Werkzoekenden bij een UWV-loket in AmsterdamBron: ANP
Werkzoekenden bij een UWV-loket in Amsterdam

Sociale zekerheid: hoe houdbaar is ons vangnet nog? En meer van jullie vragen beantwoord

Doe mee
Maak favoriet

Sociale zekerheid is een term die de laatste tijd vaak voorbij komt. Zeker nu het kabinet nadenkt over bezuinigingen en vakbonden actievoeren tegen mogelijke veranderingen. Voor EenVandaag Vraagt vroegen we wat jullie over het stelsel wilden weten.

Jullie vragen worden beantwoord door hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg University Ton Wilthagen. En door Franca van Hooren, zij is universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

1. Wat is sociale zekerheid precies en wat valt eronder?

"Sociale zekerheid is eigenlijk terug van weggeweest in het publieke debat", zegt Wilthagen. Dat heeft volgens hem te maken met de onzekere tijd waarin we nu leven, met stijgende kosten, geopolitieke spanningen en veranderingen op de arbeidsmarkt door bijvoorbeeld AI. "Dan willen mensen terug naar de basiszekerheid."

Compensatie voor mensen die het op welk terrein dan ook niet zelf redden.
hoogleraar Ton Wilthagen over wat sociale zekerheid is

Wat bedoelen we precies met sociale zekerheid? "De ruimste interpretatie is eigenlijk toch: compensatie voor mensen die het op welk terrein dan ook niet zelf redden", legt de hoogleraar uit. Het gaat dan bijvoorbeeld om een uitkering voor mensen die niet genoeg inkomen hebben om rond te komen of door omstandigheden minder of niet kunnen werken. Of om een toeslag voor bijvoorbeeld de huur of zorgpremie.

Maar vaak wordt het begrip smaller gebruikt, namelijk voor regelingen en verzekeringen voor mensen die werken of hebben gewerkt. Dus wat er precies onder sociale zekerheid valt, hangt er dus van af hoe breed je het bekijkt.

2. Hoe is het ontstaan en waarom heeft Nederland eigenlijk zo'n vangnet?

De eerste wetten rond sociale zekerheid kwamen in het begin van de vorige eeuw. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog werd dit uitgebreid tot een verzorgingsstaat. Het idee daarachter is dat mensen niet volledig aan hun lot worden overgelaten als ze bijvoorbeeld werkloos of arbeidsongeschikt raken.

"De gedachte was dat alle ellende die mensen in het verleden hadden meegemaakt niet opnieuw mocht gebeuren. Dus dat de overheid de plicht had om voor zwakkeren in de samenleving te zorgen", vertelt Van Hooren. Vanaf de jaren 80 en 90 kwam er steeds meer nadruk op marktwerking, privatisering en eigen verantwoordelijkheid.

Maar, zegt Wilthagen daarover: "Hoe meer je inzet op marktwerking, hoe meer je vervolgens ook moet gaan controleren." Van Hooren wijst erop dat die nadruk op controle en het voorkomen van misbruik kan leiden tot steeds meer regels en bureaucratie. De toeslagenaffaire laat volgens haar zien hoe ver dat kan doorschieten.

3. Hoe wordt sociale zekerheid betaald en hoeveel kost het?

Dat verschilt, maar er zijn twee belangrijke soorten verzekeringen. Zo zijn er volksverzekeringen, zoals de AOW: die zijn er in principe voor iedereen. Dan zijn er nog de werknemersverzekeringen, zoals de WW en WIA: die zijn gekoppeld aan werk.

"Je moet dus een werknemer zijn om een WW- of WIA-uitkering te krijgen", legt Wilthagen uit. Bij werknemersverzekeringen betalen werkgevers en werknemers premies. Andere regelingen worden rechtstreeks uit belastinggeld betaald. En niet alleen de uitkeringen en toeslagen kosten geld, maar ook de uitvoering ervan door instanties als de Belastingdienst en het UWV.

Het gaat bij elkaar om grote bedragen: voor dit jaar is in totaal 126,6 miljard euro begroot voor uitgaven aan sociale zekerheid. Ondertussen moeten er ook veel extra miljarden naar Defensie, omdat Nederland dat binnen de NAVO heeft afgesproken. Dat geld wil het kabinet deels weghalen bij uitkeringen. Tot grote onvrede bij de vakbonden, die daarom volop actie voeren tegen de geplande bezuinigingen.

4. Is ons sociale zekerheidsstelsel nog wel houdbaar?

Er zijn flink wat uitdagingen, ziet hoogleraar Wilthagen. Zo vallen er steeds meer mensen uit waardoor ze niet meer kunnen werken, waarbij mentale problemen steeds vaker een belangrijke rol spelen. Tegelijkertijd groeit het aantal mensen in de bijstand, terwijl door vergrijzing en een langere levensverwachting meer mensen AOW ontvangen.

Ondertussen heeft ons land volgens hem veel arbeidskrachten nodig. Nederland moet dan ook vooral voorkomen dat mensen die kunnen werken langdurig afhankelijk worden van een uitkering, vindt hij. "Je kunt twee dingen doen: de uitkeringen steeds verder versoberen of ervoor zorgen dat minder mensen afhankelijk worden van die uitkeringen."

De hoogleraar pleit daarom voor betere begeleiding van werk naar werk. "Daarbij moet niet alleen naar diploma's worden gekeken, maar vooral naar wat iemand kan en welke vaardigheden iemand heeft."

Bovendien ziet Wilthagen dat het beleid dat mensen aan het werk moet helpen, een averechts effect kan hebben. Hij noemt doorbetaling bij ziekte als voorbeeld: "De huidige regeling kan werkgevers terughoudender maken met het aannemen van mensen die eerder langdurig ziek zijn geweest of een beperking hebben."

5. Hoe zorgen we ervoor dat werken loont, zonder het vangnet voor kwetsbaren af te breken?

De overheid kan bij sociale zekerheid aan drie knoppen draaien, zegt Wilthagen: toegang, hoogte en duur. "Wie krijgt een uitkering, hoeveel krijg je, vanaf wanneer en hoe lang?" Een lagere of kortere uitkering kan mensen stimuleren om sneller werk te zoeken. Maar dat lost volgens hem niet automatisch het onderliggende probleem op.

Want als iemand na een kortere WW-periode nog steeds geen werk heeft gevonden, kan die persoon bijvoorbeeld in de bijstand belanden. De hoogleraar vindt het daarom te vroeg om de WW nu te verkorten zolang mensen niet goed genoeg worden geholpen om nieuw werk te vinden. "Ga eerst aan de slag met de modernisering van de arbeidsmarkt."

Beide experts wijzen naar de Scandinavische landen als voorbeeld waar mensen actiever worden begeleid naar werk. Wilthagen noemt dat 'werkzekerheid': niet de zekerheid dat je altijd dezelfde baan houdt, maar dat je 'opnieuw werk kunt vinden en je vaardigheden kunt blijven ontwikkelen'.

Van Hooren benadrukt wel dat sociale zekerheid niet alleen bedoeld moet zijn om mensen aan het werk te krijgen. "Je kiest er niet voor om ziek te worden, mensen willen echt niet arbeidsongeschikt worden."

Bij hervormingen moet daarom vooral worden gekeken naar de mensen die het meest afhankelijk zijn van het stelsel, vindt de universitair hoofddocent. "De allerkwetsbaarsten in de samenleving die nu afhankelijk zijn van al deze regelingen, die moeten daarin ook weer centraal staan."

6. Hoe verschilt ons stelsel van dat in andere Europese landen, bijvoorbeeld in Scandinavië?

Een belangrijk verschil is volgens Van Hooren hoeveel verantwoordelijkheid mensen samen dragen. In Scandinavische landen betalen mensen over het algemeen meer belasting. "Daar staat een sterk collectief systeem tegenover, met voorzieningen zoals kinderopvang."

In die landen worden bijvoorbeeld gezinnen volgens haar al langer ondersteund in het combineren van werk en zorg. "Tweeverdieners zijn daar al decennia de norm, terwijl Nederland van een kostwinnersmodel naar een anderhalfverdienersmodel is gegaan."

Het stelsel wordt in Scandinavië meer benaderd als een universele verzorgingsstaat, ziet Wilthagen: iedereen draagt eraan bij en mensen die meer verdienen dragen meer bij.

In Nederland probeert de overheid het gedrag van mensen vaker met financiële prikkels te veranderen, legt de hoogleraar uit. "Wij werken meer met verschillende potjes en premies." Dat past volgens hem bij het marktgerichte denken dat hier sterker is geworden.

Betekent dit dat Nederlanders minder sociale zekerheid willen? Wilthagen denkt van niet: mensen zijn volgens hem bereid ervoor te betalen, zolang het systeem goed werkt. Van Hooren voegt daaraan toe dat het 'niet zonder solidariteit kan'. De discussie rond sociale zekerheid gaat volgens haar dan ook niet alleen over geld, maar ook over hoeveel verantwoordelijkheid we samen willen dragen.

Advertentie via Ster.nl