Volgens de overlevering krabbelde Jacques Brel in een Amsterdamse kroeg de oerversie van zijn beroemde nummer Le port d’Amsterdam op een bierviltje. Later wordt het nummer een waanzinnig succes. 

Henk van Gelder, de auteur van het nieuw verschenen boek Brel in Nederland, doet over Le Port d’Amsterdam een opmerkelijke uitspraak: het nummer gaat helemaal niet over Amsterdam.  

‘Beschrijving van de haven klopt niet’

Volgens Van Gelder kwam Brel ooit na een show terecht in het Amsterdamse café Bolle Jan, waar de vader van René Froger zong. Maar dat was een typisch Jordaans café, dat dus niet aan de haven ligt. Brel is ook nooit in de buurt van een haven geweest tijdens zijn bezoek aan Amsterdam, redeneert de schrijver. Maar Amsterdam past wel mooi in het ritme van het refrein. Het liedje gaat waarschijnlijk over Antwerpen, in het Frans ‘Anvers’, of misschien ook wel Hamburg. Die steden bekten alleen niet zo lekker. Helaas heeft niemand hem ooit gevraagd of Le Port d’Amsterdam misschien over Antwerpen gaat.

Opvallend is dat het nummer nooit officieel in een studio is opgenomen. Le port de d’Amsterdam leeft en blijft leven door de prachtige opnamen die van Brel zijn gemaakt in 1964 tijdens zijn optreden in de befaamde Parijse Olympia. Deze versie is later dé versie geworden. 

Volgens Het Parool het mooiste lied over de hoofdstad

Wat het ook is, uit een verkiezing van Het Parool kwam Le port d’Amsterdam een paar jaar geleden naar voren als een van de mooiste liederen over onze hoofdstad. Maar of het echt over Amsterdam gaat is dus nog maar de vraag. 

Waar veel mensen het wel over eens zijn, is dat het een prachtig nummer is. Artiesten zoals David Bowie, Nina Simone, De Dijk, Hildegard Knef dachten daar ook zo over. Het rauwe lied over oud Amsterdam, matrozen, hoeren, verdriet en drank staat anno 2018 nog net zo overeind als in 1964.

Een krachtig vat vol emoties

Brel, zoals altijd gekleed in pak en das, begint langzaam te spelen en gaat daarna steeds sneller. De man was een vat vol krachtige emoties die zijn teksten met een enorme kracht de zaal in slingerde. De accordeon in het lied is ongetwijfeld terug te voeren op de accordeonist in de Amsterdamse kroeg. Dat was Bolle Jan, de vader van René Froger.