Op 31 januari werd er 12,5 graden gemeten in De Bilt. Nooit eerder was de laatste dag van januari zó warm. Hoe erg is het dat voor de natuur de lente al begonnen is?

Bioloog Arnold van Vliet merkt dat er al veel bloemen in de omgeving van Wageningen Universiteit -waar hij werkt- in bloei staan. "Als je zo buiten loopt lijkt het al lente. Met bloeiende hazelaars en de sneeuwklokjes." Maar hij ziet ook bloemen die veel te vroeg zijn. "Deze gele bloemetjes -de gele koernoelje- die groeien eigenlijk pas eind februari, begin maart. En dit speenkruid staat normaliter pas in maart in bloei."

Klimaatverandering

De bioloog merkt op dat het allemaal wel in een heel rap tempo verloopt. Dat vindt hij zorgwekkend. Volgens hem wordt het elk jaar vroeger met alle risico's van dien. "Wat staat ons de komende jaren nog te wachten? De wandelende tak, de zuidelijke heidelibel en het oranje wimpermos rukt op. Deze horen niet in Nederland thuis." Hij is bang dat op de lange termijn, als de klimaatverandering zo doorgaat, 40 procent van de plantensoorten die nu in Nederland voorkomen, het niet zullen overleven.

"Er kunnen wel duizend voor Nederland nieuwe plantensoorten uit Zuid Europa hier wortel schieten die we nog niet kennen, dat geeft een hele andere dynamiek." Volgens de bioloog gaat de temperatuurstijging zo snel dat planten en dieren tien keer zo langzaam hierop reageren, dan ze eigenlijk zouden moeten doen. "Dat begint een probleem te worden in een land waar de natuur al extreem onder druk staat", waarschuwt hij.

Vorst kan grote schade veroorzaken

Een ander gevaar vormt de vorst. De kans dat die binnenkort nog gaat komen is levensgroot, constateert de bioloog. "Je ziet nu de berm omhoogkomen, de sapstromen komen op gang en de planten komen tot bloei."

Als daar nu de vorst overheen komt dan zal dat grote schade veroorzaken aan de natuur. "Dat komt omdat het nu het al zo lang warm weer is."

Lees ook

Snotteren

De Nederlandse elzen komen nu ook al tot bloei, ook zo'n maand tot anderhalve maand te vroeg. De pollenconcentratie kan daarom flink oplopen, volgens de Wageningse wetenschapper.

En dat betekent dat het weer snotteren wordt voor veel mensen met hooikoorts de komende weken. "Door de warme winter is de bloei in het voorjaar ook veel langer gespreid. Het kan daarom zijn dat mensen een langere periode last hebben."

Steeds zachtere winters

Het warmterecord van 31 januari is niet zeldzaam. Geert Jan van Oldenborgh, klimaatdeskundige van het KNMI, ziet dat de winters steeds zachter worden. Ook ziet hij dat er steeds meer zuidwestenwind komt. "Vóór 1939 kwamen er geen dagen in januari voor met temperaturen van 12,5 graden of meer. Sinds de jaren 1980 is dat echter redelijk normaal geworden."

Dit jaar is het al de derde keer dat de temperatuur uitstijgt boven de 12,5 graden. Op 9 januari was het 13 graden, op 14 januari 12,9 graden en op 31 januari was het dus weer raak. "De kans op zo'n hoge temperatuur in januari is nu ongeveer eens per 2 jaar. Een eeuw geleden was dat ongeveer eens in de 20 jaar. Statistisch dus niet onmogelijk maar een stuk zeldzamer dan nu", vertelt Van Oldenborgh.

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.