De Rijn bij LobithBron: ANP
De Rijn bij Lobith

Biodiversiteit in onze rivieren en sloten gaat achteruit: 'Alarmbel die laat zien dat we wat moeten doen'

Jarenlang waren de rivieren, plassen en sloten in ons land hét lichtpuntje in de Nederlandse natuur, en nu is dat niet meer. De biodiversiteit in onze wateren is slechter dan we voorheen dachten. "Het eerlijke antwoord is: we kunnen dit niet alleen."

Dat de biodiversiteit erop achteruit gaat blijkt uit de nieuwste Living Planet Index van het Wereld Natuur Fonds. Die houdt bij hoeveel verschillende diersoorten in landen te vinden zijn, met dit keer een focus op zoetwater.

Een alarmbel

"Daarvan zagen we jarenlang, sinds het begin in 1990, dat de populaties toenamen", legt bioloog Mátyás Bittenbinder uit. Wat betekent dat bijvoorbeeld het aantal otters in Nederland de laatste jaren toeneemt omdat ze konden leven in rustig en schoon water vol met ander leven, terwijl ze in 1988 verdwenen uit Nederland. "Dat was fantastisch nieuws."

Maar sinds 2010 gaat het minder goed, de groei van verschillende populaties vissen en insecten stopt of neemt zelfs af. "Dat is toch wel een soort van alarmbel die afgaat die laat zien dat we wat moeten gaan doen."

Overgebleven problemen

Volgens Bittenbinder komt deze stagnatie vooral omdat we de grootste winsten van ons natuurbeleid al geboekt hebben. "Als we bijvoorbeeld kijken naar de jaren '70 en '80, dan dan zaten de rivieren vol met afval en chemicaliën. Dat werd gewoon gigantisch veel geloosd."

"Die problemen hebben we al aangepakt." En daardoor werd de waterkwaliteit beter en konden dieren weer hun gang gaan, maar er zijn wel problemen overgebleven. "Denk aan stikstofdepositie, PFAS en de versnippering van natuurgebieden."

'We kunnen dit niet alleen'

Maar, maakt Bittenbinder duidelijk, het is niet zo dat we het slecht doen als Nederland. "We zijn er goed mee bezig, alleen het probleem is dat er heel veel verschillende partijen zijn die samen moeten werken. Want het eerlijke antwoord is gewoon: we kunnen dit niet alleen."

Het waterbeheer is volgens de bioloog verdeeld over vele bestuurslagen, het Rijk, de waterschappen, provincies en gemeenten hebben allemaal ermee te maken. "Dus iedereen heeft een eigen eigen taak en die samenwerking moet beter gaan om ervoor te zorgen dat die stijging die we zagen blijft doorzetten en dat we niet nu teruggaan naar de situatie van voor 1990."

Moerassen bijvullen

Als voorbeeld neemt hij de libellen, wiens groei volgens het rapport afneemt. "Een klein stadsvijvertje of tuinvijvertje kan al een een klein paradijs zijn voor die libellen. Die leggen hun eitjes in dat water, en als dat water schoon genoeg is en als er genoeg te eten is, dan kan dat al een een heel klein lichtpuntje zijn voor die libellen."

Maar het zijn vooral de diersoorten die op een specifieke plek leven, zoals het moeras, waar je het niet kan oplossen met een vijver in de tuin. "We kunnen niet zelf moerassen gaan bijvullen met water. Dat moet echt door grote instanties worden gedaan."

Advertentie via Ster.nl