Morgen debatteert de Tweede Kamer over splitsing van de Nederlandse energiecentrales Eneco en Delta. Een wet uit 2006 bepaalt dat dit moet gebeuren. In het kort gesteld komt het er op neer dat de productie van energie en distributie van energie gescheiden moet worden, en niet in een hand mag worden gehouden. Maar juist met de distributie maken de betreffende bedrijven winst. 

Bij splitsing komt het voortbestaan van de bedrijven in het geding en daarmee komen mogelijk honderden arbeidsplaatsen op de tocht te staan.

De andere energiebedrijven in Nederland zijn in Zweedse, Duitse of Franse handen. Deze bedrijven hebben weliswaar een scheiding in Nederland aangebracht, maar niet in hun thuislanden of elders in Europa. Ze kunnen dus terugvallen op een vaste profijtelijke bron van inkomsten: de distributie.

Volgens hoogleraar Duurzaamheid, Jan Rotmans, is splitsing volkomen achterhaald en onzin. Toch blijven politieke partijen als VVD en PvdA vast houden aan scheiding.

Professor Bert Tieben, deskundig op het gebied van Mededinging en Regulering, vindt dat Nederland zich in Europa onnoding gedraagt als het braafste jongetje van de klas.