
Gamen is niet alleen slecht voor de ontwikkeling, je kunt er ook dingen van leren die anderen niet kunnen
Urenlang met een headset in een donkere ruimte starend naar een monitor spelletjes spelen: dat is het beeld dat veel mensen hebben van gamers. Slecht voor je ontwikkeling, zou je zeggen. Maar klopt dat beeld wel? De wetenschap laat ook iets anders zien.
"Gamers ontwikkelen andere competenties dan mensen die niet gamen." Dat zei bestuurslid Milo van Heugten van de branchevereniging Esports Nederland tijdens een interview over de Esports Wold Cup die deze weken wordt gehouden in Saoedie-Arabië.
Cognitief 'plusjes'
"Mensen die gamen, en dan specifiek van een jonge leeftijd, komen eerder in aanraking met het ontwikkelen van bepaalde competenties. Namelijk de competenties die je kunt trainen door spelelementen. Daardoor leren ze die sneller aan dan mensen die niet gamen, of leren ze ze als enige aan", legt Van Heugten uit. Volgens hem hebben gamers cognitief 'plusjes' ten opzichte van mensen die niet gamen.
Welke competenties dat dan zijn? "Verschillende, maar bijvoorbeeld taal, samenwerken met de mensen met wie je online speelt. Of economie, dat je spullen kunt kopen in het spel. Daar moet je toch ook wel voor kunnen rekenen." Het verschilt volgens hem wel per game.
Beter probleemoplossend vermogen
En hij heeft gelijk, zegt gedragswetenschapper Joanneke Weerdmeester die gespecialiseerd is in de effecten van gamen. "Als we kijken naar het onderzoek dat tot nu toe is gedaan, zit dat echt in een paar verschillende gebieden qua vaardigheden. Er is enig bewijs dat sommige spellen bijvoorbeeld kunnen zorgen voor betere hand-oog-coördinatie en probleemoplossend vermogen."
"En dan heb je het sociale domein bijvoorbeeld", vertelt ze verder. "Samenwerken is eentje die heel vaak terugkomt. Op emotioneel vlak gaat het bijvoorbeeld om doorzettingsvermogen en weerbaarheid. Verder word je eigenlijk altijd een beetje uitgedaagd in games om net nog even een stapje verder te gaan. En het helpt bij stressverlaging, dus stressregulering."
Moet in balans zijn
Maar hoe zit het dan met dat negatieve imago van gamen en dat het juist slecht zou zijn voor je ontwikkeling? Daar is geen enkele aanwijzing voor, volgens journalist Harry Hol die verbonden is aan het bureau Jeugd & Media. "Maar het enige is, zoals eigenlijk met alles, dat als je alleen maar aan het gamen bent en het dwangmatig wordt om welke reden dan ook, het slecht voor je kan zijn."
Het moet dus in balans zijn. "Maar gamen op zich is net zo goed voor je als een boek lezen, een tv-serie kijken of een film. Het zijn allemaal manieren om je brein uit te dagen, empathie te trainen en dingen te doen die je in het echte leven niet zou kunnen doen."
Meer onderzoek nodig
Grote vraag is dan natuurlijk wel waar de grens ligt: hoeveel uur moet je gamen om bepaalde dingen te leren? Volgens Weerdmeester moet daar nog verder onderzoek naar worden gedaan: "Er zijn nog best veel van dat soort factoren die nog verder onderzocht moeten worden. Inderdaad: hoe lang duurt dat?"
Maar dat niet alleen. "Soms is het ook nog de vraag of de vaardigheden die je in elk spel leert ook naar de echte wereld vertaald kunnen worden. Maar als je bijvoorbeeld naar e-sports kijkt, daar speelt iemand zo'n spel elke dag. Dan is het net zoals bij andere vaardigheden: als je elke dag oefent, is het aannemelijker dat je dat ontwikkelt."
Spelenderwijs leren
Je zou als ouder nu kunnen denken: interessant, misschien moet ik mijn kind toch maar eens stimuleren een bepaalde game te gaan spelen om een competentie te ontwikkelen. Maar dat vindt Hol een enorm slecht idee.
"Als jij een kind voor een game zet en zegt: 'ga dit maar doen, want daar leer je wat van', dan is dat de beste manier om ervoor te zorgen dat ze zo snel mogelijk wat anders gaan spelen. Daar zijn ze helemaal niet mee bezig. Games zijn leuk, het is spelen en spelenderwijs leer je, als je de game leuk vindt."