Wanneer gaat een onschuldige grap te ver en valt iets onder pestgedrag? Het lijkt een moeilijke vraag, waar geen eenduidig antwoord op te geven is. Toch is het antwoord volgens directeur Patricia Bolwerk van Stop Pesten Nu juist heel simpel.

"Je vertoont pestgedrag als ook maar één iemand dat gedrag niet fijn vindt", zegt directeur en oprichter Patricia Bolwerk van Stop Pesten Nu. "Mensen zeggen wel eens: 'ik plaag met zo nu en dan een ruw randje', maar dat soort plagen bestaat niet. Op het moment dat er 'een ruw randje' aan zit, is het pestgedrag. Door plagen wordt niemand verdrietig."

Kijk naar de ander

Vandaag start de Week tegen Pesten en is er op scholen extra aandacht voor dit onderwerp. Per klas worden zo'n twee tot drie leerlingen dagelijks gepest, zegt Stop Pesten Nu. Op de werkvloer zijn zo'n 500 duizend mensen jaarlijks slachtoffer van pesten. En ook bij ouderen komt het voor: een op de vijf ouderen in het bejaardentehuis wordt gepest.

"Het gaat er niet om wat jij wel of niet doet, het gaat erom hoe dat bij een ander binnenkomt." Dat maakt pesten zo complex, zegt onderwijsdeskundige Marcel van Herpen.

Spannend

"Jij gaat er niet over of je pest of niet", legt hij uit. "Daar gaat de ander over. Het verschil tussen pesten en plagen hangt niet af van wat jij erover zegt, denkt, vindt of voelt. Dat hangt af van hoe het aan de andere kant beleefd wordt. Wat voor jou een grapje is, kan voor iemand anders vervelend zijn."

"Als jij met vrienden bent, kun je elkaar voor rotte vis uitmaken, dat kan grappig zijn. Dat heeft niets met pesten te maken. Maar op het moment dat er bijvoorbeeld culturele verschillen zijn, of wanneer iemand het gevoel heeft dat hij of zij niet bij de groep hoort, dan worden grapjes heel spannend."

Bekijk ook

Pesten voorkomen

Wat volgens Bolwerk belangrijk is op scholen, is dat leerkrachten niet in lange gesprekken terechtkomt met leerlingen over pesten. "Reageer op het moment dat het gebeurt", raadt ze aan. "Uit onderzoek blijkt dat kinderen dat het fijnst vinden. Het is effectief. Daarnaast hebben leerkrachten vaak de tijd niet om lange gesprekken te voeren met vragen zoals: waarom doe je dit, hoe is dat gekomen, etcetera."

Pesten komt voor op plekken waar mensen zich niet veilig voelen, zegt Bolwerk. Waar je als leerkracht kunt reageren op pestgedrag, moet je dat in omgevingen met volwassen op dezelfde manier doen. "Je moet je oren en ogen ophouden. En als je iets ziet wat iemand anders niet fijn vindt, zeg je meteen op dat moment: 'Wat ik hier zie, vind ik niet oké. Ik accepteer dat niet'. Als iets een vreemd gevoel bij je oproept, is dat ook zo."

Empathisch vermogen ontwikkelen

Deze vaardigheid om het te signaleren moet je volgens Van Herpen al vroeg ontwikkelen. "Dat kan alleen maar als er in een vroeg-schoolse ontwikkeling, vanaf de basisschool, kinderen geleerd wordt het perspectief van anderen in te nemen. En dat ontbreekt op heel veel scholen."

Omdat bijna alle scholen met vaste programma's werken, krijgen kinderen vaak allerlei vaardigheden aangeleerd, zowel cognitief als sociaal-emotioneel. "En daar gaat het helemaal niet over", zegt hij. "Het gaat erom dat je in een activiteit, waar je iets aan het doen bent dat voor jou goed of fijn is, rekening houdt met hoe dat voor anderen zal zijn. Het is het ontwikkelen van je empathische vermogen."

info

Week tegen Pesten

Het is niet voor niks deze week de Week tegen Pesten. Uit onderzoek blijkt dat in de eerste 6 weken van het schooljaar de groepsindeling wordt bepaald. In deze weken kun je nog invloed uitoefenen voor een positieve sfeer in de groep. Vandaar dat de Week tegen Pesten nu begint.

'Mijn kind pest niet'

Op scholen is het lastige dat er veel mensen bij betrokken zijn. De leerkrachten, de leerlingen, maar zeker ook de ouders. Bolwerk ziet dat veel ouders zeggen: 'mijn kind pest niet.' Maar de kans dat je een pester of meeloper hebt als kind, is veel groter dan dat je een gepest kind hebt. "De pesters en meelopers vallen vaak in die 90 procent die niet gepest wordt."

Als ouder kun je ook niet weten dat jouw kind meedoet aan pestgedrag. "Kinderen die thuis hondsbrutaal zijn, zijn in een groep misschien de rustigste kinderen en andersom. Groepsdruk doet zo veel met een kind. Zeg als ouder gewoon als je hoort dat jouw kind pest: wat vervelend, ik ga het gesprek erover aan. En vraag je kind: ik heb gehoord dat je dit doet, waarom doe je dit? Ik accepteer het niet."

Bekijk ook

Opdracht voor pester en gepeste

Van Herpen ziet het liefst dat kinderen inzicht krijgen, zowel de pester als degene die gepest wordt. Als voorbeeld noemt hij twee kleuters die ruzie maken over een bal. "Je kunt tegen die ene kleuter zeggen: 'ja, ik begrijp wel dat het jouw bal is, maar die heb je zelf weggegooid.'. En tegen die ander kun je zeggen: 'ik begrijp wel dat het jouw bal is, want je zag hem gewoon liggen.' Dat is de kern van de hele interventie."

"In die interventie krijgen allebei de kinderen een opdracht: jij moet zorgen dat je hier tegen gaat kunnen, want er komen nog heel veel mensen die dit soort dingen gaan zeggen", zo krijgt het gepeste kind te horen. "En jij moet zorgen dat je er rekening mee houdt dat iemand anders geen aanstoot kan nemen", is de boodschap aan de pester. "En die opdracht krijgen ze tegelijk", zegt hij met nadruk.

info

'Sla een keer van je af', werkt niet

"Zeg niet dat jouw kind een keer een duw terug moet geven of van zich af moet bijten", zegt Bolwerk tegen ouders van een gepest kind. "Want als je dat als kind niet durft te doen, voel je je nog een grotere kneus dan je je al voelt omdat je gepest wordt."

Om pesten te stoppen moet meerdere mensen met elkaar iets veranderen. "Begin met het openen van je oren en ogen. Er is altijd iemand die pestgedrag ziet."