
Waarom wordt niet overal dezelfde grens getrokken? En andere vragen over stikstofarme zones beantwoord
Boeren protesteren opnieuw door het hele land tegen aangekondigde stikstofplannen van het kabinet. Om de stikstofuitstoot flink te verlagen, wil de overheid bufferzones van 1 kilometer instellen rond twintig natuurgebieden. Met gevolgen voor boeren daar.
Jullie vragen worden beantwoord door Jan Willem Erisman, hoogleraar Milieu en Duurzaamheid van de Universiteit Leiden.
1. Waar komt die stikstof eigenlijk vandaan?
Stikstof wordt voornamelijk veroorzaakt door twee bronnen, begint Erisman. "De eerste bron is de verbranding van fossiele brandstoffen. Denk hierbij aan energieproductie, verkeer en de olie- en gasindustrie. Overal waar kolen, olie of gas verbrand worden, ontstaan stikstofoxiden die zich door de lucht verspreiden", legt hij uit.
De hoogleraar noemt de landbouw als tweede grote bron. "Nederland importeert veel krachtvoer", zegt Erisman. "Dit wordt gemaakt van soja uit Brazilië en vermalen tot veevoer. Landbouwdieren krijgen stikstof uit hun voer, zoals gras, maïs en krachtvoer binnen. Zo komt het in de mest terecht, die vervolgens als ammoniak in de lucht komt." Wanneer ammoniak in de grond trekt, verzuurt de bodem en heeft dat schadelijke gevolgen voor de natuur.
"Bovendien gebruiken boeren in Nederland veel kunstmest", vervolgt Erisman. "Doordat we hier enorm veel vee hebben en veel kunstmest gebruiken, concentreren we heel veel stikstof op een klein oppervlak. Daardoor is Nederland een soort 'stikstof-hotspot' in Europa geworden."
2. Waarom zijn de stikstofnormen in alle landen verschillend, is het niet beter dat er een Europese norm komt?
Gaat het over water- en natuurkwaliteit, dan gelden in heel Europa dezelfde normen, zegt Erisman. "Zo moet de waterkwaliteit overal voldoen aan een drinkwaternorm van 50 milligram nitraat per liter." Voor de natuur geldt de Kritische Depositiewaarde (KDW): de hoeveelheid stikstof waar de natuur nog mee om kan gaan. "Overal waar je heide hebt in Europa gelden dezelfde waarden. Als er meer stikstof neerkomt dan de KDW, ontstaan er schadelijke effecten in de natuur."
Volgens de hoogleraar Milieu en Duurzaamheid moet het stikstofbeleid los worden gezien van de normen voor de natuurkwaliteit. "Sommige landen hebben geen stikstofbeleid, omdat de stikstof niet overal een probleem vormt. Soms liggen boerderijen, drukke wegen en steden immers heel ver van die natuurgebieden vandaan. De stikstofniveaus zijn daardoor heel laag", legt hij uit.
"In Nederland is dat een ander verhaal", vertelt hij verder. "Door de hoge concentratie van landbouw, industrie en verkeer dicht op de natuur, is de belasting van stikstof zo hoog. De overheid stelt vervolgens zelf beleidsnormen vast om ervoor te zorgen dat die stikstofuitstoot onder de KDW komt. En die beleidsnormen kunnen wél verschillen per land."
Bij EenVandaag heb je de mogelijkheid om vragen en ideeën in te sturen. Dat kan altijd in onze chat, of je kunt meedoen aan de gerichte EenVandaag Vraagt-oproepen die wij zo'n twee keer per week plaatsen in de Peiling-app. De Peiling-app is gratis te downloaden in de App Store of Play Store
3. Bij het ene natuurgebied geldt een grens van 500 meter, bij het andere 1 kilometer: waarom wordt niet overal dezelfde grens getrokken?
Een lastige vraag, vindt Erisman. "Dit zou namelijk betekenen dat voor ieder natuurgebied exact dezelfde randzone geldt. Maar voor een klein natuurgebied kan een grens van 500 meter al effectief zijn, terwijl een groot gebied juist een veel bredere zone nodig heeft", legt hij uit.
Grotere natuurgebieden kunnen juist beter grotere randzones hebben, omdat de belasting van stikstof vanuit die omringende zones op het totale gebied veel hoger is. Hier zijn meerdere studies naar gedaan en het is daarom volgens de hoogleraar niet verstandig om te werken met vaste randzones.
Hij stelt voor om specifiek te kijken naar welke bedrijven daadwerkelijk invloed hebben op de natuur. "Hoe hoger de uitstoot en hoe dichter je bij een natuurgebied zit, hoe groter je invloed is", zegt Erisman. Algemene, vaste randzones hebben volgens hem daarom weinig effect.
4. Kunnen de stikstofregels zo afgesproken worden dat boeren en bedrijven in de buurt van natuurgebieden kunnen blijven bestaan?
Erisman benadrukt dat boeren niet weg hoeven, zolang de uitstoot van stikstof in de natuurgebieden maar afneemt. "Dat kan bijvoorbeeld door meer grond te gebruiken of door in te zetten op technologie", legt hij uit.
Hij geeft een voorbeeld van een speciaal afzuigsysteem in kippenstallen: "Deze installatie reinigt de lucht in de stallen en zorgt voor 80 procent minder uitstoot." Daarnaast ziet Erisman het houden van minder vee ook als een manier om te kunnen blijven boeren in de buurt van natuurgebieden.
5. Waarom is het stikstofprobleem na zoveel jaar nog steeds niet opgelost?
De hoogleraar Milieu en Duurzaamheid ziet dat economische belangen van boeren, de vee-industrie en supermarkten een rol spelen rondom het stikstofprobleem. "Zodra de overheid maatregelen aankondigt, is de weerstand bij deze partijen heel groot", zegt Erisman.
Dat het stikstofdossier maatschappelijk vastzit, heeft volgens hem ook een historische oorzaak. "Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland erg ingezet op voedselproductie, met de gedachte: 'nooit meer een Hongerwinter'. Consumenten zien daarom geen kwaad in het produceren van voedsel, waardoor boeren relatief veel support van hen krijgen", zegt Erisman.
"Al deze factoren maken het erg lastig om een evenwicht te vinden tussen de economische belangen van de landbouw en de ecologische waarde van de natuur", merkt Erisman tot slot op.