Elke dag werd er geschilderd, gekleurd en geknutseld, maar sinds de eerste golf staat het atelier van activiteitenbegeleider Jan Jacobs leeg. Corona heeft zijn werk bij een Zeeuwse ouderenzorgorganisatie flink veranderd. En niet alleen negatief.

'Een buitenbeentje', noemt de activiteitenbegeleider zichzelf gekscherend. Waar de meeste collega's bij WVO Zorg een achtergrond hebben in zorg en welzijn, volgde hij een kunstopleiding. Vóór de start van de coronacrisis kon het wat Jan betreft niet gek genoeg tijdens zijn activiteiten met ouderen. Regelmatig nodigde hij een kunstenaar uit en moedigde cliënten aan om hun woning aan te kleden en daarmee eigen te maken.

'Ik ben bang dat we minder aan plezier toekomen'

De afdeling waar Jan werkt heet Activiteitenbegeleding en Welzijn. "Maar soms ben ik bang dat we op een gegeven moment minder aan 'welzijn' toekomen tijdens de tweede coronagolf. Daarmee bedoel ik primaire behoeften als plezier en levenslust. Het is aan ons om de mensen die dat niet uit zichzelf kunnen halen daarmee te helpen."

En dat is een uitdaging, vertelt hij. "We zijn met minder en aan strenge regels gebonden. Tijdens de eerste golf hebben we geleerd dat een-op-een-begeleiding de meesten erg goed doet. Het zou mooi zijn als we dat structureel kunnen doen, maar daar heb je veel mensen voor nodig, veel vrijwilligers."

Minder hulp van vrijwilligers

En die vrijwilligers waren er juist niét tijdens de eerste golf. Bij WVO Zorg waren voor de coronacrisis ruim achthonderd vrijwilligers actief, die onder andere de activiteitenbegeleiders dagelijks ondersteunden. Maar zij werden allemaal naar huis gestuurd. "Dat sloeg een flink gat", vertelt Jan. "Ineens zaten we zonder die hulp." De woon-leefmedewerkers die de overheid eerder al beschikbaar stelde aan de ouderenzorg, dichtten het gat deels, maar niet helemaal. Het zorgde ervoor dat Jans werk en dat van zijn collega's intensiever is dan eerder.

"We zijn veel mensen kwijtgeraakt. Inmiddels druppelen de vrijwilligers weer binnen, maar de vraag is voor hoe lang ze deze keer kunnen blijven." Hij doelt daarmee op de nieuwe maatregelen. Daarnaast vraagt hij zich af of het vrijwilligerswerk voor iedereen even leuk blijft. "De terugkerende vrijwilligers werken op één locatie, eerder wisselden ze af. Dat maakt het werk voor sommigen minder aantrekkelijk."

Flinke aanpassingen

Maar Jan vindt het ontzettend belangrijk dat activiteitenbegeleiders wél hun werk blijven doen. "Vaak wordt onderschat wat de ouderen in woonzorgcentra en verpleeghuizen nog kunnen. Zeker als ze - zoals veel mensen hier - dementie hebben. Het maakt me trots als ik zie wat bewoners allemaal voor elkaar krijgen met verf, potlood en papier." Jan is ervan overtuigd dat cliënten veel hebben aan iets creatiefs doen. "Het vergroot het gevoel van eigenwaarde en maakt hen blij."

Hij zet daarom zijn werk voort, met flinke aanpassingen. Waar Jan eerder op een aantal van de zeven locaties van zijn organisatie actief was, is zijn werk nu meestal beperkt tot één woning of huiskamer. Zo hoopt WVO Zorg de verspreiding van het virus onder personeel en bewoners zoveel mogelijk te voorkomen.

Lees ook

Creatief zijn

De activiteitenbegeleider ziet daardoor veel minder cliënten. En in plaats van dat hij bewoners in het atelier ontvangt, bezoekt hij veel van hen tegenwoordig op hun kamer, vergezeld door een kar met knutselspullen.

De coronacrisis maakt ook creatief, merkt Jan. "Nu bewoners meer op hun kamer moeten blijven, is bewegen nog belangrijker. Maar naar een zaaltje kunnen we niet. Daarom hebben we onlangs een spel op de gang georganiseerd. Stonden we daar met een grote groep mensen op gepaste afstand van elkaar. Er zijn mogelijkheden, ondanks alle beperkingen." Volgens Jan bracht corona niet alleen maar ellende. "De eerste golf heeft ons ook inzichten gebracht. Het was hier echt niet alleen kommer en kwel."

Persoonlijker

Dat hij mensen nu in hun eigen leefruimte kan bezoeken voelt bijvoorbeeld als een luxe, vertelt Jan. "Er is ruimte om iemand beter te leren kennen en hen op een meer persoonlijke manier te begeleiden. Ik krijg dingen van bewoners terug waarvan ik niet wist dat ze het in zich hadden: emoties, verhalen over hun leven. Prachtig."

Alleen zijn met iemand, geeft de mogelijkheid om een activiteit zo vorm te geven dat diegene ermee uit de voeten kan, merkt Jan. "Binnen een groep is dat veel lastiger, omdat je dan een bezigheid kiest waar iedereen iets mee kan. Het nadeel dat er tegenover staat, is dat de gezelligheid van een groep naar de achtergrond verdwijnt. En wat doe je met de mensen die zich juist prettiger voelen in een groep, hoe help je hen? Daar zijn we nog zoekende in."

Lees ook