradities, redelijk nieuw vertelt Strouken. "De eerste vermelding van de paashaas werd gedaan rond 1840. Wij  Nederlanders vonden het in eerste instantie maar niks, die paashaas. De paashaas kwam namelijk uit Duitsland uit een  verre Duitse cultuur: daar wilden we niks van weten. Op een gegeven moment maakte hij via een kinderboekje toch zijn intreden in Nederland." Maar wat hebben Pasen en konijnen gemeen? Strouken: "Een haas is al vroeg in het voorjaar bezig met voortplanting, die is heel vruchtbaar. Het paasfeest staat voor vruchtbaarheid en voortplanting. Pasen was hét allerbelangrijkste feest van het jaar, het was belangrijker dan kerst. Het heeft een religieuze kant, maar het is ook een voorjaarsfeest."

5. Tweede Paasdag 

Bij oorsprong werd pasen 8 dagen lang gevierd. Sinds 1815 is 2e paasdag officieel een vrije dag. Eerste paasdag was de dag waarop je naar de kerk ging en had een religieuse lading. Tweede paasdag was een dag vol vermaak en feestelijkheden. Nu gaan de meeste mensen naar een woonboulevard. Ook wel leuk om te weten: pasen was veel belangrijker dan kerst. Pasen was echt hét feest van het jaar.