Vandaag is het langverwachte rapport over de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977 verschenen. Dit archiefonderzoek moet meer duidelijkheid geven over wat er precies gebeurde bij de belegering van de passagierstrein.

Het is voor het eerst dat de overheid een onderzoek heeft ingesteld naar de bestorming van de trein waarbij zes Molukse kapers en twee passagiers omkwamen. Eén van de vragen die al 37 jaar onbeantwoord is, betreft de vermeende executie van een aantal Molukkers.. Volgens uitgelekte gegevens uit de autopsierapporten bleek al eerder dat zeker drie van de kapers van dichtbij zijn doodgeschoten.

Begin deze maand werd duidelijk dat nabestaanden van de omgekomen kapers de staat aansprakelijk stellen. Een voormalig politieman betrokken bij de bestorming van de trein zei eerder in EenVandaag dat minister Van Agt de opdracht heeft gegeven dat de kapers de trein niet levend mogen verlaten.

Van Agt heeft in de Telegraaf al gereageerd op het rapport. Hij zegt in de krant dat er geen bewijs is gevonden voor doelbewuste executies. Ook de vader van een omgekomen passagier heeft gezegd dat het rapport niet tot nieuwe inzichten heeft geleid.

Jongste gegijzelde

In EenVandaag vanavond een gesprek met Hendrien Maat. Zij was de jongste gegijzelde en raakte gewond bij de bestorming. We spreken haar vlak nadat ze met andere slachtoffers is bijgepraat. Ook de commandant van de scherpschutters Kees Kommer gaat met vragen naar Den Haag. In de studio reageert historica en terrorisme-onderzoeker Beatrice de Graaf op het rapport.

Radio

Vanmiddag in Radio EenVandaag een gesprek met verslaggever Mark de Bruijn over het rapport.

Nabestaanden stellen staat aansprakelijk. Bekijk hieronder een eerdere uitzending van EenVandaag over de treinkaping

update
19-11-2014 15:44

Kabinet accepteerde mogelijke dood kapers De Punt

Het toenmalige kabinet heeft geaccepteerd dat waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden omkomen bij het militaire ingrijpen waarmee een einde werd gemaakt aan de treinkaping bij De Punt in 1977. Dat blijkt uit archiefonderzoek dat minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie hebben laten doen op verzoek van de Tweede Kamer.

,,Het doel van het plan was de bevrijding en bescherming van de gegijzelde passagiers in de trein. De consequentie dat waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden omkomen, werd aanvaard. Het uitgeoefende geweld door de precisieschutters en de mariniers viel binnen de grenzen van de geweldstoepassing die door het bevoegd gezag was voorzien en aanvaard'', aldus Opstelten in een verklaring.

In het archiefonderzoek zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen waaruit blijkt dat het besluit tot ingrijpen destijds onzorgvuldig, onvolledig of onjuist is geweest. Het optreden berustte op een toereikende wettelijke grondslag, aldus de minister.

Volgens Opstelten zijn er geen aanwijzingen gevonden dat de zes gedode gijzelnemers zich duidelijk waarneembaar hebben overgegeven. Twee gijzelnemers gaven zich wel over en één gijzelnemer werd na een schotenwisseling overmeesterd.

'We waren heel blij dat het eindelijk voorbij was.'