Een anonieme zaaddonor uit Oosterbeek zou de biologische vader zijn van 150 kinderen. Anonieme donatie mag tegenwoordig niet meer, maar volgens Ties van der Meer, voorzitter van stichting Donorkind, laat de regelgeving nog steeds te wensen over.

Een gepensioneerde huisarts uit Oosterbeek runde in de jaren 70 en 80 een eigen vruchtbaarheidskliniek, waar naar schatting honderden kinderen van anonieme donoren werden verwekt. Een inmiddels bejaarde man (82) zou zelfs vader zijn van 150 kinderen. De administratie in die klinieken werd destijds slecht bijgehouden, waardoor nakomelingen vaak geen idee hebben wie hun biologische vader is.

Geen uitzondering

Het voorbeeld uit Oosterbeek is geen uitzondering, verwacht Van der Meer. "Ik denk dat in de jaren 70 en 80 in bijna iedere kliniek van dit soort situaties hebben plaatsgevonden. De overheid stond de geheimhouding van donoren oogluikend toe. Het was struisvogelpolitiek."

Nog steeds moeten er flinke stappen gemaakt worden met de regelgeving rondom zaaddonatie, vindt Van der Meer. "Er zijn wel een aantal maatregelen genomen, maar er is nog een hoop te verbeteren." Van der Meer doelt op het verbod van anoniem doneren. Sinds 2004 moeten gegevens van spermadonoren vindbaar zijn voor nakomelingen. Ook mag een donor in Nederland maximaal 25 kinderen verwekken in 12 gezinnen. "Maar dat is een richtlijn. Er staan geen straffen op."

Een gepensioneerde arts runde in de jaren 70 en 80 in Oosterbeek een vruchtbaarheidskliniek. Daarbij zou een zaaddonor minstens 150 kinderen hebben verwekt. Dat verhaal bracht de Gelderlander vanmorgen. Regelgeving daarover ontbrak nog.

Erfelijke ziektes

Ties van der Meer, zelf verwekt door een anonieme donor, stelt dat kinderen moeten kunnen weten wie de ouders zijn. "Je wilt gewoon weten wie je biologische ouders zijn. Maar het is ook van medisch belang. Iedereen moet het recht hebben om te kunnen achterhalen wat bijvoorbeeld erfelijke ziektes en aandoeningen in de familie zijn."

Ook de screening op erfelijke ziektes bij donoren is volgens Van der Meer niet goed genoeg. "Er wordt alleen gekeken naar de huidige medische gegevens. Maar een donor is relatief jong. Erfelijke ziektes kunnen dus nog verborgen zijn en pas op een latere leeftijd tevoorschijn komen. Bij een goede medische screening kunnen die gegevens aan het licht komen, maar dat gebeurt nu niet."

Buitenlandse donoren

Een ander probleem is het gebruik van buitenlandse donoren. Van der Meer schat dat misschien wel de helft van het gedoneerde zaad afkomstig is uit het buitenland. Ook zijn er donoren die aan het buitenland leveren.

"Van buitenlandse donoren wordt hier helemaal niks geregistreerd. De in Nederland verwekte kinderen worden wel geregistreerd, maar het kan zijn dat er nog halfbroers in het buitenland rondlopen, zonder dat nazaten dat weten. Een zaaddonor met veel nakomelingen kan dus nog steeds voorkomen."

Lees ook