Het verzet tegen twee grote windmolenparken in het noorden van het land heeft ‘buitenwettelijke vormen’ aangenomen, zegt de veiligheidsdienst NCTV. Bedreiging, intimidatie en zelfs brandstichting: tegenstanders lijken geradicaliseerd. Het Openbaar Ministerie (OM) in Noord-Nederland zet alles op alles om deze extremisten te stoppen.

De komst van de twee grote parken, de Drentse Monden en Windpark N33, in de provincies Drenthe en Groningen zijn al jaren bron voor discussie. Omwonenden vrezen horizonvervuiling en geluidsoverlast van de windmolens. De laatste jaren verhardt de toon rond het debat tussen voor- en tegenstanders.

Dat erkent ook Pieter van Rest van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland die onderzoek doet naar verschillende incidenten. “Er is de laatste tijd sprake van een opleving”, zegt de officier van justitie. Van Rest noemt het geen terrorisme, maar extremisme. Tot op heden is er slechts een man veroordeeld. Hij verzond naar twintig boeren kerstkaarten met de tekst: “Spiegeltje spiegeltje aan de wand… wat vliegt er nu weer in brand.” 

Reeks gewelddadige incidenten

Boeren zijn het mikpunt omdat zij de bouw van windturbines op hun land faciliteren. In de zomer van 2016 werden op de akkers van diverse agrariërs projectielen gelegd met als doel hun landbouwmachines te beschadigen. Een schuur van een initiatiefnemer van het windpark in Drenthe brandt volledig uit.

Maar ook andere betrokkenen zijn doelwit van de actiegroepen. Er worden dreigbrieven gestuurd naar horeca die informatieavonden faciliteren. Bedrijven en organisaties betrokken bij de bouw van windmolens worden aangeschreven of zelfs persoonlijk bedreigd. Daarnaast worden lokale en provinciale bestuurders bedreigd.

Jan Nieboer van actiegroepen Platform Storm en Tegenwind Veenkoloniën keurt dit af, maar zegt het gevoel van de actievoerders wel te ‘snappen’. Hij voorspelt dat de strijd de komende tijd nog verder zal verharden.

Windmolen-extremisten plegen meerdere strafbare feiten

Aanslag met molotovcocktails

Hoe ver actievoerders gaan, merkte ook windmolenbouwer Robert Jans. Op zijn leven en dat van zijn vrouw werd in 2017 een aanslag gepleegd. De Assenaar wordt in de nacht van 10 april opgeschrikt door brand, veroorzaakt door molotovcocktails voor zijn voordeur en onder zijn elektrische auto. De buurvrouw ziet het gebeuren en waarschuwt Jans en zijn vrouw waardoor ze kunnen vluchten. Vijf minuten na middernacht ontvangt hij een sms waarin staat dat hij zich moet terugtrekken uit het windmolenproject in Coevorden. “De volgende keer zijn dierbaren aan de beurt,” zegt de boodschapper. 

Jans, 73 jaar en bijna met pensioen, is al sinds de jaren tachtig actief binnen de sector. Hij bouwde een park in de Verenigde Staten en heeft daarnaast een van de grootste windmolenparken van Duitsland in zijn beheer. Het verzet was nog nooit zo fel. “Toen ik in Coevorden startte in 2014, schreven tegenstanders nog gewoon een brief”, aldus Jans. De zaak is nog altijd onopgehelderd. Het onderzoek ligt stil.    

Extremistisch verzet in heel Europa

De NCTV noemt de situatie in het noorden van het land extremisme. “De acties richten zich tegen pro-windmolen bestuurders, boeren op wier land turbines komen maar ook tegen bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de installaties en bouw van de windmolens,” schrijft de NCTV. Bedreiging, intimidatie en vernieling worden hierbij toegepast. De Nationaal coordinator ziet dit ‘extremistisch verzet’ ook in andere Europese landen, zoals in Frankrijk.

Lees ook: