
Het kabinet-Jetten is een feit. Een minderheidskabinet en opnieuw een politiek experiment. Twee vertegenwoordigers daarvan zijn Bart van den Brink van het CDA en Willemijn Aerdts van D66. EenVandaag volgde hen op de dag van de beëdiging.
De traditionele foto op de trap van Huis ten Bosch in Den Haag is de kers op de taart van elke kabinetsformatie. Dit keer 'al' na 3 maanden formeren. "Het is gewoon heel netjes gaan staan, dat een tijdje volhouden en dan weer naar binnenlopen," zegt minister van Asiel en Migratie en vicepremier Van den Brink glimlachend in aanloop naar de bordesscène.
Samenwerken en koffie
Als 'fan van het koningshuis' kijkt hij er enorm naar uit. "Het is een ontzettend bijzondere dag", zegt de politicus die ook nu al weet dat er veel werk aan de winkel is. Vooral omdat dit kabinet in één opzicht duidelijk anders is dan alle voorgaande: het is een minderheidskabinet. Voor alle plannen zal de coalitie van D66, VVD en CDA in de Tweede Kamer tenminste tien zetels moeten vinden. In de Eerste Kamer zelfs zestien zetels.
"Dat is het meest nieuw aan dit kabinet", zegt Van den Brink daarover. "En dat betekent samenwerken, samenwerken, samenwerken. Koffie, koffie, koffie." Voor de vicepremier lijkt het een klus die hem op het lijf staat geschreven. De 47-jarige CDA'er werkt al 20 jaar in Den Haag, zowel achter als voor de schermen.
'Wat heeft de ander nodig?'
Als politiek medewerker, hoofd voorlichting van de fractie, politiek assistent van onder andere voormalig vicepremier Hugo de Jonge én Tweede Kamerlid, onderhandelde Van den Brink samen met CDA-leider Henri Bontenbal mee over de vorming van het minderheidskabinet.
"Ik heb wel heel veel ervaring in het samenwerken met de andere partijen", vertelt de Amersfoorter en vader van drie. "Over partijgrenzen heen denken, ook nadenken van wat heeft die ander nodig om die stap te kunnen zetten? Het is ook vaak beginnen met luisteren. Je verplaatsen in wat anderen nodig hebben."
Meer rust, minder polarisatie
Van den Brink zegt ervan overtuigd te zijn een bijdrage te kunnen leveren als asielminister. "Meer rust brengen en de polarisatie eruit halen," zegt hij daarover.
"Ook door de zorgen die daarover zijn weg te nemen bij heel veel Nederlanders."
Amerikaanse technologie
Willemijn Aerdts moet namens D66 de zorgen bij Nederlanders op een heel ander vlak gaan wegnemen. Op het ministerie van Economische Zaken wordt zij de staatssecretaris van digitale economie en soevereiniteit. In die rol zal zij onder meer moeten proberen Nederland minder afhankelijk te maken van Amerikaanse technologie.
Voor de 42-jarige politica begint de dag met het uitladen van een grote kist, vol met bloemen, uit de achterbak van een auto. "Dit is voor alle secretaresses en iedereen die ons de afgelopen dag goed geholpen heeft met beginnen," zegt ze lachend bij aankomst in het gebouw waar de ministeries van Economische en Algemene Zaken zitten.
Ervaring in politiek
Aerdts is geen onbekende in het Haagse. Voor D66 zat zij sinds 2023 in de Eerste Kamer, waar zij al woordvoerder economische zaken was. Eerder werkten ze voor de Universiteit van Amsterdam en Universiteit Leiden als expert op het gebied van van inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
"Ik heb er onwijs veel zin in," vertelt ze. "Ik ben heel blij dat Rob Jetten mij 2 weken geleden belde met de vraag of ik staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit wilde worden. Ik heb er heel kort over nagedacht, maar het lijkt me echt een hele mooie uitdaging."
Digitale soevereiniteit
Het onderwerp digitale soevereiniteit dringt zich de laatste maanden steeds meer op de voorgrond in de actualiteit.
"Daarom is het denk ik ook zo mooi dat het juist hier op één departement ligt en dat we daar echt mee aan de slag kunnen gaan", benadrukt de politica.
Hectische dag
Nog voor de bordesscène komt Aerdts op het ministerie van Algemene Zaken kort samen met alle nieuwe bewindslieden van D66. De foto wordt even later door premier Rob Jetten gedeeld op Instagram - anders dan zijn voorgangers lijkt Jetten een stuk bekender te zijn met sociale media.
"Het wordt een heel hectische dag," zegt Aerdts. "Heel veel protocol, maar ook heel leuk kennismaken met iedereen op het ministerie."
Geen groot ego
Van de premier kregen alle bewindspersonen al een advies mee: neem een niet al te groot ego mee, want als minderheidskabinet moet je de oppositie ook wat kunnen gunnen.
Van den Brink: "Ik ga laten zien dat ik een niet al te groot ego heb, het is moeilijk om over jezelf te zeggen. Maar ik ben de jongste thuis, dus wat dat betreft heb ik een goed vertrekpunt."