Het Nederlandse spaargeld op buitenlandse rekeningen verdubbelde in drie jaar tijd. EenVandaag kreeg veel mensen in de chat die twijfelen om in het buitenland te sparen. Experts leggen uit wat daarbij komt kijken.

"Er is een trend te zien", bevestigt econoom bij De Nederlandsche Bank (DNB) Henk Klein Teeselink. "Nog steeds sparen verreweg de meeste Nederlanders in eigen land, maar we zien dat sparen buiten Nederland populairder wordt."

Ruime verdubbeling

3 jaar geleden stond 0,83 procent van ons gezamenlijke spaargeld op buitenlandse rekeningen, terwijl dat nu 1,81 procent is. Een ruime verdubbeling dus, blijkt uit cijfers van DNB, die toezicht houdt op alle banken in Nederland.

Populair zijn vooral de landen waar sommige banken hoge rentetarieven aanbieden. "Traditioneel sparen Nederlanders graag bij onze buurlanden - Duitsland, België en Frankrijk - maar nu zijn opeens landen als Spanje, Estland en Italië in trek voor een buitenlandse rekening", vertelt Klein Teeselink.

Kiezen voor een buitenlandse rekening

Het is niet zo gek dat meer Nederlanders kiezen voor sparen in het buitenland, vindt hoogleraar bankwezen en financiën aan Tilburg University Harald Benink. "Je hoorde de afgelopen tijd veel kritiek op Nederlandse banken. Ze gaven klanten een rentepercentage van zo'n 1,5 procent, terwijl ze zelf geld wegzetten bij de Europese Centrale Bank en daarover 4 procent ontvingen. Daar zat dus een groot gat."

"Het is makkelijk om dan alleen maar te klagen over het lage rentepercentage, maar sommige Nederlanders hebben het heft in eigen handen genomen en zijn op zoek gegaan naar andere opties."

Die zijn er in Nederland, weet Benink. "Een kleine bank als Bunq biedt bijvoorbeeld hogere rentepercentages. Maar blijkbaar zijn er ook aardig wat Nederlanders bij een buitenlandse bank uitgekomen."

Klein Teeselink van DNB legt uit dat er in de Europese Unie vrij verkeer is van diensten en goederen, ook op financieel gebied. "En het gebeurt dus ook andersom: het bedrag dat Nederlanders bij banken in het buitenland hebbenstaan is ongeveer gelijk aan dat van buitenlanders bij Nederlandse banken."

Per land verschillend

"Dat de rente tussen landen in Europa verschilt, komt onder andere doordat huishoudens in sommige landen meer sparen dan in andere", verklaart Klein Teeselink van DNB. Als er meer wordt gespaard, krijg je volgens de wet van vraag en aanbod een lager rentepercentage.

Ook wordt de rente beïnvloed door de concurrentie tussen banken in een land, voegt hoogleraar Benink toe. "Als er meer verschillende grote banken zijn en er dus meer concurrentie is, moet een bank beter z'n best doen om spaarders te lokken. En daarvoor moet die hogere rentes bieden."

Als voorbeeld noemt hij de ING. "Die bank heeft een 'Duitse tak', maar heeft daar te maken met meer concurrentie, omdat er meer banken zijn en omdat Duitsers minder geneigd zijn om voor een Nederlandse bank te kiezen. De ING hanteert daarom in Duitsland een hogere rente dan hier."

Garantie bij faillissement

Sinds 2010 moet de overheid van elk EU-land voor elke rekeninghouder tot 100.000 euro garant staan. Dit wordt ook wel het depositogarantiestelsel genoemd.

Het depositogarantiestelsel garandeert dat je (een deel van) je spaargeld terugkrijgt als je bank failliet gaat. Binnen de Europese Unie is afgesproken dat het stelsel in alle landen een gelijkwaardige bescherming biedt. Zolang jouw geld binnen het eurogebied blijft, biedt een overheid bescherming tot 100.000 euro per persoon, per bank.

Verschil in garantie

Toch moet je bij het openen van een buitenlandse rekening altijd goed controleren onder welk depositogarantiestelsel die valt, waarschuwt hoogleraar Harald Benink. "Sommige banken zijn actief via een dochteronderneming en hebben een Nederlandse bankvergunning. Die vallen onder de Nederlandse depositogarantie. Andere banken zijn alleen actief in een buitenland, en dan wordt je geld beschermd door de overheid van dat land."

In 2013 kwam Cyprus bijvoorbeeld in flinke financiële problemen. Het was nog maar de vraag of het land haar eigen bankencrisis te boven zou komen. "Als de banken het geld aan de rekeninghouders niet kunnen terugbetalen, dan moet de overheid dat doen. In het geval van Cyprus was de overheid ook nog eens failliet. Dus het is belangrijk om de financiële stabiliteit van een land waar jij je rekening opent, te blijven checken", legt Benink uit.

Icesave

Via de Europese Unie is het dus gegarandeerd dat een overheid jou moet beschermen tot 100.000 euro per persoon. "Maar het kan wel verschillen hoe snel die banken je terugbetalen als het misgaat", zegt Benink. "Dus dat is ook iets om rekening mee te houden."

"Bij veel mensen zit het faillissement uit 2008 van de IJslandse spaarbank Icesave nog vers in het geheugen. Omdat veel Nederlanders daar geld hadden geparkeerd, inclusief sommige gemeenten, besloot de Nederlandse Staat bij te springen. Het nam de verplichting over die het IJslandse depositogarantiestesel had tegenover Nederlandse spaarders."

"Maar stel dat je je geld op een rekening zet bij een obscure, kleine bank, in een Oost-Europees land waar weinig andere Nederlanders een rekening hebben, dan is de kans kleiner dat de Nederlandse Staat meteen ingrijpt, en moet je misschien 1 of 2 jaar wachten tot je het terug hebt."

Zet de trend door?

Ondanks de kleine risico's, sparen Nederlanders op dit moment dus vaker in het buitenland dan een paar jaar geleden. En het is niet onwaarschijnlijk dat die trend doorzet, denkt Teeselink. "Ik kan niet in de toekomst kijken, maar banktegoeden stijgen bijna altijd en dus lijkt het logisch dat ook de tegoeden van Nederlanders in het buitenland zullen stijgen."

"Maar omdat de banktegoeden in Nederland vermoedelijk ook toenemen, is nog niet met zekerheid te zeggen of ook het aandeel van ons spaargeld bij buitenlandse banken nog groter zal worden."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.