Ernst van Koesveld, voormalig ambtenaar ministerie van Volksgezondheid, wordt verhoort tijdens de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.Bron: ANP
Ernst van Koesveld, voormalig ambtenaar ministerie van Volksgezondheid, wordt verhoort tijdens de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.
Coronavirus

Geen tribunalen, maar lessen trekken: hoe de parlementaire enquête de politiek scherp houdt

Doe mee

De komende 9 weken worden verschillende betrokkenen gehoord over de aanpak van de coronacrisis. Dit gebeurt tijdens een zogenoemde 'parlementaire enquête'. In de chat kregen we vragen over hoe zo'n publiek verhoor door de Tweede Kamer in zijn werk gaat.

Nederland heeft een traditie als het gaat om parlementaire enquêtes, weet Wim Voermans. De hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden zegt dat enquêtes vaak verkeerd worden begrepen door burgers. "De openbare verhoren zijn geen tribunalen of strafproces, maar het is een onderzoeksmiddel", legt hij uit.

Leren van de crisis

"Ze zijn in de eerste plaats niet op zoek naar een schuldige, maar willen er vooral van leren", zegt Voermans over de commissie van de parlementaire enquête. Die bestaat uit vijf Tweede Kamerleden die worden gekozen door de voorzitter van de Tweede Kamer. Daarbij houdt de Kamervoorzitter rekening met een evenredige vertegenwoordiging van verschillende fracties.

De commissie wil door middel van verhoren simpelweg weten hoe bijvoorbeeld de coronacrisis of de toeslagenaffaire is verlopen. Het doel van deze reflectie is om te leren van de ervaringen uit zo'n periode en ons beter voor te bereiden op eventuele soortgelijke situaties in de toekomst.

Langdurig proces

Voordat er een verhoor is door de commissie van de parlementaire enquête is er eerst nog een voorbereidingsfase waarin er veel onderzoek wordt gedaan. Dat duurt gemiddeld 1 tot 3 jaar. Er gaat veel geld in zitten, kan Voermans vertellen. "Bij de corona-enquête duurde die fase bijna 2 jaar."

Na die eerste fase stapt de commissie over op het verzamelen van informatie. Daarvoor hebben de leden allerlei bevoegdheden die een gewoon Kamerlid niet heeft. "De commissieleden mogen bijvoorbeeld huiszoekingen doen, archieven openmaken en mensen onder ede verhoren."

Eerst vragen stellen

De hoogleraar omschrijft die bevoegdheden als 'zware middelen', die alleen in het kader van de parlementaire enquête mogen worden ingezet. De enquête is namelijk het zwaarste parlementaire onderzoeksmiddel dat we in Nederland kennen.

Voordat die wordt ingezet, horen Kamerleden altijd schriftelijk of mondeling vragen te stellen aan het kabinet, zegt Voermans. "Dat staat vastgelegd in artikel 68 van de Grondwet. De ministers en de regering zijn dan verplicht om antwoord te geven. Maar soms is het stellen van vragen alleen niet voldoende."

Zwaar en kostbaar onderzoeksmiddel

Pas wanneer het stellen van vragen niet tot het gewenste resultaat leidt, kunnen Kamerleden gebruikmaken van een parlementaire enquête. "En dat is dan bijvoorbeeld omdat je een heel patroon wil onderzoeken en grondig wil terugkijken op een onderwerp."

"Juist omdat het dus een zwaar en kostbaar middel is, zetten de Kamers een enquête pas in als het op geen enkele andere manier mogelijk is om aan de gewenste informatie te komen", benadrukt de hoogleraar.

Kamermeerderheid nodig

De mogelijkheid om een parlementaire enquête te houden, staat al sinds 1848 in onze Grondwet. "Tussen 1851 en 1887 zijn er acht enquêtes gehouden. Daarna is er een hele tijd niets gebeurd, tot vlak na de Tweede Wereldoorlog." Die parlementaire enquête ging toen over het regeringsbeleid in de oorlogsjaren en hoe de regering destijds vanuit Londen heeft geregeerd.

Daarna was er opnieuw een lange periode zonder enquêtes. Voermans legt uit hoe dat komt: "Je hebt een parlementaire meerderheid nodig om het proces te starten. Als een paar grote machtsblokken daar geen zin in hebben, houden ze het tegen. Bovendien spelen kostenoverwegingen ook een rol." Volgens de hoogleraar zijn dat waarschijnlijk redenen geweest dat er tussen 1956 en 1983 geen enkele parlementaire enquête is gehouden.

Populair sinds de jaren 80

In de afgelopen 43 jaar ziet de hoogleraar juist een golfbeweging van parlementaire enquêtes. "Sinds 1983 zijn er veertien enquêtes geweest." Hij noemt als voorbeeld de RSV-enquête (Rijn-Schelde-Verolme). De openbare verhoren van die enquête gingen over een groot subsidieschandaal rond scheepswerven en werden live uitgezonden op tv. "Vanaf dat moment werd het onderzoeksmiddel weer heel populair", zegt Voermans.

In de jaren daarna waren er 'grote en hele complexe probleemdossiers' die niet met een simpele Kamervraag op te lossen waren. "De vliegramp in de Bijlmermeer in oktober 1992 was er één. Dit dossier zat heel ingewikkeld in elkaar", zegt Voermans. Zowel over de rampvlucht als over de behandeling van slachtoffers bestonden veel vragen.

Recente onderzoeken

Waar de enquêtes rond de eeuwwisseling vaak over specifieke problemen gingen, richt het parlement zich de laatste jaren steeds meer op dossiers die gaan over het vertrouwen van de burger in de overheid, ziet Voermans. "Denk aan de parlementaire enquêtes naar de aardgaswinning in Groningen en de Toeslagenaffaire."

"Je kon bij de Toeslagenaffaire zien dat Tweede Kamerleden Renske Leijten (SP) en Pieter Omtzigt (NSC) zich helemaal suf vroegen, maar ze kwamen er toch niet helemaal achter hoe het nu precies zat. Via een parlementaire ondervraging, onder leiding van Chris van Dam, bleek toen dat de Kamer onvoldoende en onjuist was geïnformeerd over de Toeslagenaffaire", vertelt Voermans.

'Dit mag nooit meer gebeuren'

"Bij de Toeslagenaffaire waren de lessen duidelijk", blikt Voermans terug. "De conclusie was: dit mag nooit meer gebeuren."

De parlementaire enquête slaagde er toen in bloot te leggen hoe de overheid volledig was doorgeschoten in een gedigitaliseerde uitvoering van de toeslagenregeling en de handhaving daarvan, zegt Voermans.

Een geslaagde enquête

Maar wanneer is zo'n parlementaire enquête nou écht geslaagd? Volgens de hoogleraar gaat het niet om het aanwijzen van schuldigen, maar om structurele verandering. "Het is succesvol als je iets te weten komt wat je eerder echt niet wist, of wanneer je inzichten krijgt waarvan je kan leren."

In het geval van de corona-uitbraak heeft de politiek een les geleerd waarna de Wet publieke gezondheid is aangepast, maar er valt waarschijnlijk nog veel meer te leren. "De commissie zit er nu bovenop om te onderzoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat een volgende crisis ons niet opnieuw overvalt. Want de vraag is niet óf er een nieuwe gezondheidscrisis komt, maar wanneer", eindigt Voermans.

Advertentie via Ster.nl