Er gaan miljarden euro's extra naar Defensie, maar waar gaat dat geld eigenlijk naartoe? Vandaag werd dat duidelijk: vooral naar onbemande systemen. Niet soldaten, maar drones – ter land, ter zee en in de lucht – moeten Nederland voortaan verdedigen.
Het leger wil de komende jaren meer gaat focussen op onbemande wapensystemen, maakten minister Dilan Yeşilgöz en staatssecretaris Derk Boswijk van Defensie vandaag bekend. Maar ondertussen werd de afgelopen weken op de Noordzee en in Den Helder al volop getest met dit soort systemen.
Experimenteren op zee
"Wat we hier proberen te doen is de aansturing van onbemande systemen rondom een centraal punt te regelen", vertelt Sander van het Expertisecentrum Onbemande Systemen. Op die manier hoeft niet elk systeem een eigen bestuurder te hebben, alles wordt tegelijkertijd aangestuurd. "En dat is vrij uniek."
Het is nog maar de basis, maar er wordt dus wel al hard geoefend om deze wapensystemen zo goed mogelijk te krijgen. "Het is nu nog experimenteel, dus er gaan wel eens dingen anders dan bedacht is", voegt specialist Wouter toe. "We proberen daar zo snel mogelijk op te acteren."
Gaan wel snel genoeg?
De vraag is nu alleen of de aangekondigde uitbreiding wel snel genoeg gaat. Politiek verslaggever Remko Theulings was bij de presentatie van de defensieplannen van het kabinet. "Het kan best snel gaan", verwijst hij naar het voorbeeld met de onbemande drones die het leger nu al test.
Theulings merkt op dat de bewindspersonen benadrukten dat Defensie snel moet kunnen inspelen op ontwikkelingen. "En minister Yeşilgöz voegde daaraan toe dat het wat haar betreft af en toe mogelijk moet zijn om bepaalde regels aan de kant te schuiven, bijvoorbeeld bij aanbestedingen." Maar of de Tweede Kamer daarmee zal instemmen, is volgens hem nog maar de vraag.