Om beter zicht te krijgen op 'verborgen' dakloosheid, doen 96 gemeenten mee aan de landelijke daklozentelling. Bron: ANP
Om beter zicht te krijgen op 'verborgen' dakloosheid, doen 96 gemeenten mee aan de landelijke daklozentelling.

Landelijke telling moet helpen 'verborgen' dakloosheid in kaart te brengen: 'Zo kunnen we gericht aan de slag'

Een dakloos persoon op een bankje in het park. Dat beeld kleeft aan dakloosheid, maar dat is niet altijd hoe het in de praktijk werkt. Om beter zicht te krijgen op 'verborgen' dakloosheid, doen 96 gemeenten mee aan de landelijke daklozentelling.

Uit de laatste telling van het CBS in 2024 bleek dat er zo'n 33.000 mensen in Nederland dakloos waren. Maar deze cijfers gingen alleen over mensen tussen de 18 en 65 jaar die op straat of in een opvang verbleven. Mensen die buiten die leeftijd vielen en tijdelijk bij anderen, in een auto of op een camping verblijven, werden niet meegeteld. En dat geeft een vertekend beeld.

ETHOS-telling

Om een beter beeld te schetsen van daklozen in Nederland doet het Kansfonds samen met de Hogeschool Utrecht al 4 jaar een eigen telling, de ETHOS-telling. "De CBS-cijfers tellen geen kinderen mee en geen 65-plussers", bevestigt Laura Pruik.

Pruik is beleidsadviseur bij de gemeente Zwolle en deed vorig jaar ook al mee aan de 'European Typology of Homelessness and Housing Exclusion'- telling. "Die telling kijkt veel breder, dus ook naar dat stukje verborgen dak- en thuisloosheid", zegt ze over de methode die is ontwikkeld door de Universiteit van Leuven. "We wilden gericht kijken van: oké, hoe groot is deze groep?"

Realistischer beeld

Hoe werkt het dan? Op één dag wordt er in de deelnemende gemeenten en regio's geteld hoeveel mensen dak- of thuisloos zijn. Iedereen die met deze mensen in contact komt, vult die dag een vragenlijst in. Denk aan gemeenten, opvangorganisaties, maar ook huisartsen, scholen, sociaal werkers, politie, GGZ en woningcorporaties.

Vrouwen, kinderen en bijvoorbeeld arbeidsmigranten duiken namelijk vaak niet op in de bestaande statistieken. Maar op deze manier worden ook deze mensen meegeteld. "En samen geeft dit straks een zo realistisch mogelijk beeld van de situatie op dat moment", zegt Pruik.

'Een fotomoment'

Aangezien er dit jaar in totaal 96 gemeenten in 11 regio's meedoen, is die informatie zeer waardevol, kan de beleidsadviseur vertellen. Zo heeft straks twee derde van de Nederlandse gemeenten een goed inzicht in het aantal dak- en thuisloze mensen.

"Deze telling is een nulmeting", zegt ze over de ETHOS-telling die dit jaar op dinsdag 12 mei gaat plaatsvinden. "We maken eigenlijk een foto van het moment." In december worden de resultaten bekendgemaakt. "En dan kunnen we daar verder gericht mee aan de slag."

Gericht aan het werk

Want, "als je bijvoorbeeld weet: er zijn veel jongeren in onze gemeente dakloos, die hebben geen vaste verblijfplaats, dan kun je natuurlijk veel gerichter kijken of je huisvesting voor jongeren sneller voor elkaar kan krijgen", vult Eva Mos van het Kansfonds aan.

Volgens Mos is die kennis belangrijk, omdat gemeenten daardoor gerichter beleid kunnen maken. Uit ervaring weet ze namelijk dat uit de ETHOS-telling blijkt dat jongeren relatief vaak te maken krijgen met dakloosheid. Het gaat daarbij om ongeveer 20 procent, specifiek mensen tussen de 18 en 27 jaar, zegt ze.

Weten om wie het gaat

En dat geldt ook voor gezinnen, gaat ze verder. "Als je als gemeente wil dat geen enkel kind dakloos raakt, dan kun je denken: hoe kunnen we die gezinnen sneller uit de dakloosheid helpen?"

Mos noemt als voorbeeld snellere urgentie voor een huurwoning. Volgens haar maakt het daarom "echt heel veel uit" dat gemeenten niet alleen weten om hoeveel mensen het gaat - zoals vaak blijkt uit de CBS-telling, maar ook om wie specifiek.

Advertentie via Ster.nl