Beschilderde schuttingdelen en vuilniszakken vol knuffels, soms met de rouwbriefjes er nog opgespeld, ze zijn allemaal weggestopt in een zeecontainer. Maquettes, krantenknipsels, foto’s en boeken liggen opgeslagen in een leegstaand winkelpand. De gemeente Enschede lijkt in zijn maag te zitten met het culturele erfgoed van de vuurwerkramp. Moeten ze het weggooien, of juist bewaren? De inwoners van Enschede mogen het "zeggen".

"Kom met creatieve oplossingen’’, is de oproep van wethouder Hans van Agteren (Burgerbelangen). "In 2020 komt er een tentoonstelling. Dan is het twintig jaar geleden dat de vuurwerkramp plaatsvond. Maar wat gaan we daarna met de honderden spullen doen?”  Een brand in een vuurwerkopslag verwoestte een groot deel van de Enschedese wijk Roombeek. Op zaterdag 13 mei 2000 kwamen bij deze ramp 23 mensen om het leven en raakten bijna 1.000 mensen gewond. 

Inmiddels is de wederopbouw bijna klaar. Alle oorspronkelijke  straten met woningen en bedrijven staan op een grote maquette van het gebied zoals het er uitzag voor de vuurwerkramp. Een tweede maquette toont hetzelfde gebied in de fase van de wederopbouw. Beiden zijn gebruikt na de vuurwerkramp en werden bewaard. In het voormalige winkelpand van warenhuis V&D heeft de gemeente ook honderden krantenartikelen, foto’s en rapporten opgeslagen.

Erfgoed verdient museum

De gemeente Enschede bewaarde alles wat met de ramp te maken had. "Dat verdient een plekje in het museum", zegt Danny de Vries. Hij maakte het eerste filmpje van de vuurwerkramp. Zijn beelden van de ontploffingen en in paniek vluchtende bewoners gingen de wereld over. 

"Het is zo’n dramatische gebeurtenis geweest, maar het is ook een verhaal over hoop, kracht en moed. Het is geen fraai verhaal, maar het hoort bij de stad. Het laat zien hoe groot de veerkracht is van de bewoners", zegt hij. “Dit culturele erfgoed permanent tentoonstellen zou een eerbetoon zijn en een erkenning van het leed van de mensen die de ramp hebben meegemaakt.”

‘Van de rest afscheid nemen'

Hadassa Meijer verloor haar complete huisraad tijdens de ramp. Zij woonde als studente op kamers in Roombeek. Haar huis werd weggevaagd tijdens de explosies. Ze was zelf op dat moment niet thuis. "Ik weet niet of ik het anders had overleefd”, zegt ze. Een oortje van een blauwe mok het enige dat nog rest van haar leven voor de ramp. 

"Pas na drie weken mocht ik kort naar de plek toe waar mijn huis had gestaan. Ik heb er een bos bloemen met een kaartje gelegd", zegt ze. "Een vriendin die meeging vond het oortje van mijn mok. Ze zei: dit is een symbool van het luisterend oor van je vrienden en familie. Dat raakte mij zeer.” 

Meijer, die in een nieuw huis in de wijk woont, is bestuurslid van het Huis van Verhalen. Het is een ontmoetingscentrum in Roombeek. De vrijwilligers geven ook rondleidingen door de herbouwde wijk. Zij vindt dat de gemeente een compilatie mag maken van de meest aansprekende voorwerpen die aan de vuurwerkramp herinneren. "Van de rest zou je afscheid moeten nemen."

Permanent aandacht door digitaal museum

De Museumfabriek, aan de rand van de wijk gevestigd, wil in 2020 een tentoonstelling houden over de vuurwerkramp en de wederopbouw. Het museum kijkt naar mogelijkheden om ook permanent aandacht te geven aan de ramp, bijvoorbeeld in de vorm van een digitaal museum. Dat zou betekenen dat veel voorwerpen op foto bewaard blijven. 

Danny de Vries vindt echter dat de spullen in een museumdepot horen of op zaal moeten staan. "We zitten er mee in ons maag. Maar de vuurwerkramp hoort bij Enschede zoals de Twin Towers altijd onderdeel zal blijven van New York en de Muur van Berlijn." 

Hij doet alvast een suggestie voor de honderden knuffels die in vuilniszaken al achttien jaar in een container liggen. "Gebruik al die knuffels voor een hele grote knuffel", zegt hij. "Dat zou een mooi herinneringskunstwerk zijn."