Links de drone van Isala ziekenhuis Zwolle/rechts de vliegende auto van PAL-VBron: EenVandaag
Links de drone van Isala ziekenhuis Zwolle/rechts de vliegende auto van PAL-V

Van vliegende auto's tot bezorgsdrones: zo kan ons 'lage luchtruim' er straks uitzien

Maak favoriet

Vliegende auto's en drones die je pizza bezorgen: het klinkt misschien als toekomstmuziek, maar we zijn dichterbij dan je denkt. De verwachting is dan ook dat we ons zogeheten 'lage luchtruim' meer gaan gebruiken. En dat wordt een hele puzzel.

Er wordt al hard gewerkt aan de eerste toepassingen voor het lage luchtruim, maar daardoor is het ook de vraag hoe we dat moeten organiseren. Zowel het Isala ziekenhuis in Meppel als het Brabantse bedrijf PAL-V houden zich hiermee bezig. De een experimenteert met het vervoeren van medisch transport via drones, de ander ontwikkelt vliegende auto's.

Organen vervoeren door de lucht

Bij het Isala ziekenhuis hopen ze dat het de toekomst is: drones die bloed van patiënten van het ene ziekenhuis naar het andere vliegen voor specialistisch onderzoek. Normaal gaat dat over de weg, het zou veel kostbare tijd schelen om dat via de lucht te doen tussen de vestigingen in Zwolle en Meppel. Daarom loopt er nu een proef.

Kevin Woensdregt is bij het experiment betrokken vanuit de ANWB. Hij vertelt: "Nu focussen ze echt op het vervoer van diagnostisch materiaal voor het laboratorium en voor de apotheek en het vervoer van medicijnen die met spoed ergens nodig zijn. Maar je kan in de toekomst ook denken aan organen die vervoerd moeten worden, die nu nog over de weg gaan of soms zelfs met een vliegtuig."

Boodschappen en pakketjes

In China en de Verenigde Staten worden drones al langer op deze manier gebruikt, bijvoorbeeld voor boodschappen en het bezorgen van pakketjes. Het wordt ook wel de 'laagvlieg-economie' genoemd.

Maar er zijn meer ontwikkelingen waardoor ook ons luchtruim wellicht drukker wordt. Zo werkt het Brabantse bedrijf PAL-V sinds 2008 aan een soort vliegende auto. Vorige maand kreeg het bedrijf toestemming om de eerste 250 toestellen te gaan maken.

Snel van A naar B

De toestellen zullen vooralsnog vooral voor 'specialisten' worden ingezet, vertelt Thijn de Bont van PAL-V. Hij noemt bijvoorbeeld de brandweer, kustwacht of andere partijen die zich snel moeten kunnen verplaatsen. "Die kunnen dan met ons toestel met een vliegsnelheid naar de locatie gaan, daar landen en de flexibiliteit van een auto hebben. Alles in één toestel."

Om ermee te vliegen heb je wel een vliegbrevet nodig én 300.000 euro. Toch is het bedrijf al druk bezig met de vraag hoe ze hun plek in het luchtruim veilig inrichten. "We vliegen op zicht, dus als je zo naar buiten kijkt, hou je andere vliegtuigjes in de gaten. Je hebt contact via de radio met andere vliegtuigen en met de verkeerstoren, zo weet iedereen ten opzichte van elkaar waar ze zitten."

Systeem onhoudbaar?

Voor drones of luchtballonnen wordt geen gebruik gemaakt van radiocontact, zij vliegen vooral op zicht. Het Nederlandse luchtruim is momenteel verdeeld in gecontroleerd en ongecontroleerd luchtruim. Oftewel: luchtruim met of zonder verkeersleiding. Maar als het in de lucht steeds drukker wordt, is het maar de vraag of dat systeem nog wel houdbaar is.

Voor de medische drones geldt bijvoorbeeld al een uitzondering: die vliegen buiten het directe zicht van de bestuurder. "De drone vliegt in principe vanzelf en er zit een piloot in Den Haag die alles controleert. Op een scherm ziet hij de drone, en de route die het vliegt", legt Woensdregt uit. Een stukje gecontroleerd luchtruim dus: "En dat betekent dat er niemand anders in dat luchtruim mag komen, behalve wij."

Veertig drones tegelijk

Nu is het nog maar één drone tussen twee ziekenhuizen, in een gesloten luchtruim. Maar wil je er tientallen tegelijk in de lucht, dan moet het luchtverkeer digitaal zichtbaar worden, zegt Woensdregt.

"Zeker als ons beeld is dat er straks in piektijden misschien nog veertig drones in de lucht zijn. Dan kunnen we moeilijk alles gaan bellen."

Lagen

Joost Ellerbroek, luchtvaartdeskundige aan de TU Delft doet onderzoek naar hoe we het luchtruim indelen. Hij legt uit dat - mocht het drukker worden - we technisch gezien al een goed systeem hebben om dat te organiseren. Dat ligt nét iets specifieker dan snelwegen in de lucht.

Het zou namelijk het beste werken om het luchtruim in te delen in een soort lagen, legt Ellerbroek uit. "Binnen elke vluchtlaag heb je dan niet hele strikte regels en mag je maar een beperkt aantal richtingen vliegen, maar dat mag dan wel overal in de laag. Dit concept bleek een hele effectieve manier van organiseren van druk verkeer, mocht het drukker worden."

Meer toepassingen

Ook hij verwacht meer toepassingen te gaan zien in het lage luchtruim. "Ik verwacht meer van wat je in Nederland nu al ziet, dus maatschappelijk relevante toepassingen zoals medisch transport en hulpdiensten", zegt hij. "Buiten bewoond gebied kan je meer toepassingen zien, zoals transport in havens en inspectie van gewassen."

Het is volgens hem moeilijk te voorspellen of we ook op grote schaal pakketjes gaan bezorgen met drones, zoals in de Verenigde Staten. Dat ligt ook aan de maatschappelijke vraag of we dit willen. "Je kan je afvragen: hoe zou ik het zelf vinden? Ik sta er niet om te springen als om de haverklap zo'n drone boven je hoofd kan vliegen", zegt hij.

Pizza-drones

Daarom: "Ik denk: hoe maatschappelijk relevanter het is, hoe eerder mensen het zullen accepteren en hoe sneller het van de grond komt. Een zwerm van pizza-bezorgende drones zie ik voorlopig nog niet voor me, maar wie weet."

Advertentie via Ster.nl