Het kerstdiner nadert. Dat betekent dat we massaal kerstkonijnen inslaan. In Nederland worden meer dan 300.000 'Flappies' gefokt. Maar we eten er veel meer. Hoe belandt dat kerstkonijn op ons bord?

Konijnen die bedoeld zijn als hoofdgerecht worden geboren in grote stallen. In Nederland gebeurt dit bij 47 konijnenfokkers, die 7 dagen in de week zorg moeten dragen voor de dieren.

Lees ook

Elk babykonijntje dagelijks gecontroleerd

Daar komt nogal wat bij kijken: "Elk konijntje dat geboren wordt, moeten wij dagelijks controleren. Zijn ze niet ziek? Krijgen ze genoeg melk van de moeder? En dat bij duizenden babykonijntjes", vertelt konijnenfokker Arie Kool.

Konijnen fokken is een uitstervend beroep, laten de statistieken zien.

Na 5 weken bij hun moeder te hebben gezeten gaan de jongeren naar een andere kooi, in een andere stal. Deze nieuwe kooien worden 'parken' genoemd. Deze kooien zijn ongeveer 2 bij 1 meter groot. Er zitten zo'n veertig konijnen in. Parken zijn geen wettelijke verplichting, maar konijnenboeren hebben afgesproken ze allemaal te gebruiken.

De moeders, ook wel voedsters genoemd, blijven alleen achter in hun hok. 10 dagen na de bevalling worden de moeders opnieuw bevrucht. 31 dagen later werpen ze tien nieuwe jongen, die opnieuw vijf weken bij hun moeder in het hok blijven. De moeders blijven gemiddeld een jaar in de stal, zolang ze goede jongen blijven baren. Daarna gaan zij naar het slachthuis en dienen ze uiteindelijk als voedsel voor (huis)dieren.

Naar slachterijen in Duitsland en België

De overige konijnen gaan al naar het slachthuis als ze 11 weken oud zijn. In Nederland zijn er geen slachthuizen voor konijnen meer. Vanwege financiële problemen sloot de laatste slachterij in 2005. De vleeskonijnen gaan daarom in grote vrachtwagens naar België en Duitsland, hun einde tegemoet.

De konijnen die in de supermarkt liggen komen vaak uit landen als China, Frankrijk en Hongarije.

In onze buurlanden staat konijn het hele jaar door op het menu. Vandaar dat deze 'Nederlandse konijnen' meestal op het bordje belanden van onze zuider- en oosterburen. In Nederland is er rond kerst een enorme piek in de vraag naar konijnen: "We eten gemiddeld 700 gram konijn per persoon per jaar in Nederland. Dat is meer dan de Nederlandse fokkers produceren", zegt onderzoeker Karel de Greef van de Universiteit Wageningen.

Het gaat ook vaak mis

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit deed de afgelopen 3 jaar bij alle konijnenfokkers onderzoek. Een derde van de konijnenfokkers kwam niet door de keuring. "Een veel voorkomende overtreding was dat de dieren niet beschikten over het juiste knaagmateriaal. Andere overtredingen waren bijvoorbeeld uitstekende scherpe delen, te lage lichtintensiteit en ontbrekende plateaus", vertelt Tjitte Mastenbroek van de NVWA.

Volgens Peter Janssen van stichting Konijn in Nood zijn ook de fokkers die wel goedgekeurd worden in gebreke. "Konijnen zitten 24 uur boven hun eigen poep en plas en ademenen constant ammoniakgeuren in. Dode konijnen liggen vaak lange tijd in de hokken en zieke konijnen krijgen niet de verzorging die ze nodig hebben. Dan heb ik het nog niet gehad over het gebrek aan stro en hooi. In zo'n draadgaaskooi kunnen ze ook niet graven, terwijl dat een natuurlijke behoefte is."

Welke wetten gelden er voor konijnenfokkers?

Je konijn is waarschijnlijk niet vers

Doordat de fokkers de vraag rond kerst niet aan kunnen, halen supermarkten de konijnen uit Frankrijk, Hongarije en soms zelfs uit China. In deze landen zijn de wettelijke eisen vaak veel minder streng. Bovendien hebben ze vaak al een hele lange tijd doorgebracht in de diepvries.

Met kerst ligt dus zelden een vers konijn uit Nederland op ons bord. Eet je met kerst een konijn, dan heeft die zeer waarschijnlijk een lange reis ondernomen langs verschillende stallen, een slachterij, door meerdere landen en de diepvries.