Schaamteloze lichamelijke onderzoeken, eenzame opsluiting en bijna nooit mogen luchten. Volgens Amnesty International zou Nederland fundamentele mensenrechten schenden bij het opsluiten van terreurverdachten. Maar is het echt zo dramatisch gesteld op onze twee terreurafdelingen? Nee, zeggen ex-hofstadtlid Jason Walters en een journalist die er 6 dagen verbleef.
“Je staat daar, je voelt je vernederd, terwijl een bewaker je aankijkt”. Het is een van de getuigenissen van een ex-gedetineerde die verbleef op een van de twee terreurafdelingen in Nederland. Het gaat om controles waarbij gedetineerden zich helemaal moeten uitkleden. Het zijn dit soort omstandigheden die volgens Amnesty International de situatie op de terrorisme afdelingen de Schie en Vught inhumaan maken.
“Onafhankelijke en onpartijdige inspectie van deze mensonterende omstandigheden is niet mogelijk”, volgens onderzoeker Doutje Lettinga. Voor haar onderzoek sprak zij met 50 betrokken, onder wie 19 voormalig gedetineerden van de Terrorisme Afdeling (TA).
'Hele normale gevangenis'
Documentairemaker Willem de Haan, documentairemaker mocht in maart van dit jaar zes dagen meelopen op de terroristenafdeling in Vught. Uniek, want nooit eerder opende deze speciale afdeling zijn deuren voor journalisten.
“Het eerste dat me opviel was dat het eigenlijk een hele normale gevangenis is. Natuurlijk is het een streng regime, maar van de horrorverhalen die ik eerder gehoord had bleek weinig waar te zijn.”`
Advocaten stellen situatie expres zwart voor
Ook van het personeel was De Haan erg onder de indruk. “Advocaten willen natuurlijk altijd een beter regime voor hun cliënten. Als je de situatie maar zwart genoeg afschildert, ontstaat er misschien zo veel reuring dat er iets verandert. Maar mijn indruk is dat de mensen die er werken heel erg kundig zijn en gericht op zijn de-escalatie.”
Ex-Hofstad-lid Jason Walters: 'Vught niet inhumaan'
Voormalig lid van de Hofstadtgroep Jason Walters verbleef jarenlang op de terroristenafdeling in Vught. Hij twittert vandaag dat hij zich totaal niet kan vinden in de kritiek van Amnesty.
President Donald Trump kondigde het gisteravond aan: Amerika gaat een importheffing van 20 procent op alle producten uit de Europese Unie doorvoeren. Wereldwijd waarschuwen economen dat dit een slecht idee is, vooral voor de VS zelf. Toch zet Trump door.
Willem Hulsebosch is eigenaar van een bloembollenbedrijf dat exporteert naar de VS
Bron:
EenVandaag
Voor Nederlandse ondernemingen met veel export naar de Verenigde Staten breken spannende tijden aan. Door de extra belasting van 20 procent worden hun producten voor de Amerikaanse consument een stuk duurder. "Dit betekent heel veel onzekerheid."
"Dit valt wel rauw op ons dak", zegt Willem Hulsebosch. Samen met zijn vrouw en zoons runt hij al jaren een bloembollenbedrijf in Julianadorp.
Andere markten
"We doen al decennialang zaken met Amerika en hebben in de loop der jaren echt een goede band opgebouwd met onze klanten in de VS", gaat Hulsebosch verder. "Die willen we graag houden. Maar als het moet, dan gaan we ons op andere markten richten."
Want de familie beseft wel dat Amerikanen zullen afhaken als bloemen door de heffing te duur worden. "Tulpen zijn geen eerste levensbehoefte. Aan het eind van je rondje supermarkt staat er een bosje bloemen. Als dat ineens 20 procent duurder is, dan denk je wel twee keer na."
'We begrijpen zijn visie'
De familie Hulsebosch is flink verweven met de Verenigde Staten. "Onze moeder is Amerikaans, we hebben familie overzee en komen er vaak", vertelt zoon Roy.
"We houden van het land en zijn zelfs pro-Trumpers. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar we begrijpen zijn visie wel. Hij maakt waar wat hij zegt. Dat vinden wij ergens ook wel bewonderenswaardig. Hij zet zijn volk op één, dat is duidelijk. Daar kunnen wij in Europa nog wat van leren. Alleen dit plan, dat maakt het voor ons wel lastig."
Toch blijft Hulsebosch positief: "We zijn gelukkig niet volledig afhankelijk van Amerika. We exporteren ook naar Engeland, China, Rusland en Kazachstan. En we hebben een uniek product. Bollen kun je maar op één plek in de wereld telen, en dat is hier, in Nederland. Door het klimaat, de bodem, de omstandigheden. Dat kan niet zomaar ergens anders. Daar hebben ze ons gewoon voor nodig.
Er zijn dus genoeg opties. "Als de ene markt moeilijk doet, dan vinden wij onze weg wel via een andere. We hebben al vaker met onzekerheden te maken gehad. Als het even tegenzit, dan nemen we genoegen met wat minder marge en stellen we investeringen gewoon even uit."
'Kennis en ervaring zit in Nederland'
"Trump ziet ons het liefst naar Amerika vertrekken", legt directeur van TTA-ISO Martin Maasland uit. Het Nederlandse bedrijf maakt landbouwmachines en heeft een grote afzetmarkt in de Verenigde Staten.
TTA-ISO heeft zelfs een kantoor in de VS zitten. "Maar de kennis en ervaring op het gebied van high-techsystemen in de tuinbouw zit hier in Nederland. Die gekwalificeerde mensen kun je niet oppakken en in Amerika neerzetten."
Bang voor Amerikaanse concurrenten is Maasland niet. "In ons geval zijn er weinig of eigenlijk geen partijen in de Verenigde Staten die hetzelfde kunnen bieden als wij. We zien onszelf daardoor niet genoodzaakt om de winstgevendheid op onze machines te verlagen."
Maar als de prijs vanwege de invoerheffingen te hoog wordt, dan bestaat er volgens Maasland wel een kans dat de markt afneemt of zelfs helemaal stilvalt. "Dan kunnen we overwegen of we bereid zijn iets van onze marges op te geven, maar we moeten ook de salarissen van onze medewerkers kunnen betalen."
Tegenactie
Over eventuele eigen tarieven die de EU als tegenactie kan invoeren, maakt Maasland zich geen zorgen. "De grootste impact zijn uiteindelijk toch de hoge tarieven van Amerika richting Europa, omdat wij in Europa produceren."
"En andersom importeren wij weinig vanuit Amerika", gaat hij verder. "Dus als Europa hoge handelstarieven gaat invoeren, verwachten wij niet dat dat veel impact op ons heeft."
Hoofdeconomoom van de ING Marieke Blom begrijpt de zorgen van Nederlandse ondernemers die veel exporteren naar de Verenigde Staten. "Door Trumps nieuwe invoertarieven, gemiddeld 25 procent, en zelfs 54 procent voor China krijgt ook de Europese Unie een tarief van 20 procent opgelegd. Dat leidt naar verwachting tot een exportdaling van zo'n 15 procent richting de VS. Voor Nederland betekent dat een krimp van ongeveer 0,2 procent van het BBP."
Toch is dit volgens Blom geen nieuwe economische crisis in wording. "Dit is niet te vergelijken met corona of de energiecrisis. Het is vooral een rem op de groei."
Niet terugslaan met eigen tarief
Blom verwacht dat Europa met eigen tarieven zal reageren. "Maar hoe dat uitpakt is onduidelijk, omdat we niet zeker weten hoe Trump reageert. Een handelsoorlog moeten we zien te voorkomen."
"We kunnen beter gerichte steun bieden aan getroffen sectoren. Ook kan er veel winst worden geboekt door de interne markt beter te laten werken. En er liggen veel kansen in het versterken van handelsrelaties met landen als India en Zuid-Amerika. Als we dit moment grijpen, kan Europa uiteindelijk sterker en minder afhankelijk van de VS worden. Ook voor Nederland liggen hier echte kansen."
Onzekerheid bij Nederlandse ondernemers door Amerikaanse importheffingen