
Doorstroomtoets kijkt vooral naar wat kind weet en niet naar wat het kan: 'Juist behoefte aan praktisch geschoolden'
Het zijn spannende weken voor kinderen in groep 8, want de jaarlijkse doorstroomtoets wordt nu gemaakt. Die toets meet vooral de theoretische kennis van kinderen, terwijl veel kinderen op een heel andere manier leren.
Vroeger werd het ook wel 'de toets der toetsen' genoemd: de eindtoets op de basisschool die bepaalde naar welk niveau middelbare school een kind zou gaan. Maar dat is inmiddels veranderd. De 'eindtoets' is sinds schooljaar 2023/2024 de 'doorstroomtoets' geworden en ook de manier van beoordelen is veranderd.
Een laatste check
De doorstoomtoets is volgens het ministerie van onderwijs niet meer een eindoordeel, maar 'een laatste check op het voorlopig schooladvies'. Dat schooladvies wordt gegeven door de meester of juf, maar als de doorstroomtoets een hoger advies geeft moet het naar boven worden bijgesteld. Naar beneden bijstellen op basis van de doorstroomtoets gebeurt niet.
Dat is fijn voor leerlingen die het goed doen op school, maar de doorstroomtoets minder goed maken, door bijvoorbeeld faalangst. Het belang van de toets is minder groot dan vroeger.
Anders dan vroeger
Dat is niet het enige wat veranderd is door de jaren heen. In de volksmond wordt de groep 8-toets vaak de 'Cito-toets' genoemd, maar Cito is slechts een van de aanbieders van de toetsen. Inmiddels zijn er zes verschillende toetsaanbieders waar scholen uit mogen kiezen, waarbij de Leerling in beeld-toets van Cito wel nog steeds de meest gebruikte is.
Voordat kinderen die doorstroomtoets maken, geeft een leraar al een voorlopig advies aan de leerling. "Daarbij wordt gekeken naar de onderwijsprestaties van de leerling en moet de school het hoogste advies geven wat daarbij past. Vwo is dan 'hoger' dan vmbo", zegt onderwijsantropoloog Floris Burgers van de Radboud Universiteit.
Ouderwetse hiërarchie
Precies de term 'hoger' irriteert Floris Burgers mateloos. "Het hoog-laag denken vind ik ongemakkelijk. Het is een heel hiërarchisch systeem", zegt hij. "Als een leerling heel goed is met zijn handen en praktische talenten bezit, maar ook goede theoretische resultaten haalt, krijgt hij een advies voor bijvoorbeeld vwo. Terwijl vmbo beter bij hem past", ziet Burgers.
Dat heeft nadelen, zegt Burgers. "Onze maatschappij heeft echt heel erg behoefte aan praktisch geschoolde mensen." Nog veel erger vindt Burgers het dat er neergekeken wordt op mensen met een praktische opleiding. "Mensen hebben verschillende talenten, kwaliteiten en interesses. Die moeten we gelijk waarderen. Dat vmbo als laag te boek staat ten opzichte van vwo, levert enorm veel ongemak en frustratie op."
We zijn er vroeg bij
Volgens Burgers worden kinderen in Nederland veel te jong ingedeeld in schoolniveaus. Als je kijkt naar andere landen, dan is in Nederland het keuzemoment uitzonderlijk vroeg in het leven van kinderen. "We doen dat op ons 12de, maar in de landen om ons heen is dat bijvoorbeeld rond hun 16de."
Een later moment heeft een aantal voordelen volgens Burgers. "Leerlingen weten vaak later pas waar hun interesses liggen en wat ze echt goed kunnen. Ook leerlingen die wat meer tijd nodig hebben om zich te ontwikkelen, krijgen daar dan de ruimte voor."
Ander schoolsysteem
Burgers wilt het liefst naar een heel ander schoolsysteem. "Het schooladvies is een momentopname, maar je ontwikkelt je hele leven lang door, dus het advies dat je op je 12de krijgt, hoeft niet te passen bij de persoon die je op je 16de bent."
"Je kan dan ook veel beter op kwaliteiten indelen en je haalt de hiërarchie er wat meer uit, zodat je iedereen recht doet aan wat die goed kan."