Streekvervoerders, leerkrachten en zorgmedewerkers. Het is de dag van de arbeid en dus ook de dag van de stakingen. En dat worden er steeds meer, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Nederlandse werknemers staakten hun werkzaamheden in 2017 maar liefst 32 keer, dat is zeven keer meer dan in 2016.  

Sinds 1989 zijn er niet meer zoveel stakingen in ons land geweest als afgelopen jaar. Maar niet alleen het aantal stakingen stijgt flink, ook steeds meer mensen sluiten zich bij de acties aan. In 2017 waren dat ruim 147.000 mensen tegen 11.000 het jaar ervoor. 

‘Revival van stakingen in Nederland’

Volgens De Volkskrant is daarom een revival van de staking in Nederland gaande. ‘Onzin’ vindt Barend Barentsen, hoogleraar Sociaal Recht. “Nederland is geen stakingsland. In Nederland werd niet veel gestaakt en wordt nog steeds niet veel gestaakt. Ook al was het vorig jaar een klein beetje meer dan voorgaande jaren, is het wat klein om nu al van een revival te spreken.”

Barentsen zegt dat de hoge cijfers te verklaren zijn door de grootschalige stakingen in het onderwijs. “De cijfers worden gekleurd door de grote groep die in het onderwijs gestaakt heeft. En ook al was dat heel beperkt in vergelijking met andere landen, is het voor Nederlandse begrippen een hele grote sector die de werkzaamheden heeft neergelegd. Daarom slaan de cijfers zo hoog uit.”

Werknemers pikken het niet meer

De stakingen in het onderwijs zijn een verklaring voor de stijging, maar volgens FNV voorman Han Busker is er een nog een reden voor de forse toename. “Deze cijfers van het CBS geven aan dat de Nederlandse werknemers het niet meer pikken.”

Dit zie je momenteel terug in het streekvervoer. Al twee dagen ligt bijna het hele regionale vervoer plat. Met de 48-uursstaking willen de vakbonden FNV en het CNV de eisen voor een nieuwe cao voor de werknemers bij de regionale vervoersbedrijven kracht bij zetten.

De boodschap dat het streekvervoer momenteel staakt was niet voor iedereen duidelijk: