Jullie vragen worden beantwoord door rechtswetenschapper Masuma Shahid van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, die zich binnen het internationaal en Europees recht heeft gespecialiseerd in lhbti+-rechten. En door communicatiewetenschapper Anna Berbers van de Universiteit van Amsterdam, zij onderzoekt hoe organisaties communiceren over lhbti+-thema's en hoe de betekenis van Pride door de jaren heen is veranderd.
1. Waarom hebben we het over lhbti+-rechten? In essentie gaat het toch gewoon om het recht om in vrijheid te zijn wie je bent of wil worden?
In de kern gaat het inderdaad om het recht om te zijn wie je bent. Maar communicatiewetenschapper Berbers benadrukt dat dit nog voor lang niet alle groepen in de samenleving ook daadwerkelijk zo geldt. "Ik denk dat het belangrijk is om het te hebben over rechten voor lhbti+-personen, precies omdat zij op dit moment nog niet de vrijheid hebben om te zijn wie ze willen zijn. Ook in Nederland niet."
Je ziet inderdaad dat lhbti+'ers zich niet altijd veilig voelen om zichzelf te zijn, zegt ook rechtswetenschapper Shahid. Terwijl dit wel een mensenrecht is, legt ze uit. "We hebben de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, met daarin artikel 1 over menselijke waardigheid." Volgens dit artikel worden alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. "Dit basale recht komt in het geding als mensen worden aangevallen om het zijn van zichzelf."
"Er is een sterke stijging in het aantal meldingen van geweld en discriminatie tegen lhbti+'ers", vervolgt ze. "40 procent van de lhbti+'ers voelt zich dan ook weleens onveilig. Ik denk dat dit moeilijk te begrijpen is voor mensen die er zelf niet mee te maken hebben, maar bij zoiets simpels als hand in hand op straat lopen ervaren lhbti+'ers soms angst om bijvoorbeeld uitgescholden te worden. Het recht om jezelf te zijn is voor hen dus verre van een vanzelfsprekend."
Lesbische vrouwen: vrouwen die op vrouwen vallen
Homoseksuele mannen: mannen die op mannen vallen
Biseksuele mensen: mensen die op mensen van beide geslachten kunnen vallen
Transgender mensen: mensen wiens genderidentiteit (hoe je je voelt) niet overeenkomt met het geslacht waarmee ze zijn geboren
Intersekse personen: mensen die geboren zijn met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken
'Plus': alle andere genderidentiteiten en seksuele voorkeuren die afwijken van de maatschappelijke norm
2. Is bekend door wie en in welke landen de lhbti+-gemeenschap niet wordt geaccepteerd?
Shahid wijst erop dat er veel landen zijn waar lhbti+'ers potentieel gevaar lopen, puur om wie ze zijn. "Wereldwijd zijn er 63 landen waar homoseksualiteit bij wet verboden is. In de meeste van die landen kun je een gevangenisstraf krijgen, maar in elf ervan zelfs de doodstraf", weet de rechtswetenschapper.
De acceptatie van lhbti+-mensen is in sommige landen sinds de jaren 80 toegenomen, maar deze is in net zoveel landen afgenomen. Dat laat een groot, wereldwijd onderzoek uit 2021 zien, vertelt Berbers. "Er wordt geconcludeerd dat de acceptatie vaak is toegenomen in landen waar lhbti+'ers decennia geleden ook al het meest werden geaccepteerd en dat de acceptatie is afgenomen in landen die toen ook al laag scoorden op acceptatie", vertelt ze. "Er is dus een soort tweedeling ontstaan."
Anna Berbers (links) en Masuma Shahid (rechts) Het is volgens beide experts opvallend dat uit allerlei studies blijkt dat in Nederland de acceptatie is afgenomen. "Niet alleen omdat Nederland juist lange tijd bekendstond om acceptatie, maar ook als je kijkt naar hoe goed het financieel met Nederland gaat, qua bruto binnenlands product", zegt Shahid. "Daar is een relatie tussen, op basis waarvan je zou verwachten dat wij betere bescherming van minderheden zoals lhbti+'ers in onze wetgeving hebben verankerd. Maar voor Nederland gaat dit dus niet op in vergelijking met andere Europese landen als Spanje en Portugal."
Nederland staat op plek 13 van de ILGA Rainbow Index, waarin jaarlijks wordt bijgehouden hoe het in Europese landen staat met de wettelijke positie van lhbti+'ers. "Toen de index voor het eerst op deze manier verscheen, in 2013, stond Nederland nog op een achtste plek", vertelt Berbers. "Dit jaar staat Nederland op plek 13 van 49."
Er staan dus nog veel Europese landen onder Nederland op de ranglijst, wat betekent dat de rechten van lhbti+'ers daar minder beschermd zijn. Zo zijn er veel landen waar het homohuwelijk nog niet gelegaliseerd is. Ook is in Italië bijvoorbeeld draagmoederschap verboden en is IVF niet vrij beschikbaar voor koppels van hetzelfde geslacht. In Hongarije hebben deze stellen geen erfrecht, als gevolg van dat zij niet mogen trouwen, somt Shahid op.
Toch is Nederland dus gezakt op de Rainbow Index. Dat komt vooral doordat wij inmiddels achterlopen op andere Europese landen, zegt de rechtswetenschapper. "Een klein land zoals Malta heeft veel maatregelen genomen om acceptatie te verbeteren en staat daardoor al jarenlang bovenaan de ranking. Ook Spanje en Portugal hebben wetten aangenomen die Nederland nog niet heeft, zoals wetten die homogenezing verbieden."
"Veel Nederlanders hebben nog in hun hoofd dat Nederland een gidsland is voor lhbti+-rechten, omdat wij het eerste land waren waar het homohuwelijk werd toegestaan", vult Berbers aan. "Maar nu zijn andere landen verder in het verbeteren van de positie van lhbti+-personen en kunnen we van hen leren."
In hoeverre de lhbti+-gemeenschap wordt geaccepteerd verschilt overigens ook sterk binnen die groep, zegt Berbers. "Met name transmensen en non-binaire mensen ervaren veel discriminatie. Zij hebben in vergelijking tot homoseksuele, lesbische en biseksuele mensen meer moeite met het vinden van een baan en woning, hebben het laagste mentale welzijn en plegen vaker zelfmoord."
"Je ziet dit overigens ook terug in de ontwikkeling van Pride", vertelt ze. "Toen de Pride in Amsterdam net was opgezet, in 1996, werd in het nieuws vooral gesproken over het vieren van de acceptatie. Als in: 'Het is zo fijn dat we hier geaccepteerd worden, Amsterdam is de 'gay capital' van Europa!' Maar er kwam steeds meer protest van mensen die zeiden: 'Ik ben nog steeds niet geaccepteerd.'"
"Tijdens Pride werden altijd al veel feesten georganiseerd en dat is nu nog zo. Er zijn de laatste tien jaar meer culturele activiteiten bijgekomen, zoals kunstexposities en toneelvoorstellingen, als ook debatten en protestmarsen. In deze meer diverse activiteiten zie je dat deelnemers zowel vieren wie ze zijn, als dat ze luid laten horen dat meer acceptatie nodig is", zegt Berbers.
3. Wekt de lhbti+-gemeenschap niet zelf negatieve reacties op door zo naar voren te treden, waardoor acceptatie vermindert?
"Mensen denken vaak over Pride 'waarom dit zo nodig moet met glitters en veel bloot', en geven soms ook aan een soort 'regenboogmoe' te zijn. Maar eigenlijk laat de ophef over Pride vooral zien dat de acceptatie er nog niet is", antwoordt Berbers. "Andere feestelijke vieringen waar niet de hele bevolking aan meedoet, zoals carnaval, wekken niet dezelfde ophef op."
"Het is voor sommige lhbti+'ers belangrijk om Pride te vieren, omdat zij zich in het dagelijks leven niet veilig voelen om zichtbaar zichzelf te zijn. Tijdens Pride kunnen ze dat wel", gaat de communicatiewetenschapper verder. "Dat wordt gevierd, en tegelijkertijd wordt er aandacht gevraagd voor de acceptatie die er nog niet is. Zichtbaarheid is dus belangrijk om letterlijk te laten zien dat er veel mensen zijn die nog geen gelijkheid en acceptatie ervaren."
Shahid denkt dat veel mensen onderschatten hoeveel lhbti+'ers er zijn in Nederland. "Juist omdat zij niet elke dag met een vlag rondlopen en in het dagelijks leven gewoon zichzelf zijn. Daardoor denken mensen soms dat het om een hele kleine minderheid gaat, die naar voren treedt tijdens zoiets als Pride." Maar uit cijfers van statistiekbureau CBS blijkt dat 18 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder zichzelf als lhbti+'er identificeert. "Dat is meer dan 1 op 6 mensen", benadrukt ze.
4. Wat wordt er 'bedreigend' gevonden aan gelijke rechten voor lhbti+-mensen?
"Doordat mensen vaak sociaal wenselijke antwoorden geven, is het moeilijk om aan te tonen waarom mensen een negatieve mening hebben over lhbti+'ers", zegt Berbers. "Maar uit de antwoorden die mensen in onderzoeken geven, valt toch het een en ander op te maken. Twee verklaringen voor de weerstand die sommige mensen voelen zijn een angst voor verlies aan status en een toename van conservatieve waarden."
"Angst voor verlies aan status zie je bij cisgender (niet transgender) heteroseksuele mensen, die op dit moment een dominante en bevoorrechte status hebben in de samenleving, soms zonder dat ze dat zelf weten", legt ze uit. "Als lhbti+-personen extra mogelijkheden krijgen, dan voelen zij zich soms achtergesteld. Er zijn bijvoorbeeld organisaties die transmensen betaald verlof geven als ze een genderoperatie hebben ondergaan, dan is er minder geld voor anderen. Maar vaker nog hebben mensen er in feite geen last van dat lhbti+-mensen nieuwe mogelijkheden krijgen, maar leidt het toch tot een gevoel van weerstand."
Een tweede verklaring voor dat gevoel is volgens haar de toename aan conservatieve waarden wereldwijd. "Hoe conservatiever de waarden van een persoon zijn, hoe groter de kans dat diegene het niet eens is met lhbti+-rechten", weet ze. "Het conservatieve wereldbeeld ondersteunt bestaande normen in de samenleving: dat hetero-zijn normaal is en dat er twee genders zijn, man en vrouw. Als iemand die normen dan in twijfel trekt, komt diegene aan de conservatieve waarden en kan dat weerstand oproepen."
De wereldwijde beweging richting conservatisme heeft op zichzelf weer verschillende verklaringen, vertelt Shahid. "Een daarvan is dat vrouwen steeds meer gelijke rechten en mogelijkheden hebben gekregen. Mannen ervaren daardoor problemen die zij eerder niet kenden en willen als het ware terug naar een tijd waarin die problemen er nog niet waren", legt ze uit. "Je ziet daarom niet alleen weerstand tegen lhbti+-personen, maar ook tegen andere minderheden en tegen vrouwen die inmiddels meer rechten hebben gekregen. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld uit pogingen om het recht op abortus in te perken."
5. Hoe kan meer acceptatie bereikt worden? Bijvoorbeeld via opvoeding, politiek of het recht?
Bergers ziet een grote rol voor opvoeding en educatie. "Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat jongeren een lagere kans hebben om gepest te worden als er op school genoeg aandacht en steun is voor lhbti+." Ook Shahid vindt het belangrijk dat kinderen leren dat er verschillende seksuele geaardheden en identiteiten bestaan. "Mensen die er weinig vanaf weten denken dat er ook weinig lhbti+'ers zijn en dat het ver van hen af staat. Dan blijf je teruggrijpen op wat je wél kent, in plaats van meer te accepteren."
Daarnaast ziet ze een belangrijke rol weggelegd voor de politiek. "Politici zouden zich moeten inleven in mensen die een beroep willen doen op lhbti+-rechten, in plaats van in de meerderheid." De rechtswetenschapper wijst naar de vrouwenbeweging in de jaren 60 en 70, of recenter naar de protestbeweging tegen Zwarte Piet. "De meerderheid in een samenleving weet niet hoe het is om als minderheid te leven. In een democratie moet daarom juist worden bedacht hoe de rechten van minderheden zo goed mogelijk beschermd kunnen worden."
Ook het recht kan bijdragen aan acceptatie, vertelt ze. "Na de legalisatie van het homohuwelijk in de Verenigde Staten door het Hooggerechtshof, in 2015, is de acceptatie van lhbti+'ers en het homohuwelijk over het algemeen toegenomen, tot de herverkiezing van Trump. Een soortgelijke curve in acceptatie is ook te zien in andere landen waar het homohuwelijk gelegaliseerd werd door een uitspraak van de rechter of door de wetgever."
"Daarnaast heeft het Hooggerechtshof toen bepaald dat je als minderheid niet hoeft te wachten tot de wetgever ingrijpt. Je kunt ook zelf je recht behalen door een rechtszaak te starten. Ondanks dat rechters niet op de stoel van wetgevers horen te zitten, mogen zij namelijk wel uitspraken doen over schendingen van wetten en bepalingen."