Het kabinet heeft aandelen gekocht in luchtvaartbedrijf Air France-KLM. De enige juiste stap, zegt onderhandelaar Frans Engering, die in 2003 bij de fusie tussen de twee bedrijven betrokken was.

Aan die fusie ging een lange onderhandelingsperiode vooraf. Het toenmalige kabinet Balkenende keurde een eerste resultaat af, waarna Frans Engering als ambassadeur bij de OESO naar de onderhandelingstafel mocht namens Nederland. Hij zorgde ervoor dat de deal er doorheen kwam.

Nederland wil betrokken blijven

Engering is positief over het nieuws dat de Nederlandse staat aandelen in het bedrijf koopt. "Ik ben blij verrast. Het is een ongebruikelijke stap. Maar als je grip wil houden op de toekomst van KLM, Schiphol en de toekomst van de economie in Nederland, dan was dit de enige stap."

Het kopen van de aandelen kan gezien worden als een gebrek aan vertrouwen in de huidige eigenaren van het bedrijf. Engering probeert dat anders te zien: "Nederland ziet zoveel strategisch belang in een goede ontwikkeling van het bedrijf KLM, en daarmee dus met het bedrijf Air France-KLM, dat Nederland zich genoodzaakt voelt om daar strategisch bij te blijven."

Uitzonderlijke situatie

Toch beseft Engering zich ook dat het Nederlandse kabinet dit niet vaak doet. "De staat privatiseert juist de afgelopen jaren, maar er zijn uitzonderlijke situaties, zoals in het verleden bij de ABN AMRO. Ik vind dat er bij Air France-KLM een soortgelijke strategische crisis aan de hand is, als je kijkt naar de situatie waarin het bedrijf nu verkeert en de ontwikkelingen van de afgelopen tijd."

Lees ook

Deze crisis in het bedrijf zou ervoor kunnen zorgen dat de toekomst van KLM er slecht uitziet. Een veel genoemd risico is dat vluchten van Schiphol naar het Franse vliegveld Charles de Gaulle verplaatst zouden worden. "Terwijl dat een van de staatsgaranties is die wij in 2003 hebben vastgelegd", vertelt Engering. "Dat er geen vluchten verplaatst zouden worden. Blijkbaar bestaat die afspraak niet meer." Als KLM internationale vluchten en strategische bestemmingen verliest, blijft er volgens de onderhandelaar weinig van KLM en Schiphol over.

Geen garantie toekomst KLM door cultuurverschil

Engering zorgde er in 2003 voor dat de Franse overheid afstand deed van een groot deel van haar aandelen in Air France. De staat had in die tijd 54 procent van de aandelen in handen. Voor Nederland was het geen optie om daarmee in zee te gaan. Uiteindelijk zakte de Franse staat naar minder dan 20 procent van de aandelen.

De combinatie Air France-KLM bleef de afgelopen jaren niet altijd gelukkig. Engering heeft daar wel een verklaring voor: "De bedrijfsculturen in Frankrijk en Nederland zijn tamelijk verschillend. De Franse overheid is altijd nauw betrokken geweest bij de besluitvorming van Air France. Nederland heeft een veel vrijere markt en andere cultuur. Wij hebben een meer commerciëlere cultuur. Dat botst vaak."

Onlogische beslissingen

Daarnaast constateert hij dat er de afgelopen jaren beslissingen binnen Air France-KLM zijn genomen die in Nederlandse ogen niet erg logisch en commercieel zijn. "Het bedrijf dat het slechtste rendeerde, Air France, daar zijn de lonen het hardst omhoog gegaan. Terwijl het bedrijf dat al redelijk rendeerde, KLM, zich behoorlijk heeft aangepast en zeer winstgevend is."

Toch probeert Air France de problemen volgens Engering bij KLM te zoeken. "Terwijl de aanpassingen vanuit Air France nog steeds niet op gang zijn gekomen. Als dat de cultuur is, dan is de toekomst van KLM niet gegarandeerd." Het grotere belang van Nederland in Air France-KLM kan de belangen van KLM nu beter vertegenwoordigen, denkt Engering.

Radio-interview: Oud-fusieonderhandelaar Frans Engering over de Nederlandse aankoop van aandelen in Air France-KLM.