Voor de helft (48 procent) van de mensen die vóór de coronacrisis gebruik maakten van het openbaar vervoer, is de mondkapjesplicht geen reden om weer in de trein, bus of tram te stappen. Dat blijkt uit onderzoek onder het EenVandaag Opiniepanel.

Ze zien weinig aanleiding om met het ov te reizen, bijvoorbeeld omdat ze thuiswerken. Daarnaast kiezen veel van hen momenteel liever voor een alternatief vervoersmiddel zoals de auto, fiets of lopen.

'De auto voelt veiliger'

Iemand schrijft: "Ik vond het openbaar vervoer altijd relaxed, maar nu even niet. Voortaan neem ik de auto, dat voelt veiliger." Ook ouderen en mensen met een zwakke gezondheid geven aan het ov te mijden.

Vanaf 1 juni moeten reizigers in de trein, bus of tram een mondkapje dragen. Ook hervat het openbaar vervoer vanaf dat moment de normale dienstregeling, met ongeveer 40 procent van de zit- en staanplaatsen

Wel met een mondkapje

Vier op de tien (43 procent) ov-gebruikers zeggen dat ze wel weer in zouden stappen als alle reizigers mond- en neusbescherming dragen. Ze zijn voor langere afstanden veelal afhankelijk van het ov.

Toch zijn ze niet massaal van plan op pad te gaan. Velen willen alleen het ov gebruiken als dat echt noodzakelijk is. Zoals deze jongere: "Mijn stage op een basisschool begint weer en daar ga ik met de trein heen."

Lees ook

Discipline?

Deelnemers die voor de coronacrisis gebruik maakten van het openbaar vervoer twijfelen of andere reizigers zich zullen houden aan de regel om voldoende mond- en neusbescherming te dragen.

Bijna de helft (47 procent) verwacht dat mensen de maatregel goed zullen opvolgen, maar een even grote groep (45 procent) verwacht van niet. Iemand schrijft: "Het goed dragen van mondkapjes vraagt om discipline. Maar je ziet nu al dat de motivatie voor het volgen van de coronamaatregelen afneemt bij mensen."

Mondkapjes komen in alle soorten en maten voorbij. Maar heeft het wel zin om ze te dragen in de strijd tegen het coronavirus? Verslaggever Tom van ’t Einde legt het uit.

Do-it-yourself-masker

Daarnaast vindt een derde (31 procent) van de ov-reizigers het niet duidelijk welke gezichtsbedekking ze precies moeten gebruiken. Volgens de voorschriften is een niet-medisch mondkapje zonder filter voldoende en mag een zelfgemaakt exemplaar ook.

Toch heeft deze groep behoefte aan duidelijkere richtlijnen voor do-it-yourself-maskers of aanbevolen verkooppunten van mondkapjes.

Lees ook

1,5 meter afstand een illusie in het ov

Ondanks dat deze ov-reizigers sceptisch zijn, vindt 59 procent van alle deelnemers aan het onderzoek het een goede zaak dat mondkapjes verplicht worden in de trein, bus of tram. Omdat altijd anderhalve meter afstand houden hen onmogelijk lijkt, zien ze mond- en neusbescherming als een redelijk alternatief om het risico te verkleinen dat iemand met het coronavirus andere passagiers besmet.

"Bij het in- en uitstappen anderhalve meter afstand houden is een illusie. Als je dan toch moet reizen is een mondkapje 'the next best thing' om de verspreiding van het virus tegen te gaan", schrijft een deelnemer. Iemand anders: "Een mondkapje herinnert je eraan dat corona nog aanwezig is en dat je je gedrag moet blijven aanpassen om niet onnodig risico te nemen."

Schijnveiligheid

Bijna een kwart (22 procent) vindt het geen goed plan en nog eens 19 procent weet niet wat ze van deze maatregel in het openbaar vervoer vinden. Velen horen tegenstrijdige berichten over de veiligheid van mondkapjes en missen een eenduidige mening hierover van deskundigen.

Ook zijn ze bang dat andere ov-reizigers hun mondkapje niet op de juiste manier gebruiken of zich door een gevoel van bescherming niet aan de anderhalvemeterregel zullen houden. "Het geeft een gevoel van schijnveiligheid. Ik zie nu al mensen met een masker dat ze niet goed dragen, maar die wel te dichtbij anderen komen."

Joyce Boverhuis presenteert de uitslagen van het onderzoek
info

Over dit onderzoek

Het onderzoek (pdf) is gehouden op 8 en 9 mei 2020. Aan het onderzoek deden 23.411 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Het Opiniepanel bestaat uit ruim 70.000 leden.