radio LIVE tv LIVE
meer NPO start

Privaat geld redt statushouders uit de bijstand

Veldhoven gaat als eerste gemeente samenwerken met het bedrijfsleven om statushouders te helpen integreren. Private investeerders zetten ruim een miljoen euro in voor taallessen aan 70 statushouders. Ze krijgen ook intensieve begeleiding om zo snel mogelijk toe te treden tot de arbeidsmarkt. Voor de gemeente Veldhoven kan dit de oplossing zijn voor het reguliere, moeizame inburgeringstraject van de overheid.

Voorlopig doen 52 van de 200 statushouders in Veldhoven mee aan het project. Ze zijn 40 uur per week aan de slag bij de start-up IamNL, die het project uitvoert. Het project wordt ook wel een ‘social impact bond’ genoemd – een bedrijf sluit een prestatiecontract met de overheid waarin een maatschappelijk probleem met meetbare impact wordt aangepakt. Met 1 miljoen euro van twee investeerders krijgen de statushouders intensieve taallessen en begeleiding naar de arbeidsmarkt.

‘IJzersterke business case’

“Het is een ijzersterke business case,” zegt wethouder Mariënne van Dongen-Lamers over het project. Lukt het een statushouder om na het traject twee jaar onafgebroken te werken, betaalt de gemeente de waarde van zes jaar bijstand aan de investeerder. “Het is voor ons een groot voordeel dat wij geen financieel risico lopen. Dat ligt bij de investeerders. Het kost ons alleen geld als we succesvol zijn, en dan nog altijd minder dan dat de bijstand ons nu kost.” 

De wethouder baseert dit op een onderzoek onder Eritrese en Syrische statushouders in Zuidoost Brabant. Daaruit blijkt dat statushouders gemiddeld acht tot tien jaar in de bijstand zitten. 

Ineke Hurkmans, die het project uitvoert namens start-up IamNL, vertrouwt erop dat de 70 statushouders na het afronden van dit traject wel echt uit de bijstand blijven. “Omdat het risico bij de investeerder ligt is er een veel groter impuls om het project te laten slagen en ervoor te zorgen dat het de statushouders lukt om werk te vinden.”

Naast de intensieve taallessen moeten de statushouders de start-up zelf draaiend houden. Het idee is dat ze hierdoor beter voorbereid zijn om echt te gaan werken. “Wat je merkt is dat er een drempel is vanuit werkgevers om statushouders aan te nemen,” zegt Ineke Hurkmans. “Via dit traject leren ze waar ze goed in zijn en hoe ze dat aan een werkgever kunnen overbrengen.”

‘Overheid heeft het niet goed geregeld’

“De gemeente heeft het geld simpelweg niet voor deze intensieve begeleiding,” zegt wethouder Mariënne van Dongen-Lamers. “In Veldhoven zag ik dat statushouders niet genoeg bezig waren. Statushouders zijn nu bijna veroordeeld tot een slecht systeem.” Dat er nu zoveel aandacht is voor het project vindt de wethouder opvallend. ”Privaat geld triggert blijkbaar de aandacht, maar eigenlijk laat dit zien dat het de overheid gewoon niet is gelukt om het goed te regelen.”

De investeerders moeten nog afwachten of zij hun investering en een rendement kunnen terugverdienen. Het project is in november gestart en tot nu toe zijn er acht mensen ingeburgerd die op zoek zijn naar werk. 
 

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Waarom president Donald Trump importheffingen ondanks waarschuwingen van economen tóch doorvoert

President Donald Trump kondigde het gisteravond aan: Amerika gaat een importheffing van 20 procent op alle producten uit de Europese Unie doorvoeren. Wereldwijd waarschuwen economen dat dit een slecht idee is, vooral voor de VS zelf. Toch zet Trump door.

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Onzekerheid bij Nederlandse ondernemers door Amerikaanse importheffingen: 'We begrijpen zijn visie, maar maakt het lastig voor ons'

Onzekerheid bij Nederlandse ondernemers door Amerikaanse importheffingen: 'We begrijpen zijn visie, maar maakt het lastig voor ons'
Willem Hulsebosch is eigenaar van een bloembollenbedrijf dat exporteert naar de VS
Bron: EenVandaag

Voor Nederlandse ondernemingen met veel export naar de Verenigde Staten breken spannende tijden aan. Door de extra belasting van 20 procent worden hun producten voor de Amerikaanse consument een stuk duurder. "Dit betekent heel veel onzekerheid."

"Dit valt wel rauw op ons dak", zegt Willem Hulsebosch. Samen met zijn vrouw en zoons runt hij al jaren een bloembollenbedrijf in Julianadorp.

Andere markten

"We doen al decennialang zaken met Amerika en hebben in de loop der jaren echt een goede band opgebouwd met onze klanten in de VS", gaat Hulsebosch verder. "Die willen we graag houden. Maar als het moet, dan gaan we ons op andere markten richten."

Want de familie beseft wel dat Amerikanen zullen afhaken als bloemen door de heffing te duur worden. "Tulpen zijn geen eerste levensbehoefte. Aan het eind van je rondje supermarkt staat er een bosje bloemen. Als dat ineens 20 procent duurder is, dan denk je wel twee keer na."

'We begrijpen zijn visie'

De familie Hulsebosch is flink verweven met de Verenigde Staten. "Onze moeder is Amerikaans, we hebben familie overzee en komen er vaak", vertelt zoon Roy.

"We houden van het land en zijn zelfs pro-Trumpers. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar we begrijpen zijn visie wel. Hij maakt waar wat hij zegt. Dat vinden wij ergens ook wel bewonderenswaardig. Hij zet zijn volk op één, dat is duidelijk. Daar kunnen wij in Europa nog wat van leren. Alleen dit plan, dat maakt het voor ons wel lastig."

Bekijk ook

Niet volledig afhankelijk

Toch blijft Hulsebosch positief: "We zijn gelukkig niet volledig afhankelijk van Amerika. We exporteren ook naar Engeland, China, Rusland en Kazachstan. En we hebben een uniek product. Bollen kun je maar op één plek in de wereld telen, en dat is hier, in Nederland. Door het klimaat, de bodem, de omstandigheden. Dat kan niet zomaar ergens anders. Daar hebben ze ons gewoon voor nodig.

Er zijn dus genoeg opties. "Als de ene markt moeilijk doet, dan vinden wij onze weg wel via een andere. We hebben al vaker met onzekerheden te maken gehad. Als het even tegenzit, dan nemen we genoegen met wat minder marge en stellen we investeringen gewoon even uit."

'Kennis en ervaring zit in Nederland'

"Trump ziet ons het liefst naar Amerika vertrekken", legt directeur van TTA-ISO Martin Maasland uit. Het Nederlandse bedrijf maakt landbouwmachines en heeft een grote afzetmarkt in de Verenigde Staten.

TTA-ISO heeft zelfs een kantoor in de VS zitten. "Maar de kennis en ervaring op het gebied van high-techsystemen in de tuinbouw zit hier in Nederland. Die gekwalificeerde mensen kun je niet oppakken en in Amerika neerzetten."

Bekijk ook

Prijs verlagen

Bang voor Amerikaanse concurrenten is Maasland niet. "In ons geval zijn er weinig of eigenlijk geen partijen in de Verenigde Staten die hetzelfde kunnen bieden als wij. We zien onszelf daardoor niet genoodzaakt om de winstgevendheid op onze machines te verlagen."

Maar als de prijs vanwege de invoerheffingen te hoog wordt, dan bestaat er volgens Maasland wel een kans dat de markt afneemt of zelfs helemaal stilvalt. "Dan kunnen we overwegen of we bereid zijn iets van onze marges op te geven, maar we moeten ook de salarissen van onze medewerkers kunnen betalen."

Tegenactie

Over eventuele eigen tarieven die de EU als tegenactie kan invoeren, maakt Maasland zich geen zorgen. "De grootste impact zijn uiteindelijk toch de hoge tarieven van Amerika richting Europa, omdat wij in Europa produceren."

"En andersom importeren wij weinig vanuit Amerika", gaat hij verder. "Dus als Europa hoge handelstarieven gaat invoeren, verwachten wij niet dat dat veel impact op ons heeft."

Bekijk ook

Minder groei maar geen crisis

Hoofdeconomoom van de ING Marieke Blom begrijpt de zorgen van Nederlandse ondernemers die veel exporteren naar de Verenigde Staten. "Door Trumps nieuwe invoertarieven, gemiddeld 25 procent, en zelfs 54 procent voor China krijgt ook de Europese Unie een tarief van 20 procent opgelegd. Dat leidt naar verwachting tot een exportdaling van zo'n 15 procent richting de VS. Voor Nederland betekent dat een krimp van ongeveer 0,2 procent van het BBP."

Toch is dit volgens Blom geen nieuwe economische crisis in wording. "Dit is niet te vergelijken met corona of de energiecrisis. Het is vooral een rem op de groei."

Niet terugslaan met eigen tarief

Blom verwacht dat Europa met eigen tarieven zal reageren. "Maar hoe dat uitpakt is onduidelijk, omdat we niet zeker weten hoe Trump reageert. Een handelsoorlog moeten we zien te voorkomen."

"We kunnen beter gerichte steun bieden aan getroffen sectoren. Ook kan er veel winst worden geboekt door de interne markt beter te laten werken. En er liggen veel kansen in het versterken van handelsrelaties met landen als India en Zuid-Amerika. Als we dit moment grijpen, kan Europa uiteindelijk sterker en minder afhankelijk van de VS worden. Ook voor Nederland liggen hier echte kansen."

Onzekerheid bij Nederlandse ondernemers door Amerikaanse importheffingen

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant