De toekomst van de mantelzorg: familie springt meer in
De Tweede Kamer debatteert maandag over de bezuinigingen in de zorg. Een belangrijk gegeven staat nu eigenlijk al vast: in de toekomst is het de familie zelf die meer voor zieken, ouderen en gehandicapten gaat zorgen. Mantelzorg wordt de norm in de nieuwe politieke plannen.
Op dit moment maken 800.000 Nederlanders gebruik van langdurige zorg. Zij krijgen hulp met aankleden, douchen, huishoudelijke hulp en doktersbezoek via de thuishulp. Dat kost de overheid 27 miljard euro per jaar, en daarop wordt gekort omdat het langzamerhand onbetaalbaar is. Op de huishoudelijke hulp alleen al staat een bezuiniging van 600 miljoen euro, oftewel 40 procent, op de rol.
In de nabije toekomst moeten mantelzorgers -familileden, vrienden en buren- dat soort hulp gaan geven. 2,6 miljoen mensen zorgen al voor een hulpbehoevende vriend of familielid en dat worden er veel meer. Wat vinden ouderen die nu thuishulp krijgen ervan dat ze straks een beroep moeten doen op familie en vrienden?
Monique Meesters zorgt voor een gehandicapte zoon, een dementerende moeder en werkt daarnaast nog drie dagen per week. Met hulp van familieleden redt ze het net. Maar als er iets mis gaat, is de rek er snel uit. Ze is bang dat ze haar baan moet opzeggen als het kabinet blijft bezuinigen op zorg voor ouderen en gehandicapten.
Mariëlle Koekenbier van het EenVandaag Opiniepanel presenteert de uitkomsten van een onderzoek over mantelzorg: willen we eigenlijk wel voor elkaar gaan zorgen als onze naasten, buren of vrienden hulpbehoevend worden, en zitten hulpbehoeveden er wel op te wachten? Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid), reageert op de uitkomsten van het onderzoek.