
Altijd eerst naar kind luisteren bij mogelijke mishandeling? Dat kan volgens deze hoogleraar helpen, 'maar probleem is breder'
Geeft een kind aan dat het thuis onveilig is? Dan moeten er deskundigen direct mee in gesprek, nog voordat ouders worden ingelicht. In ieder geval als het aan D66 ligt. Helpt dit gevallen als in Vlaardingen en Stadskanaal te voorkomen? "Er is meer nodig."
Het wetsvoorstel van D66-kamerleden Marijke Synhaeve en Hanneke van der Werf, dat de 'kind-eerst-wet' wordt genoemd, komt voort uit die twee recente zaken, waarbij kinderen zwaar werden mishandeld. In beide gevallen gaven de kinderen zelf tekenen dat er iets mis was, maar werd er niet ingegrepen.
'Kind-eerst-wet'
D66 is van mening dat het belang en de veiligheid van een kind voorop moeten staan als er vermoedens zijn van kindermishandeling. De partij wil met de 'kind-eerst-wet' dat er beter naar kinderen wordt geluisterd en dat er geen toestemming van ouders meer nodig is om een onderzoek in te stellen.
Ouders zijn nu nog wel vaak snel betrokken in het onderzoek, weet hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning. Kinderen die zich uitspreken vertellen hun verhaal meestal aan iemand die zij vertrouwen, zoals een leerkracht. Vervolgens wordt vaak een melding gedaan bij Veilig Thuis. "Wat nu meestal gebeurt, is dat ouders worden ingelicht over de melding en dat gesprekken plaatsvinden met ouders erbij."
Zonder ouders praten
Een belangrijk onderdeel van het voorstel is dat kinderen zonder toestemming van ouders gehoord kunnen worden wanneer er vermoedens zijn van mishandeling. Bruning wijst erop dat dit op dit moment nog niet duidelijk in de wet is geregeld voor Veilig Thuis, het landelijke advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.
"Dat is best bijzonder", zegt Bruning. "Als er een melding wordt gedaan over vermoedens van kindermishandeling, zeker wanneer een kind zelf iets heeft verteld, dan moet je in ieder geval met dat kind in gesprek kunnen gaan. Dat zou niet afhankelijk moeten zijn van instemming van ouders."
Ouders worden geloofd
De recente zaken laten volgens Bruning zien dat kinderen soms wel aan de bel trekken, maar dat hun signalen onvoldoende worden opgepakt. Daarom denkt dat hoogleraar dat het wetsvoorstel een belangrijke stap vooruit is. "We zien steeds weer bij calamiteiten dat de stem van het kind onvoldoende serieus wordt genomen", zegt zij.
Je kunt veel beter apart met kinderen praten, zeker wanneer er aanwijzingen zijn dat ouders zelf betrokken zijn bij de mishandeling.hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning.
En de aanwezigheid van de ouder(s) in het onderzoek helpt daar vaak niet bij. "Je kunt veel beter apart met kinderen praten, zeker wanneer er aanwijzingen zijn dat ouders zelf betrokken zijn bij de mishandeling. Ouders kunnen verhalen van kinderen vaak gemakkelijk onderuit halen. Vervolgens zijn professionals soms sneller geneigd dat te geloven, dan iets gruwelijks wat een kind zelf zegt te hebben meegemaakt."
Breder probleem
Toch benadrukt zij dat het probleem breder is dan alleen het horen van kinderen. "Het probleem zit eigenlijk bij alle organisaties in de keten van jeugdbescherming", zegt Bruning. "Het luisteren naar de stem van het kind ligt bij al die organisaties."
Een wetswijziging alleen is volgens de hoogleraar niet voldoende is om nieuwe drama's te voorkomen. In zaken als die van Vlaardingen en Stadskanaal ging het volgens haar niet alleen mis bij de eerste melding, maar ook in de samenwerking tussen verschillende instanties. "Meldingen worden doorgeschoven tussen Veilig Thuis, jeugdbescherming en pleegzorg, waardoor verantwoordelijkheden soms onduidelijk worden."
Winst op werkvloer
"Je kunt de wet aanpassen voor Veilig Thuis, maar voor jeugdbeschermers en pleegzorgwerkers gaat het vooral om professionele standaarden en kwaliteitseisen", gaat ze verder. "Daar is vaak geen toestemming nodig om met een kind te spreken, maar toch gebeurt het niet altijd. Dus het is ook iets wat in de uitvoeringspraktijk niet goed gaat."
De grootste winst valt volgens haar daarom te behalen op de werkvloer. "Professionals moeten het als uitgangspunt nemen dat een kind altijd afzonderlijk wordt gehoord wanneer het aangeeft niet veilig te zijn. Ga eerst met het kind in gesprek en daarna pas met iedereen eromheen", zegt Bruning. "Een kind spreekt zich niet zomaar uit. Daarom moeten we die signalen veel serieuzer nemen dan nu vaak gebeurt."