
Kunnen Europese geheime diensten zonder Amerika? 'Beter gaan nadenken over onze zelfstandigheid'
Sinds de Amerikaanse president Trump de inlichtingenstroom naar Oekraïne heeft stopgezet en openlijk twijfelt aan de NAVO, moet Europa steeds meer op eigen benen staan. Voor inlichtingen zou Europa graag onafhankelijker zijn, maar dat lijkt nog ver weg.
De samenwerking met Amerika op het gebied van inlichtingen afbouwen is volgens oud-AIVD'er Jelle Postma makkelijker gezegd dan gedaan. Vanuit zijn werk bij de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD kent hij de praktijk van binnenuit. Tegenwoordig is Postma als expert verbonden aan Justice for Prosperity, een organisatie die zich inzet voor veiligheid en de rechtsstaat.
Gigantisch bereik
Postma ziet dat de Amerikanen op dit moment over een gigantisch bereik beschikken. "Dat varieert van geavanceerde technische middelen, zoals telefoontaps en satellietdata, tot menselijke bronnen op de grond", zegt hij.
"We kunnen op dit moment simpelweg niet zonder hen. Maar door de politieke onvoorspelbaarheid in de VS moeten we wel degelijk beter gaan nadenken over onze eigen zelfstandigheid."
Enorme voorsprong
Ook universitair hoofddocent Damien Van Puyvelde van de Universiteit Leiden denkt niet dat Europa nu al zonder de inlichtingen van de Verenigde Staten kan. "De voorsprong van de VS op technologisch gebied is te groot", zegt de voorzitter van de Intelligence and Security Research Group.
De enorme investeringen die nodig zijn, zijn alleen op te brengen als Europese landen de handen ineenslaan.universitair hoofddocent Damien Van Puyvelde
"De enorme investeringen die nodig zijn voor een vergelijkbare satellietvloot of geavanceerde cloud computing om een 'eigen' Microsoft of Meta te bouwen, zijn alleen op te brengen als Europese landen de handen ineenslaan." Maar dat is heel moeilijk, zegt Van Puyvelde, omdat alle landen eigen nationale belangen hebben. Daarnaast is er niet één centrale Europese president die dit kan besluiten, maar moeten alle landen het hier samen over eens worden.
Los van Palantir
Een goed voorbeeld van de Europese afhankelijkheid van de Verenigde Staten is te zien bij het softwarebedrijf Palantir. Veel Europese defensieonderdelen en geheime diensten gebruiken de Amerikaanse software van Palantir om grote hoeveelheden data te analyseren. "Palantir is technisch gezien een heel goed hulpmiddel", vertelt Postma.
"Maar het is een commercieel Amerikaans bedrijf en het is erg ondoorzichtig wat er precies met onze informatie gebeurt", gaat hij verder. "In Engeland heeft Palantir bijvoorbeeld toegang gekregen tot alle gezondheidsinformatie van alle burgers. Dat is een informatiepositie waar je als commercieel bedrijf enorm veel geld mee kunt verdienen."
Moreel kompas
Ook de ethische kant van Palantir baart Postma grote zorgen. "Als we kijken naar hun moreel kompas, dan handelen ze niet altijd even netjes", zegt hij. "De leiders van Palantir hebben op video verklaard dat ze er geen probleem mee hebben om bij te dragen aan het elimineren van bepaalde personen."
Volgens Postma is dat niet een partij waar Nederland of andere Europese lidstaten mee moeten willen samenwerken. "Gelukkig zien onze bewindspersonen en Defensie inmiddels ook in dat het handig is om stap voor stap andere, Europese keuzes te gaan maken."
Frankrijk Europees leider?
In die discussie over Europese zelfstandigheid speelt Frankrijk een prominente rol. President Emmanuel Macron stelt dat Frankrijk inmiddels tweederde van alle inlichtingen aan Oekraïne levert. "Maar die uitspraak is vooral bedoeld om Europees leiderschap te tonen", legt Postma uit. "In de praktijk is het niet te meten wie wat levert, want diensten weten niet alles van elkaar."
Ook Van Puyvelde plaatst vraagtekens bij de uitspraak van Macron. "Ik was verrast toen ik dat hoorde. Ik denk niet dat het mogelijk is om inlichtingen op die manier te kwantificeren. En zelfs al zou Frankrijk tweederde leveren, tweederde waarvan? In termen van geld, of van verzamelde gegevens?" vraagt Van Puyvelde, die een boek schreef over de Franse geheime dienst DGSE.
Niet alle informatie is waardevol
Ook is niet alle informatie even waardevol, legt Van Puyvelde uit. "Als de gegevens zinloos zijn, maakt het niet uit. Je kunt één enkel gegeven hebben dat zo belangrijk is dat het een strategische impact heeft en de oorlog een andere kant op kan sturen. De hoeveelheid gedeelde data is niet de juiste manier om over inlichtingendiensten na te denken."
Als op dit moment al veel informatie met elkaar wordt gedeeld, zouden we dan niet één centrale inlichtingendienst in Brussel moeten hebben? Oud-AIVD'er Postma vindt dat geen goed idee. "Veiligheid is een taak van elk land zelf. Samenwerken moet via de diensten zelf gebeuren, niet via een Europese organisatie."
Niet alles gedeeld
Want ook bij samenwerking tussen bondgenoten worden niet alle inlichtingen zomaar gedeeld. "Zelfs tussen bevriende Europese landen wordt lang niet alle informatie gedeeld", legt Postma uit. "Er wordt gewerkt met het principe need to know: je deelt informatie alleen als de ander die echt nodig heeft voor een specifieke taak. Dit heeft niks te maken met of je elkaar aardig vindt, maar met het beperken van risico's."
Bij elk contact is er de kans dat informatie per ongeluk lekt, legt hij uit. Zo lekte er onder een eerdere Hongaarse regering gevoelige informatie door naar Rusland. Diensten moeten daarom altijd hun belangrijkste geheimen beschermen. "Je mag nooit de heilige drie-eenheid in gevaar brengen, namelijk je bronnen, je modus operandi (werkwijze) en je operaties."
Presidenten komen en gaan
Een toekomst zonder de Verenigde Staten op inlichtingengebied is niet alleen ingewikkeld, het is ook onwenselijk, zegt Van Puyvelde. "Presidenten en premiers komen en gaan, maar inlichtingendiensten blijven bestaan. Na president Trump zal er weer een andere president zijn."
Volgens hem zullen Europa en de Verenigde Staten op lange termijn altijd dezelfde belangen blijven houden. "Het zijn democratieën die vergelijkbare waarden verdedigen", zegt hij. "De diensten moeten dus wel blijven samenwerken. Een pragmatische koers waarbij Europese landen samen investeren in dure middelen, maar de trans-Atlantische banden warm houden onder het motto 'vertrouwen maar verifiëren', is volgens mij de enige weg voorwaarts."