De zware industrie wil werk maken van de klimaatdoelstellingen. Maar om in 2030 de CO2-uitstoot met de helft terug te kunnen brengen, moeten ze gebruik maken van technieken die nu nog in de kinderschoenen staan. Morgen ontvangt de minister van Economische Zaken, Eric Wiebes, de uitkomst van een overleg tussen bedrijfsleven, maatschappelijke partijen en overheid over een nieuw Klimaatakkoord. Als een van de belangrijkste vervuilers wil de industrie ambitie tonen, zeggen ze. Maar daar hebben ze ook innovaties, politieke duidelijkheid en betere samenwerking voor nodig.

Drie maanden geleden namen meer dan honderd partijen plaats in het Klimaatberaad. Onderverdeeld in vijf tafels (elektriciteit, mobiliteit, landbouw, gebouwde omgeving en industrie) spraken de partijen erover hoe ook Nederland kan voldoen aan de doelstelling van de klimaattop in Parijs: de helft minder uitstoot van broeikasgassen in 2030. 

Dit betekent onder andere dat er minstens twee miljoen huizen energiezuinig moeten worden gemaakt, er drie miljoen elektrische auto’s op de weg zijn en er nog meer windmolenparken bij moeten komen. Hoewel de presentatie van dit Klimaatakkoord pas morgen is, melden kritische betrokkenen al dat de uitkomst teleurstellend is. In plaats van concrete afspraken zou het Akkoord vooral voorstellen en scenario’s bevatten. 

Minder CO2

Zo’n dertig procent van de CO2-reductie voor 2030 moet komen vanuit de industrie. Een van de partijen aan de ‘Industrietafel’ is het chemisch industriecomplex Chemelot. Het terrein ligt langs de A2 in Geleen. Directeur Robert Claasen: “We zijn verantwoordelijk voor drie à vier procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland. We willen graag het meest duurzame complex van Europa worden en in 2050 klimaatneutraal zijn.” 

Om die ambitie waar te maken, heeft Claasen onder andere plannen uitgewerkt om twee fossiele energiestromen, aardgas en nafta, te vergroenen. Reële plannen, alleen moet er wel nog veel worden geïnvesteerd in innovatie en samenwerking om de plannen te realiseren, zegt Claasen. “De snelste manier om uitstoot terug te brengen is de boel sluiten, maar ik denk dat we daar ook niet op zitten te wachten.”

Keramiekfabriek

In de keramiekfabriek Wienerberger in Tegelen worden bakstenen en dakpannen gemaakt. Voor de verhitting maken ze gebruik van Gronings aardgas. Ze behoren daarmee tot een van de tweehonderd grootste gebruikers van dat gas. In januari kreeg het bedrijf een brief van minister Wiebes waarin werd aangekondigd dat de Groningse gaskraan zou worden dichtgedraaid. 

Directeur Jasper Vos: “We werden aangemoedigd na te denken over alternatieven.” Dat alternatief is er in eerste instantie in de vorm van buitenlands, hoogcalorisch, gas. Daarvoor moet de oven worden aangepast, maar dat is haalbaar. Als uiteindelijk ook dat buitenlandse gas eruit moet, staat het bedrijf voor een grote uitdaging. Er zijn geen alternatieve brandstoffen voor het produceren van keramische producten. Vos wil graag zijn verantwoordelijkheid nemen, maar zegt ook: “Elektrisch verhitten is op dit moment geen optie. Het is technologisch gewoon onmogelijk. En ook waterstof heeft misschien mogelijkheden, maar er is geen zicht op succes. Het onderzoek naar alternatieven zal nog jaren duren.”

Ambitie 

“Het kan dat je de ambitie op tafel legt om in twaalf jaar tijd de uitstoot van broeikasgassen met de helft te verminderen en erover gaat onderhandelen. Maar het is een onrealistisch doel dat je nooit gaat halen. Het is technisch onmogelijk.” Aldus energiedeskundige Aad Correljé, hoogleraar bij de TU Delft. Ook al verwacht hij dat er wel stappen genomen zullen worden in het Klimaatakkoord is hij sceptisch over de snelheid waarmee bedrijven energieneutraal kunnen worden. “Om huidige productieprocessen te kunnen vervangen moeten processen ontwikkeld worden op grote schaal die nu nog niet bestaan.” 

Ook wijst Correljé er op dat directies van grote ondernemingen soms in landen zitten die géén klimaatambities hebben. “Het is een politieke keuze. In India en Amerika kijken ze hier heel anders naar. Probeer ze dan maar eens te overtuigen.” Op langere termijn gelooft Correljé wel dat we de doelen halen, omdat er al wel technische ontwikkelingen gaande zijn. “Maar die hebben tijd en geld nodig.”

Ook al moet er nog veel gebeuren totdat de energietransitie een feit is, Chemelot-directeur Claasen laat zich niet ontmoedigen: “Het betekent wel dat we gewoon moeten beginnen en hard aan de slag moeten met innovatie.” Energiedeskundige Aad Correljé ziet de technische uitdaging ook niet als een reden om af te zien van het klimaatoverleg: “Als je ervan uitgaat dat we CO2 willen besparen dan is dit noodzakelijk.”