Ook in week twee van het advies om thuis te werken en daar zo veel mogelijk te blijven, vergaat het de meeste huishoudens goed. Zes op de tien mensen (62 procent) vinden het prettig om vooral thuis te zijn. 36 procent deelt dat gevoel juist niet.

Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 29.000 leden van het Opiniepanel. Op dit moment blijft een meerderheid (68 procent) zowel overdag als 's avonds vooral thuis.

Genoeg te doen

Tot nu toe leidt dit nog niet tot verveling: 91 procent heeft thuis genoeg te doen om de dag door te komen. Werken wordt daarbij het meest genoemd. "Mijn werk gaat gewoon door vanuit huis. Het grootste deel van de dag zit ik aan de telefoon of op Skype", aldus een deelnemer.

Daarnaast besteden panelleden hun vrije uurtjes aan diverse activiteiten. Lezen, tv-kijken, tuinieren en puzzelen zijn populair. Ook gebruiken sommigen de situatie om hun administratie bij te werken, eens flink op te ruimen en klusjes in huis te doen.

Sfeer nog steeds goed

Net als een week geleden zegt de helft (48 procent) van de deelnemers die een huishouden delen dat het thuisblijven de sfeer vooral positief beïnvloedt. Het doen van gezamenlijke activiteiten neemt zelfs een beetje toe (van 36 naar 41 procent), net als het voeren van goede gesprekken (van 20 naar 25 procent).

Toch is het niet bij iedereen alleen maar koek en ei. Een op de tien (11 procent) merkt dat het thuisblijven voor een negatieve sfeer zorgt. Het aantal mensen dat zich aan elkaar ergert loopt een beetje op (van 14 naar 20 procent). Een deelnemer: "We doen meer samen en dat is gezellig, maar omdat je constant om elkaar heen hangt krijg je ook wat ergernissen. Daar proberen we goed mee om te gaan."

Ruim een derde (37 procent) zegt geen veranderingen te merken.

Regels voor kinderen

Naast dat veel volwassenen vanaf de eettafel werken, moeten ook kinderen thuis aan de bak voor school. Van de ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd heeft 82 procent afspraken gemaakt over de daginvulling. Iemand schrijft: "Om 07.30 gewoon uit bed en om 08.30 beginnen we met schoolwerk. In de pauze laten we de hond uit. En na 15.00 is er vrije tijd om te spelen."

Ouders van tieners (12-18 jaar) rekenen iets meer op de discipline van hun eigen kind. Van hen heeft 73 procent afspraken gemaakt. "Een puber laat zich wat minder sturen, maar we sporen hem steeds aan om aan school te werken", aldus een ouder.

Moeilijk controleren

In het onderzoek vertellen ruim vierhonderd middelbare school docenten over hun ervaringen met onderwijzen op afstand. Ze geven bijvoorbeeld les via een videoverbinding, krijgen huiswerkopdrachten digitaal toegestuurd of ontvangen zelfs Whatsapp-foto's als bewijs dat leerlingen aan het werk zijn. Driekwart (75 procent) van de docenten heeft het gevoel dat hun leerlingen zich thuis goed houden aan het opgegeven schoolwerk. Een op de vijf (20 procent) deelt die ervaring niet.

Sommige leraren valt het op dat de motivatie om thuis te werken per klas verschilt: "De onderbouwers doen goed hun werk. Ook de examenklas doet overwegend goed mee. Het probleem zit in 4 havo, daar doen ze soms niet zo veel." Ook vinden ze het lastig om op afstand de inzet van leerlingen te controleren: "De meeste leerlingen zijn wel bij de online lessen, maar verder is het moeilijk om te volgen wat ze doen en hoe."

Hoe gaat het thuisblijven in week 2?
info

Over dit onderzoek Dit onderzoek van EenVandaag is gehouden op 25 en 26 maart. Aan het onderzoek deden 29.091 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Het Opiniepanel bestaat uit 65.000 leden.