
Moord op Hajar wakkert zorgen aan over verwarde personen en onbegrepen gedrag in samenleving
De dood van de 29-jarige Hajar maakt veel los. Afgelopen vrijdag werd haar lichaam gevonden in een koffer in het water aan de Amsteldijk. Inmiddels is een 23-jarige man uit Somalië, Abdi A., aangemerkt als verdachte.
Het is niet bekend of de verdachte in beeld was bij zorginstanties. Ook is onduidelijk of hij psychiatrische problemen had. Toch vielen de afgelopen jaren meerdere geweldsincidenten voor waarbij daders onbegrepen gedrag vertoonden. Experts maken zich al langer zorgen over mensen die mogelijk verward zijn en op straat aan hun lot worden overgelaten.
Meer verward gedrag
Het aantal meldingen van onbegrepen gedrag bij de politie steeg de afgelopen jaren. De eerste helft van dit jaar ontving de politie al bijna 100 duizend meldingen ontvangen over personen met verward of onbegrepen gedrag.
"Die meldingen gaan vaak over verward onbegrepen gedrag zonder dat er sprake is van een geweldsincident", legt Joke van der Meulen uit. Zij is expert aanpak verward gedrag en zelf ervaringsdeskundige op dit gebied, omdat haar zoon regelmatig onbegrepen gedrag vertoont.
Lastig om koppeling te maken
Van der Meulen vindt het lastig om een koppeling te maken tussen de gewelddadige moord van Hajar en verwarde personen op straat. "Het gevolg van dit nieuws kan zijn dat als je iemand verward gedrag ziet vertonen, dat je even een stapje achteruit doet. Maar we kunnen het niet allemaal schalen onder één noemer. Het gaat om een hele diverse groep."
Ze benadrukt dat het percentage van deze groep waarbij het gedrag daadwerkelijk omslaat in het plegen van een geweldsincident heel klein is.
'Snap dat mensen bang zijn'
Bijzonder hoogleraar Transculturele Forensische Psychiatrie Mario Braakman aan de universiteit van Tilburg begrijpt het punt van de ervaringsdeskundige. "De meesten zijn niet gevaarlijk. Zelden is er sprake van geweld en agressie, maar die groep kán gewelddadig zijn en agressief worden. En dan heb je de poppen aan het dansen."
Dat mensen bang worden snap ik heel goed, ze worden gevoed door het nieuws dat ze zien. Dat is menselijk, alhoewel de kans heel klein is dat iemand echt iets overkomt.hoogleraar forensische psychiatrie Mario Braakman
Dat dit nieuws zorgen aanwakkert over verwarde personen verbaasd hem niet. "Dat mensen bang worden snap ik heel goed, ze worden gevoed door het nieuws dat ze zien. Dat is verklaarbaar en menselijk, alhoewel de kans heel klein is dat iemand echt iets overkomt."
Gebrek aan juiste verblijfplaatsen
Volgens Van der Meulen moeten er geschikte plekken zijn en gespecialiseerde zorg. Dat draagt bij aan de veiligheid. Dat mensen uit deze groep op straat terechtkomen heeft volgens Van der Meulen te maken met het gebrek aan de juiste opvang. "Het gaat ook over de plekken waar mensen naartoe kunnen als ze ontregeld zijn. Er zijn weinig plekken voor opname bijvoorbeeld." En ook de woonplekken voor deze mensen zijn schaars, ziet de expert.
"Wat er moet gebeuren is dat er hier en daar echt landelijke regie gevoerd moet worden. En dat er ruimte is, dat er plekken zijn." Dan nog kan niet elk incident voorkomen worden. "Maar je doet er wel alles aan, daar is ook meer bewustzijn voor nodig."
Weinig sociaal vangnet
Onderdeel van het probleem is dat de geestelijke gezondheidszorg (ggz) in Nederland verstopt zit, zegt hoogleraar Braakman. "De wachtlijsten zijn bizar lang. Als je goed kijkt zie je dat de helft eigenlijk niet op die wachtlijst had gehoeven, maar vrij makkelijk en eenvoudig hulp zou kunnen krijgen", volgens hem.
De oorzaak daarvan zit in een diepere laag, zegt hij. "We zijn het meest geïndividualiseerde land ter wereld. Daardoor stoten die sociale vangnetten, de familie of de wijk, mensen steeds meer af. Als individu ga je dan sneller naar de ggz."
Samenwerking tussen instanties onvoldoende
Daarnaast is de samenwerking tussen hulpverlenende instanties zoals de politie, ggz, het Openbaar Ministerie en de reclassering niet optimaal volgens hoogleraar Braakman. "Er wordt hard aan gewerkt om dat beter te krijgen. Je merkt dat er af en toe een opleving is en dan vindt men weer financiering voor een bepaald project om goed samen te werken."
Ook komt de wetgeving volgens hem soms te kort, waardoor mensen niet langdurig te volgen zijn. "Vandaar ook dat elke gemeente eigenlijk bezig is om beleid te maken om deze groep aan te pakken, omdat ze tussen wal en schip vallen soms." Er zitten ook andere situaties tussen. "Zorgmijders die dus geen zorg willen, of mensen die juist wel op een wachtlijst staan en geen zorg krijgen terwijl ze die nodig hebben."