Verschillende media zijn in bezit van data van de politie van de Chinese regio Xinjiang. Daar wordt de Oeigoerse bevolking nog altijd gevangen gehouden in strafkampen. Vraag is of een boycot de Chinese overheid op andere gedachten kan brengen.

De Oeigoeren worden al jaren zwaar onderdrukt in China. Vandaag kregen verschillende media foto's van gevangen genomen Oeigoeren in handen na een datalek. Ook hebben ze spreadsheets met namen van gevangenen en de reden voor hun opsluiting. Met dit lek wordt opnieuw pijnlijk duidelijk dat er iets moet gebeuren om de Oeigoeren te helpen.

Veel uit China

Volgens China-deskundige Fred Sengers wordt ongeveer één op drie producten gemaakt in China. "Ik zeg wel eens tegen mensen als ze het over een boycot hebben: 'Als je thuiskomt, pak dan eens 10 of 20 producten, kijk op het etiket en kijk waar het vandaan komt'. De kans is groot dat dan een derde tot de helft uit China komt." Dan kan het volgens Sengers gaan om meubels en verlichting, maar ook kleding.

Maar, dat er veel in China gemaakt wordt, hoeft volgens de deskundige niet te betekenen dat we er ook afhankelijk van zijn. "Neem kerstverlichting. Als het niet meer uit China komt, is dat heel vervelend voor de tuincentra. Maar daar zal de economie niet echt door veranderen."

Bekijk ook

Afhankelijk voor medicatie

Maar dat geldt lang niet voor alle spullen die we gebruiken. "Er zijn natuurlijk wel productgroepen waarvoor dat anders is. Denk aan medicijnen", vertelt Sengers. "En tijdens de coronacrisis hebben we gezien hoe afhankelijk we zijn van China voor de levering van medische beschermingsmiddelen."

"Dan kun je het wel over een boycot hebben, maar ik zie niet snel een politicus z'n kiezers vertellen dat er over 3 of 4 weken een medicijntekort is."

'Het kwam ons heel goed uit'

Voor bepaalde belangrijke productgroepen zijn we dus afhankelijk geworden van China. En dat hebben we volgens Sengers geheel aan onszelf te danken. "Het kwam ons heel goed uit. Wij zijn allemaal goedkope spulletjes uit andere landen gaan halen", vertelt hij.

"Heel veel producten halen we goedkoop daar vandaan, dat vinden we prima. Dat heeft niet geleid tot werkloosheid hier, want wij zijn andere dingen gaan doen die misschien nog wel meer geld opleveren." Een boycot gaat volgens Sengers niet zomaar. "Die zal met een enorme prijs komen en als je het al doet, dan zal het op bepaalde deelgebieden zijn."

Bekijk ook

Aan waarden hangt een prijskaartje

Bij het verplaatsen van de productie naar China is in het verleden niet altijd gedacht aan de mensenrechten. "Aan waarden hangt een prijskaartje, zeker in dit geval." Volgens Sengers wordt het lastig om die waarden weer op de eerste plaats te zetten. "Het kan naast welvaartseffecten ook praktische effecten hebben."

Als voorbeeld geeft Sengers de energietransitie. "We willen minder afhankelijk zijn van Rusland. Daar hebben we bijvoorbeeld zonnepanelen voor nodig. Maar 45 procent van de wereldproductie van polysilicium, wat je daarvoor nodig hebt, komt uit Xinjiang. Dus een boycot zou onze energietransitie treffen. Het is niet goed denkbaar dat je alles wat China maakt, hier gaat maken. Los van de enorme investeringen, wie moet daar gaan werken?"

China laat zich niet de les lezen

China heeft volgens Sengers volop geprofiteerd van de globalisering sinds het land is toegetreden op de wereldmarkt. "Dat is het moment geweest dat de ontwikkeling een hele vlucht heeft genomen." Het Westen wilde graag handel voeren met China, maar had niet altijd grip op de binnenlandse politiek. "Natuurlijk heeft het Westen continu tegen China gezegd dat er een heleboel omstandigheden zijn waar we het niet mee eens zijn."

Ooit had dat volgens Sengers effect. "Maar naarmate China sterker en krachtiger is geworden, is de neiging om zich de les te laten lezen afgenomen. Wij willen ons ook niks laten zeggen. Dat is typisch grote landen-gedrag", vertelt Sengers.§

Bekijk ook