Als huisartsen rokers vaker aanspreken op hun ongezonde gewoonte, zullen meer mensen stoppen. Acht arts-specialisten schreven daarom een open brief waarin ze ervoor pleiten dat huisartsen roken vaker aan de orde stellen in de spreekkamer.

Als begeleiding bij de open brief maakten de huisartsen ook een confronterende video, waarin zij rokers op straat aanspreken. De artsen bieden hen hun kaartje aan, voor als ze hen 'later nodig hebben'.

Huisarts, en columnist voor de Volkskrant, Joost Zaat snijdt het onderwerp roken regelmatig aan. "De meeste mensen vinden het niet vreemd als je erover begint. Elke roker weet dat roken slecht voor je is en verslavend is." Het hangt er volgens Zaat wel vanaf waarvoor patiënten langs komen. "Als iemand voor een snee in de vinger komt, begin ik niet meteen over roken. Maar als ze komen voor luchtwegklachten, hoge bloeddruk, vermoeidheid of huidinfecties vraag ik er wel naar. Meestal weet ik dat ook wel trouwens. En dan hebben we het erover."

Volle wachtkamer

Hij kent weinig verstokte rokers. "De meeste mensen willen er gewoon vanaf", zegt hij. In zijn spreekkamer stelt hij dan ook regelmatig de open vraag of de patiënt nog 'gezonde of ongezonde gewoontes heeft'. "Als ze nee zeggen laat ik het erbij en kom ik er misschien een volgende keer op terug. Als men aangeeft ervan af te willen, probeer ik erop in te gaan." Tijd is wel een probleem, als het gaat om het aankaarten van rookgedrag. "Als de wachtkamer vol zit, de patiënt al zes klachten heeft besproken en je loopt al achter, dan laat ik het ook weleens liggen."

Volgens Zaat is het goed dat er een oproep is gekomen van zijn collega's. "Al vind ik het wel een beetje makkelijk om te zeggen: dat moet de huisarts allemaal doen. Elders in de zorg zou er ook meer aandacht voor moeten zijn. Er zijn nog maar weinig ziekenhuizen, zo'n 10 tot 14 van de 96 ziekenhuizen, die 'stoppen met roken-poliklinieken' hebben. Terwijl cardiologen, neurologen, dermatologen en longartsen daar wel veel met de gevolgen te maken hebben." Dat veel ziekenhuizen nog niet rookvrij zijn, vind Zaat ook opvallend. "Mijn ziekenhuis in Beverwijk heeft ook nog een keurig rookterras. We moeten dit met zijn allen doen."

Stopprogramma is te kort

Met dat 'met zijn allen doen', doelt Zaat ook op de verzekeraars. Die laten het erbij zitten, volgens Zaat. "Verzekerden mogen één keer per jaar een stopprogramma aflopen. Afhankelijk van de verzekeraar krijg je daar als huisarts zo'n 65 tot 70 euro voor. Daarvoor moet je mensen zes keer zien. Maar dat aantal is vaak veel te weinig. De verzekeraars geven veel geld uit aan behandelingen die gericht zijn op genezing van kanker, maar zetten nauwelijks in op stoppen met roken. Dat is vreemd."

We hebben de verzekeraars uitgenodigd in de radio-uitzending op deze uitspraak van Joost Zaat in te gaan. Het Verbond van Verzekeraars wilde niet zelf reageren en vroeg haar lid Menzis om de honneurs waar te nemen. Menzis deed dat niet. Verzekeraar VGZ vind dat het een onderwerp is dat voor alle verzekeraars geldt, en wilde daarom niet meewerken aan de uitzending. Verzekeraar Achmea/Zilveren Kruis stelt dat de Rijksoverheid gaat over de hoogte van de vergoeding, en wilde daarom ook niet reageren.

Stoppen met verkoop sigaretten

Supermarkt Lidl maakte gister bekend dat ze als eerste supermarkt stoppen met de. tabaksverkoop. Enthousiast reageerde staatssecretaris Blokhuis op Twitter. Hij wil in gesprek met andere ketens, want die gaven eerder dit jaar aan dat zij voorlopig niet gaan stoppen.

Overigens is Lidl niet de eerste grote winkelketen waar tabak uitgebannen wordt. Begin januari maakten Kruidvat en Trekpleister een soortgelijk voornemen bekend.

Overheidscampagnes en het stoppen van tabaksverkoop lijken effect te hebben. Al jaren is een duidelijk dalende trend te zien van het aantal rokers in Nederland. Vergeleken met de landen om ons heen zitten we in de middenmoot. Uit Europees onderzoek van vorig jaar blijkt wel dat Nederlanders, op Zweden na, het meest actief proberen te stoppen met roken.

Anti-rookcampagne in Nazi-Duitsland

De eerste moderne anti-rookcampagne is volgens velen een uit Nazi-Duitsland. Adolf Hilter had een enorme hekel aan roken en bovendien had een Duitse arts in de jaren dertig als een van de eerste artsen een statistisch verband gevonden tussen roken en longkanker. Tegenwoordig zijn nationale campagnes heel gebruikelijk.