
Had kinderopvang ouders eerder moeten vertellen over onzedelijk gedrag Jan B.? 'Heel ingewikkeld onderwerp'
Het onzedelijke gedrag van Jan B. bij een 2-jarig meisje werd in november vorig jaar al opgemerkt. Er werd intern een melding gemaakt, maar de ouders werden niet direct op de hoogte gebracht. Had de opvang eerder moeten communiceren? "Raken in spagaat."
De zaak van de 66-jarige Jan B. die als invalskracht op kinderdagverblijven werkte, kwam aan het licht nadat een 2-jarig meisje aan haar vader vertelde dat B. haar op schoot had genomen en haar onzedelijk had betast. Hierop deed de vader aangifte. Bij het onderzoek naar de man werd kinderporno en een kindersekspop aangetroffen. Naar aanleiding van het nieuws over de aanhouding heeft de politie ook nog twintig meldingen over B. binnengekregen.
Storm van kritiek
Een vaste medewerker had het onzedelijke gedrag van B. bij het meisje op 20 november vorig jaar opgemerkt. Hier was ook intern melding van gemaakt, maar hierover waren de ouders van het meisje niet direct op de hoogte gesteld.
Dit leidde tot een storm van kritiek richting kinderopvangorganisatie Partou, waarvoor B. in 2 jaar tijd op veertien verschillende locaties had gewerkt. Kern van de kritiek is dat Partou veel eerder had moeten ingrijpen en ouders had moeten inlichten over dit incident met het 2-jarige meisje.
'Vier-ogenprincipe'
Toch vindt voorzitter Gjalt Jellesma van Boink, de organisatie die ouders van kinderen in de kinderopvang bijstaat, dat er niet te te snel met een beschuldigende vinger naar de kinderopvang moet worden gewezen.
Na eerdere soortgelijke incidenten werd Jellesma mede verantwoordelijk voor de invoering van het 'vier-ogenprincipe'. "Het idee was: als een begeleider met een kind aan het werk is in de opvang, dan is er altijd de mogelijkheid dat een collega meekijkt", legt hij uit. Dit moet ervoor zorgen dat er veel minder kans is dat dit soort situaties ontstaan.
'Man-vrij' kan niet
In het geval van Jan B. is hij tegen de lamp gelopen dankzij dit vier-ogenprincipe: "Meneer is betrapt door een collega, die heeft daar meteen melding van gedaan. Jan B. is op non-actief gesteld en er werd aangifte gedaan." Daarin is er goed gehandeld, volgens Jellesma.
De voorzitter ziet de ontstane paniek onder ouders en snapt die. Toch wil hij aangeven dat er ook veel mannen in de kinderopvang werken die 'absoluut goed werk verrichten'. "Ze werken ook op sportclubs, in het onderwijs, in de zorg, zwemclubs, speelcentra, tussenschoolse opvang." En alles helemaal 'man-vrij' maken, kan niet volgens de grondwet, weet hij.
Risico's minder groot dan lijkt
Daarbij wil hij benadrukken dat de risico's lager liggen dan het nu lijkt: "De kans dat een kind misbruikt wordt door een bekende is zeven keer zo groot als een onbekende." In hun directe omgeving lopen kinderen dus meer risico op gevaar.
Dat de melding van de vaste medewerker niet meteen met de ouders werd gedeeld, is volgens Jellesma niet uitzonderlijk. "Ik ben zelf zeer nauw bij een aantal zaken betrokken geweest", vertelt de voorzitter. "Het is heel vaak zo dat de politie vraagt om zaken niet te delen met ouders, ook niet met ouders die op hetzelfde kinderdagverblijf of op dezelfde groep een kind hebben, in het belang van het onderzoek."
Spagaat voor kinderopvang
Kinderopvangen raken daardoor in een soort 'spagaat' tussen het onderzoek en de ouders, volgens hem. "Ik vind dat zelf altijd een heel ingewikkeld onderwerp", geeft hij toe, "omdat ik natuurlijk heel goed begrijp dat ouders zeggen: ik had het meteen willen weten, ik had meteen willen kijken of er signalen bij mijn kind waren."
Elkaar goed in de gaten houden is onderdeel van het werk, vertelt Jellesma. Een melding maken, zoals de vaste medewerker heeft gedaan, voelt als een grens over stappen. "Maar dat is onderdeel van je professionaliteit. Omdat het de enige manier is om een veilige omgeving te creëren, kijken we elkaar letterlijk op de vingers."